Tussen aangifte en partijideologie: de spagaat van Thierry Baudet

Met veel bombarie maakte Thierry Baudet en zijn fractiegenoot annex advocaat Theo Hiddema afgelopen zaterdag bekend aangifte te hebben gedaan tegen Kasja Ollongren voor smaad en laster. De keuze om niet via een debat maar met een aangifte te reageren op Ollongren is opmerkelijk. Vooral gezien het feit dat Baudet zich graag presenteert als de pleitbezorger van onze vrijheid van meningsuiting. 

Thierry Baudet
Beeld: ANP/Lex van Lieshout

Baudet richt zich daarbij op uitspraken van de minister van Binnenlandse zaken die zij deed tijdens de Ien Dales-lezing. Het meest in het oog springende citaat uit de lezing van Ollongren is dat het Forum voor Democratie volgens haar ‘geobsedeerd lijkt te zijn door (…) het praten over rassen in het politieke debat’. Ollongren reageert met dit citaat op haar beurt weer op Baudet die geen afstand wilde nemen van een uitspraak van zijn partijgenoot Yernaz Ramautarsing over een verband tussen huidskleur en IQ.

Debat of aangifte

Ollongren acht het naar eigen zeggen logischer het debat aan te gaan over de kwestie. Ze zegt daarvoor open te staan. De vraag is dan ook waarom Baudet daar niet voor heeft gekozen. Als groot aanhanger van vrijwel onbegrensde vrijheid van meningsuiting zou dit een ogenschijnlijk logischere keuze zijn. De mate van onbegrensdheid die FvD voorstaat blijkt ook uit een Kamerbijdrage van Theo Hiddema, waarin hij pleit voor het schrappen van groepsbelediging en haat zaaien uit het Wetboek van Strafrecht.

De tekst loopt hieronder door. 

Artikel 137 versus artikel 261

Dit betoog botst niet direct met de aangifte tegen de minister. FvD betoogt namelijk schrapping van de artikelen 137c (groepsbelediging) en 137d (haat zaaien) uit dit wetboek. In zijn aangifte tegen Ollogren beroept Baudet zich echter op de artikelen 261 en 262, smaad en laster. Het belangrijkste verschil in deze is dat artikel 137 zich richt op belediging van groepen en 261 en 262 op belediging van een individu. Hetgeen een belangrijk onderscheid is. Toch Baudet wordt op sociale media na zijn aangifte juist op dit onderdeel aangevallen. Hij zou zich hypocriet gedragen.

Thierry Baudet
Beeld: ANP/Bart Maat

Noemenswaardig in dit licht is dat Ollongren in een eerder geciteerde uitspraak spreekt over de partij van Baudet.  Ze refereert dus eveneens niet direct naar een individu. De ene keer dat ze in haar lezing Baudet wel als persoon aanspreekt is wanneer ze aankaart dat Baudet geen afstand wil doen van de uitspraak van Ramautarsing. Wanneer ze dit doet, zijn haar uitspraken vrij feitelijk van aard.

Subjectiviteit

Bovendien is een van de belangrijkste punten van kritiek op de artikel 137 dat de heren van het Forum aandragen dat deze rust op het subjectieve begrip belediging. De subjectiviteit zou ertoe leiden dat de wet als middel kan worden ingezet om mensen de mond te snoeren. Belediging is echter ook de kern van artikel 261, het artikel waar Baudet zich op beroept.

Dat ‘belediging’ in dat artikel even subjectief is blijkt wel uit de reactie van emeritus hoogleraar straf- en procesrecht Theo de Roos. Hoezeer Baudet zich ook beledigt voelt, stelt De Roos dit weekend via meerdere kanalen dat de drempel van belediging bij lange na niet wordt gehaald. Dit is echter wel essentieel wil er sprake zijn van smaad en laster.

Thierry Baudet
Beeld: ANP/Lex van Lieshout

Vrijheid van meningsuiting

Baudets aangifte lijkt het dus in ieder geval kansloos. Ook is de beoogde rechtsgang moeilijk te rijmen met de visie van het FvD. Zowel in de eerdergenoemde Kamerbijdrage van Hiddema als op de website van het Forum benadrukt de partij. “De grens hoort te liggen bij oproepen tot geweld,” stelt de partij. “Daar moet hard tegen worden opgetreden. Maar alles daarbuiten hoort toegestaan te zijn.”

Hoezeer Baudet de uitspraken van Ollongren ook typeert als ‘demonisering van een volksvertegenwoordiger’, van een oproep tot geweld is geenszins sprake. In het NRC Handelsblad schreef Baudet een ruim jaar geleden nog: “Steeds minder durven we te zeggen; steeds meer geeft aanleiding tot ‘safe spaces’ en ‘excuses’ en ‘verontwaardiging’ – en zelfs tot strafrechtelijke veroordelingen.” Nu iemand iets over hem durft te zeggen hoopt Baudet opeens wel op strafrechtelijke vervolging.

Om Baudet en Hiddema van vergaande hypocrisie te betichten gaat misschien wat ver. Wat er wel van hen gevraagd kan worden is uitgebreidere toelichting bij de aangifte. Waarom denkt Hiddema vanuit zijn juridische ervaring dat de aangifte enige kans van slagen heeft? En bovenal, hoe past deze aangifte binnen de partijideologie van het FvD?

Op de persconferentie afgelopen zaterdag weigerden de heren om überhaupt vragen te beantwoorden. Zolang ze hier niet op terugkomen heeft de aangifte meer de schijn van een publiciteitsstunt dan een serieuze poging tot rechtsgang. Het behoeft geen verdere toelichting dat politie en justitie geen passend podium zijn voor een publiciteitsstunt.