Marc van Warmerdam: ‘Genoeg Nederlands filmtalent, nu nog risico’s’

Cees Kremer 4 mrt 2018 Cultuur

Nederlandse films werden afgelopen jaar weer relatief minder bezocht. Ze leggen het in toenemende mate af tegen buitenlandse producties. Zo vlak voor de uitreiking van de felbegeerde Oscars bellen wij met de Nederlandse filmproducent Marc van Warmerdam, bekend van Borgman en Schneider vs. Bax.

Waarom wordt de Nederlandse film minder populair?
“Ik vind het altijd zo opvallend, die grote conclusies van de media. Die stelling impliceert dat het bezoek aan Nederlandse films gedaald is en dat is niet zo. Het marktaandeel van de Nederlandse film is alleen iets teruggelopen ten opzichte van de buitenlandse film. Het totale aantal bezoekers van Nederlandse films is afgelopen jaar niet teruggelopen.

“De Nederlandse markt is klein; er worden relatief weinig films gemaakt. Het ene jaar heb je drie kaskrakers zoals Soof en het andere jaar heb je er geen een. Zo’n uitspraak als ‘het gaat slecht’ zegt evenveel over het totaalaanbod aan Nederlandse films als het weerbericht – ook een momentopname – zegt over het klimaat.”

Oscars
Beeld: ANP/Levin den Boer

Dus het gaat goed met de Nederlandse film?
“Het kan zeker beter. Er moet meer geld per film besteed worden. Grotere investeringen in de ontwikkeling van projecten en scenario’s zijn nodig. Daarbij maakt het niet uit of het om commerciële producties gaat of om arthousefilms.

“Ik heb een paar keer in zogenaamde expertscreenings van de Filmacademie gezeten. Ik kan je zeggen: er is talent genoeg. Het is aan de producenten, de omroepen, het Filmfonds, zij moeten de risico’s durven nemen.”

Meer arthouse?
“Ik maak geen onderscheid tussen de genres. Ook een romcom moet goed gemaakt zijn, al zijn die films aan mij niet besteed. Er moet aandacht en tijd in films worden gestoken als je de kwaliteit wilt verhogen, daar gaat het om. Dat gebeurt niet genoeg.”

Meer kwaliteit dus. Zou de Nederlandse industrie meer moeten samenwerken met de filmindustrieën van andere Europese landen?
“Er wordt steeds meer op Europees niveau samengewerkt, van cameraman tot producent, en dat gebeurt niet alleen om financiële redenen. De uitwisseling van talent speelt een steeds grotere rol. Het goede is dat deze samenwerkingen juist de nationale filmproducties versterken. Alleen de grote Europese landen, zoals Duitsland en Frankrijk, kunnen drijven op hun eigen markt. Zeker wat betreft de zogenaamde ‘publieksfilms’ in de eigen taal.

“Bij arthousefilms ligt dat overigens anders. Die liggen sowieso al meer in de Europese markt dan in de nationale, want een andere taal is dan eerder een selling point dan een obstakel. Overigens moet er wel veel meer gebeuren om de nationale en Europese film aan de man te brengen.”

Hoe dan?
“Het allerbelangrijkste is opvoeding, het leren waarderen. Film moet, net als podiumkunsten en beeldende kunst, deel uitmaken van het lesprogramma van kinderen. Dit geldt voor alles: natuur, eten, sport, je moet het leren waarderen. Niemand staat zomaar op een ochtend op en denkt: yes, ik word cricketer.”

Reageer op artikel:
Marc van Warmerdam: ‘Genoeg Nederlands filmtalent, nu nog risico’s’
Sluiten