Johan Fretz: ‘Mijn mening mag je hebben, het is mijn minst dierbare bezit’

Zijn kersverse roman Onder de Paramariboom verscheen amper anderhalve maand geleden, maar sinds vorige week staat Johan Fretz alweer op de planken. Zijn cabaretvoorstelling De zachtmoedige radicaal ging in première in De Kleine Komedie te Amsterdam (zondag 4 maart, red). Met zijn nieuwe werk richt Fretz zich op het identiteitsvraagstuk en legt hij verhardend Nederland op het hakblok.

Reden voor HP/De Tijd om deze duizendpoot te onderwerpen aan een vlot gesprek, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
“Ik heb een lange creatieve periode achter de rug, waarin ik onder andere heb gewerkt aan een roman en mijn nieuwe voorstelling. Nu heb ik de tijd voor bezinning. Daar was ik aan toe en ben ik heel blij mee.

“De reacties op mijn werk komen binnen en de inborst van mijn voorstelling roept veel lof op, maar ook weerstand. De zachtmoedigheid polariseert en is voor sommige mensen onbehaaglijk. Zij weten niet wat ze er mee aan moeten.

“In de jaren negentig waarin ik opgroeide was de cabaret juist vrij grof. Het leven liep in die tijd op rolletjes. In zo’n ingedutte tijd is hardheid de tegenstroom en werkt dus als provocatie. Nu is het andersom; de tijd is vrij hard en schreeuwerig. Als cabaretier die iets over de tijd wil zeggen, is het interessant om een tegenstroom te bieden. En begrijp me goed, zachtmoedigheid is iets anders dan politiek correct of slap.”

‘We hoeven echt niet met z’n allen kumbaya te zingen in een Van der Valk-restaurant.’

Welke eigenschap waardeert u in een mens?
“Nieuwsgierigheid. Deze is de bron van open staan voor nieuwe ervaringen, ontmoetingen, standpunten en ideeën. Zodra je niet meer nieuwsgierig bent, kun je net zo goed in je kist gaan liggen – tenzij je liever gecremeerd wilt worden.

De tekst loopt hieronder door. 

Johan Fretz
Beeld: Sanja Marusic

“Nieuwsgierigheid is veel belangrijker dan verbinding. Dat woord kan ik niet meer horen. We hoeven echt niet met z’n allen kumbaya te zingen in een Van der Valk-restaurant.”

Wie zijn uw helden?
“In de cabaretwereld zijn dat Theo Maassen en Freek de Jonge. Bij veel mensen is een beeld ontstaan dat Freek de Jonge een zure ouwe man is. Dit is helaas tot stand gekomen door een aantal ongelukkige media-optredens. Maar in het theater is hij zo scherp en vol zelfspot, dat is weergaloos, groots.

“Maassen en De Jonge blijven zich altijd vernieuwen en zijn ontzettend reflectief naar zichzelf en de tijdsgeest. Hun voorstellingen laten zien hoe veelzijdig het cabaret is. Tegenwoordig is cabaret teveel verworden tot ‘een avondje lekker lachen’ met zoveel mogelijk grappen per minuut.”

‘Ik hoef niet meer de beste romancier, scenarioschrijver én cabaretier te worden.’

Van wie heeft u het meest geleerd?
“Ik heb verhalen leren vertellen van Rick Stout, mijn regisseur en een van mijn beste vrienden Hij is iemand die alle bullshit, trucjes en maniertjes afpelt. Daaronder zit het authentieke makerschap. Hij heeft me geleerd dat persoonlijke verhalen universeel zijn.”

Waar schaamt u zich voor?
“Mijn driftigheid, die ik stiekem wel heb. Op straat groet ik mensen heel actief en dat vind ik dan bijzonder zachtmoedig van mezelf. Maar als een mevrouw zomaar doorloopt zonder iets terug te zeggen, hoop ik meteen dat ze sterft.”

Wat zijn uw dagdromen?
“De laatste tijd stel ik mezelf de vraag of ik niet moet toewerken naar een ultieme vorm waarin ik het best tot mijn recht kom. Ik heb lange tijd te veel grote ambities gehad. Ik doe nog steeds veel verschillende dingen, maar ik hoef niet meer de beste romancier, scenarioschrijver én cabaretier te worden.

“Na mijn theatertour ga ik nadenken over een platform waarop ik mijn tori’s (Surinaams voor ‘verhalen’, red.) kwijt kan.”

Lijkt u op uw moeder?
“We handelen allebei intuïtief, vanuit ons hart. Ook hebben we dezelfde humor, die tragikomisch en ironisch is.

De tekst loopt hieronder door. 

Johan Fretz
Beeld: Sanja Marusic

“Ik ben daar pas laat achter gekomen. Ik heb haar altijd een beetje op afstand gehouden, onder andere omdat zij Surinaams is, terwijl ik me Hollands voelde. Inmiddels begrijp ik veel beter waar zij vandaan komt. Als warmbloedig mens moest zij op haar negentiende zien te aarden in Veenendaal – met dat treinstation De Klomp – waar ze nog nooit een zwarte vrouw hadden gezien.

“Mijn nieuwe voorstelling gaat hier over. Het is een persoonlijk verhaal over mijn deels Surinaamse roots, de ontdekking van mijn moeder en haar land van herkomst – met veel zijwegen naar onze huidige tijd en het debat omtrent identiteit.”

Wat is uw devies?
“Mijn mening mag je hebben, het is mijn minst dierbare bezit.”

Kaarten voor De zachtmoedige radicaal van Johan Fretz zijn hier te bestellen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook