Van der Zee laaiend na schrappen interview met ‘zijn’ NRC

‘Eerlijk gezegd voel ik mij gewoon genaaid’

Schrijver en oud-journalist Sytze van der Zee is woest. Op NRC Handelsblad, de krant waaraan hij een kleine twintig jaar was verbonden, en op Bas Blokker, redacteur bij die krant. Aanleiding: het niet plaatsen van een interview met hem over zijn nieuwste boek. “Buitengewoon oncollegiaal en onprofessioneel,” vindt de voormalige Parool-hoofdredacteur, die Blokker beticht van belangenverstrengeling.

Van der Zee publiceerde begin februari Verslaggever van beroep, een boek waarin hij zijn memoires als journalist beschrijft. NRC-redacteur Bas Blokker liet hem een paar weken later weten dat hij hem daarover graag wilde interviewen. De tweede week van maart was het zover.

Een ‘overwegend plezierig gesprek’, schrijft Blokker een paar dagen later aan Van der Zee. “Wat jij in je werkzame leven hebt gedaan en meegemaakt, verdient bewondering, die heb ik en die is wat mij betreft niet afgenomen.”

‘Wat jij in je werkzame leven hebt gedaan en meegemaakt, verdient bewondering.’

Maar de kern van de brief is voor Van der Zee minder aangenaam. Blokker, zoon van de in 2010 overleden columnist, journalist, schrijver en publicist Jan Blokker, heeft overwogen wat hij zou doen na het gesprek en is tot de conclusie gekomen dat hij er ‘geen stuk over gaat schrijven’, laat hij weten. Vervolgens legt hij uit waarom. En dat dit besluit ook in het belang is van Van der Zee zelf. “Je zult me vast niet dankbaar wezen, maar ik ben ervan overtuigd dat ik met deze beslissing zowel jou als de lezer een groter plezier doe dan wanneer ik wel tot publicatie zou overgaan.”

‘Discutabele feiten’

Blokker valt volgens Van der Zee over een drietal in zijn ogen discutabele feiten in het boek. Het eerste betreft de bewering dat zijn vader het Algemeen Handelsblad, een van de voorlopers van NRC Handelsblad, in 1968 zou hebben verlaten omdat niet hij, maar Henk Hofland werd benoemd tot de nieuwe hoofdredacteur. Blokker senior zou zich gepasseerd hebben gevoeld.

Zelf noemde Jan Blokker destijds een andere reden: de vrijage van de Nederlandse Dagblad Unie (NDU), eigenaar van onder meer het Handelsblad, met het Telegraaf-concern. Over die toenadering ontstond destijds veel tumult; honderden lezers van het chique Handelsblad wilden niet met een ‘sensatiekrant’ als De Telegraaf worden geassocieerd en zegden hun abonnement op.

‘Ik ben ervan overtuigd dat ik met deze beslissing zowel jou als de lezer een groter plezier doe dan wanneer ik wel tot publicatie zou overgaan.’

Het tweede ‘feit’ waarover Blokker junior volgens de auteur struikelt heeft betrekking op een door hem in zijn memoires aangehaald stuk in Vrij Nederland uit 1995. In dit artikel, geschreven door Jannetje Koelewijn, destijds journaliste bij dit toenmalige opinieweekblad, inmiddels reporter bij de NRC, staat onder meer dat Het Parool 20 miljoen gulden verlies per jaar zou leiden en de echte oplage van de krant slechts 70.000 zou bedragen, in plaats van de officiële 102.500. Volgens Van der Zee had de journaliste die informatie van Harry Lockefeer, destijds stafdirecteur bij PCM Uitgevers, het moederbedrijf van onder meer Het Parool. Blokker had Koelewijn hierover gesproken en die had dit ontkend.

 ‘De lezer denkt na afloop: hoe zit dan nou? Wie heeft gelijk? Of hij denkt: wat een jokkebrok die Van der Zee.’

Verder schrijft Van der Zee dat Ben Knapen, toenmalig hoofdredacteur van NRC Handelsblad, hem als collega-hoofdredacteur destijds zou hebben voorgesteld dat Het Parool  bij een eventuele overname van de NDU door PCM – iets wat in 1995 haar beslag heeft gekregen – drie jaar de kans zou krijgen om zich te bewijzen. Mislukte dit dan zou de krant opgaan in NRC Handelsblad. Ook Knapen weet van niets, heeft hij Blokker desgevraagd laten weten.

Categorisch ontkennen

Blokker confronteerde hem al tijdens het interview met zijn bevindingen, zegt Van der Zee. De auteur zou volgens Blokker categorisch alles hebben ontkend. Voor Blokker aanleiding het gesprek niet op te schrijven. Had hij dat wel gedaan, dan konden er volgens de journalist twee dingen gebeuren. “De lezer denkt na afloop: hoe zit dan nou? Wie heeft gelijk? Of hij denkt: wat een jokkebrok die Van der Zee.”

Maar Van der Zee houdt voet bij stuk. Jan Blokker stapte volgens hem pas op bij het Handelsblad toen Hofland als hoofdredacteur werd benoemd. Hofland zou hem daarom zelfs een ‘verrader’ hebben genoemd. En Koelewijn en Knapen liegen, beweert Van der Zee.

“Bovendien,” vervolgt hij, “zijn dit memoires, míjn memoires. Die zijn gebaseerd op dingen die mensen mij hebben verteld. Je kunt toch moeilijk van mij verlangen dat ik alles op papier of op tape heb?”

Conflict of interest

De schrijver en oud-journalist is allerminst blij met het besluit van Blokker. Hij vindt het ‘buitengewoon oncollegiaal en onprofessioneel’ en beticht de NRC-verslaggever van belangenverstrengeling en verkapte censuur. “Hij pikt drie kleine kwesties uit een boek met ruim 400 pagina’s en besluit op basis daarvan niet te publiceren. Louter omdat die hem en de krant raken. Bas en zijn broer – Jan Blokker jr. – zien het kennelijk als een belangrijke taak elke smet op de naam van hun vader weg te werken. Een conflict of interest heet dat. Daarmee berokkent hij mij schade.”

Volgens Van der Zee stond Blokkers besluit al na lezing van het boek vast. “Eerlijk gezegd voel ik mij gewoon genaaid. Ik heb een flinke kater. Ik heb een kleine 20 jaar bij die krant gezeten. Het is mijn krant gebleven. Als je dan zo wordt afgeserveerd, doet dat pijn.”

‘Eerlijk gezegd voel ik mij gewoon genaaid.’

Blokker wilde in eerste instantie niet meer reageren. Maar nu HP/De Tijd de kwestie in de publiciteit brengt, heeft hij Van der Zee alsnog een mail gestuurd.

Onzin

Dat hij met zijn besluit zijn vader van enige blaam wilde zuiveren, noemt hij onzin. Als hij dat al had willen doen had hij het interview juist moeten publiceren, betoogt Blokker in zijn mail. “Dan had ik je gevraagd naar de grond onder je opmerking, daarop zou jij moeten toegeven dat je het ‘uit de overlevering’ hebt (-) en dan had de lezer direct begrepen: die Van der Zee schrijft maar op wat hem uitkomt.”

Bovendien komen de ‘discutabele feiten’ waaraan Van der Zee appelleert niet overeen met de feiten die Blokker hebben doen besluiten het interview te schrappen, mailt de NRC-redacteur (“Ik was al bang dat Van der Zee je een en ander op de mouw zou spelden”). Blokker zou Van der Zee bijvoorbeeld hebben gevraagd hoe hij wist dat Knapen vanwege een hoge hypotheek en een hoge alimentatie NRC Handelsblad zou hebben verruild voor Philips (Knapen werd directeur in 1996 senior directeur corporate communicatie, marketing en institutionele betrekkingen bij de Nederlandse multinational). Van der Zee beweerde volgens Blokker dat Knapen hem dit zelf zou hebben verteld.  Iets wat Knapen volgens Blokker ontkent.

‘Alles wat je na ons gesprek hebt geschreven en gedaan is van een droevig stemmende rancune’

De NRC-redacteur vindt zijn besluit evenmin onprofessioneel. Integendeel, hij noemt het ‘hoogst professioneel’ om een besluit te nemen op basis van ‘de te verwachten kwaliteit van een artikel’. Het feit dat hij er desondanks niet voor is gezwicht er uit een soort van piëteit toch een stukje aan te wijden (“Het is een oud-collega van NRC die een boek heeft geschreven.”) verhoogt volgens Blokker zijn professionaliteit.

“Alles wat je na ons gesprek hebt geschreven en gedaan is van een droevig stemmende rancune,” besluit Blokker.

Meer Jan Smit? Volg ons op Facebook