De 101ste Giro d’Italia en de grenzen aan wat een mens kan bevatten

Deze column verschijnt op de maandag na de 101ste Giro d’Italia. In het documentje ‘Column Giro Einde’ op mijn computer staat onder elkaar gerangschikt achter bulletpoints, als een to-do-lijst uit de hel, een reusachtig aantal aantekeningen. Het zijn de ingrediënten van de lekkerste taart ooit, en ik sta met een schort in de keuken en heb geen flauw idee waar te beginnen. Het is te veel, gewoon: te veel. Alsof je elk detail uit Lord of the Rings apart en in drie talen moet opnoemen.

Wacht, ik lees ze even op:

  • Simon Yates?
  • Virtueel roze de mooiste kleur van allemaal.
  • Elissonde, Froomes flitssende fietssmurf.
  • Smerige sneeuwhopen op de Finestre.
  • Simon Yates!
  • Fight for your hair!
  • Die afdaling, jezusmina, die afdaling.
  • Iets doen met de naam Bert-Jan Lindeman (maakt niet zo gek veel uit wat).
  • Waar is Renaat? Wáár is Renaat?
  • Froome?
  • De voortdurend opgetrokken schouders van Krijn Schuitemaker, de man die zich afvraagt wat hij ook alweer vergeten was zichzelf af te vragen.
  • Overal renners.
  • Niets is onmogelijk.
  • Een man met een opgezette vos op de Zoncolan.
  • Een man met een opgezette vos in de auto op weg naar de Zoncolan.
  • Een man op een politiebureau in de buurt van Udine: “Ja, dat is een opgezette vos ja. Wat is er tegen een opgezette vos? Miljoenen mensen hebben zo’n meedeinend horrorhoofdje op de hoedenplank en dan zou ik geen opgezette vos mogen meenemen?”
  • Een man met een opgezette vos en een proces-verbaal in de hand op de parkeerplaats, en zijn vriend vraagt hoe het gegaan is, terwijl diens vrouw op een visstoeltje zit en zijn Pippi Langkous-pruik vlecht.
  • Froome.
  • Froome.
  • Vroem vroem.
  • (Misschien toch die man met die opgezette vos maar laten zitten?)
  • Salbuta-… Froome.
  • Poels, de Johan van der Velde van de moderne tijd.
  • Reichenbach en een ode aan de oude oma.
  • Geraspte kaas, dat groene zakje (dit had in een ander lijstje gemoeten).
  • Marginal gains.
  • Niet gebruiken: herrijzenis. Ook niet gebruiken: feniks, witte Keniaan, klootviool.
  • Tweede is ook mooi.
  • De Giro van de
  • Godsamme, Froome. Godfuckingsamme.
  • Is een tweede plek eigenlijk wel mooi?
  • Bij iemand navragen of het woord ‘knotsgek’ nog kan.

Maak daar maar chocola van, of een lopende column desnoods.

De tekst loopt hieronder door.

Giro
Beeld: ANP/AFP Foto/Luk Benies

Bestaat Sam Oomen?

Het probleem met de Giro – of laat ik me wat preciezer uitdrukken: mijn probleem met deze Giro – is dat hij niet samen te vatten valt. Onmogelijk. Het is te veel. Er is zo veel gebeurd, zoveel dingen die intussen alweer zo vreselijk lang geleden voelen, alsof ze in het guldentijdperk hebben plaatsgevonden.
Zo veel, zo snel achter elkaar, sneller en meer dan je geest kan verwerken.
Het is niet uitgesloten dat Frans Bauer de Giro in gedachten had toen hij zong: “Er is altijd wel wat, dan is er weer dit en dan is er weer dat.”

Giro
Sam Oomen (links) en Tom Dumoulin (rechts). Beeld: ANP/AFP Foto/Luk Benies

Incidenten, mooie momenten die ik al verloren ben voor ik ze heb kunnen vereeuwigen, beelden die ik kwijt ben, zo kwijt dat zelfs mijn moeder zich zal bedwingen om me aan te raden te bedenken waar ik ze voor het laatst heb gezien, omdat ze zal weten dat dát nou precies het probleem is, omdat ik dat dus niet wéét, dat ik niet weet of ik ze gezien heb, of verzonnen.

Want daar ga je aan twijfelen, als je te veel Giro tot je neemt in te korte tijd. Of het allemaal wel echt is, of dat je er zonder er erg in te hebben de helft bij verzint. Is het wel gebeurd? Hebben ze wel plaatsgevonden, die oeverloze discussies tussen Jeroen en Karsten over zwarte en bruine schapen? Bestaat Sam Oomen eigenlijk wel, of willen mijn door strips en jongensboeken vervuilde gedachten gewoon heel erg graag dat er iemand als Sam Oomen bestaat?

Heeft Marcel Kittel echt twintigduizend keer ‘Fight for your hair’ gezegd of is dat mijn zieke fantasie?
En die solo, was die echt? Nee toch? Heb ik vrijdagmiddag echt gekeken naar een vent die meer dan tachtig kilometer door de Alpen rauste? Alleen? In die stijl van ‘m, als een pony vastgebonden op een elektrische fiets, en met de haast van iemand die de trein naar zijn geliefde moet halen, maar per ongeluk in het verkeerde dal stond te wachten? Is dat gebeurd, of zou ik gewoon willen dat dat gebeurd was?

Giro
Een supporter verkleed als paus Fransiscus juicht de Girokaravaan toe. Beeld: ANP/AFP Foto/Luk Benies

En als ik dat al wilde, zou ik dan gewild hebben dat het juist die ene was, die ene gast die eigenlijk niet mee mocht doen en toch meedeed en die viel en weer opstond, de bad guy, de held en een oninteressant bijpersonage ineen, samengesmolten in een Brits twijgjeslijf dat nooit eens echt bruin wordt, hoe dicht bij de zon het ook vliegt?
Ik denk het wel.

Ik had het namelijk niet kunnen, niet willen, niet durven verzinnen. Omdat het dus te veel is. Te ongelofelijk. Soms is een koers een verhaal. Soms een roman. Een roman die niemand schrijft, omdat alle lezers zouden mailen met het verzoek met iets geloofwaardigers op de proppen te komen.

De Giro van 2018 was een bibliotheek. Zo een waar je eindeloos in kunt dwalen, met hoekjes en gaten waar je het bestaan niet van wist en afdelingen waar soms jaren geen mens komt, tot, op een dag iemand komt vragen naar het verhaal van de Giro van Bert-Jan Lindeman.
En dan tenslotte: Tom Dumoulin. De Kolos van Kanne. De Übermensch uit de buurt van Ubach over Worms.
Echt?
Of…?

Giro
Beeld: ANP/Bas Czerwinski

Veertig seconden

Na de twintigste etappe, na wat je een nederlaag zou kunnen noemen als je moedwillig naast de schoonheid van tweede worden in de Giro zou willen kijken, staat Tom Dumoulin tegenover Bobbie Traksel. En ik hoor Bobbie Traksel zeggen, nadat hij eerst een paar minuten Toms voeten met dure, esoterische oliën heeft gemasseerd, dat Tom de meest constante renner is geweest. En dat hij daar trots op mag zijn. Dat iedereen daar trots op is.

En Tom Dumoulin kijkt op die bekende, Dumoulinachtige manier, hij staart naar de microfoon als naar een gratis snack waar hij geen zin in heeft. En dan knikt hij, dankbaar, en een beetje meewarig. Tweede. Tuurlijk is-ie trots. Iedereen is trots. Tuurlijk. Maar toch.

Tom weet dan, op die zaterdagmiddag op de Matterhorn, nog niet dat hij op de kleddernatte straten van Rome zal demarreren, met doodsverachting door de bochten zal glijden, niks geen tijdsneutralisatie en met bijna veertig seconden voorsprong op het peloton de rit zal winnen, net genoeg voor zijn tweede Giro op rij. Niemand weet dat dan al.

En kijk, in theorie zou het natuurlijk kunnen dat er tussen al het bovenstaande een verzinsel is geslopen, per ongeluk. Het lijkt me sterk, maar uitsluiten kun je het niet. Na drie weken Giro weet ik niets meer zeker. Maar àls het zo is, en ik schrijf met nadruk ALS, dan is er in het echt vast nog iets veel gekkers wél gebeurd.

Meer Frank Heinen? Volg ons op Facebook