Traangas, klappen en granaten: de Franse pers zit in het nauw

Met de regelmaat van de klok laait in Frankrijk een discussie over politiegeweld op. Affaires rond Adama Traoré en de demonstrant die afgelopen week zijn hand verloor door politie-ingrijpen doen velen zich afvragen of de toch al niet geliefde politie niet te hard ingrijpt. Een discussie die hierbij aansluit is politiegeweld tegen journalisten tijdens demonstraties. Uit deze discussie doemt een grotere vraag op: wat is in de 21ste eeuw een journalist?

Pers
Beeld: Wilco Versteeg

Op de jaarlijkse World Press Freedom Index van Reporters Without Borders neemt Frankrijk een schamele 33ste plaats in, tussen Slovenië en Tsjechië. Het land van de rechten van de mens doet het lang niet slecht, maar toch minder goed dan Suriname (plaats 21), Costa Rica (plek tien) en Nederland (plek drie). Hoewel deze ranking vooral veroorzaakt wordt door een weinig divers medialandschap, is ook de behandeling van journalisten tijdens demonstraties sinds 2016 een blijvend probleem.

De voorbeelden zijn talrijk. Tijdens de demonstratie van 19 april 2018 tegen de hervormingen van Macron loopt een fotograaf een zware verwonding aan zijn hand op door een fragmentatiegranaat en is een andere fotograaf een gebroken sleutelblad geslagen door de politie.

Op 1 mei wordt een waterkanon ingezet om twee duidelijk herkenbare journalisten van een verder lege straat te spuiten. Op dezelfde dag wordt de camera van een door de wol geverfde journalist expres stukgeslagen door een agent. Om maar te zwijgen van de keren dat Gaspard Glanz van het onafhankelijke en geëngageerde Taranis News is opgepakt tijdens of door het maken van zijn soms provocatieve documentaires.

Recent kreeg ook ik een volle lading traangas in mijn gezicht gespoten tijdens een reportage over een bezetting van een examencentrum door studenten, terwijl er van mij geen enkele dreiging uitging en er voor mijn geen duidelijke aanleiding was om dit geweld te gebruiken.

Deze voorbeelden kunnen eindeloos aangevuld worden. Vanaf 2014 gaat het om zeker 124 gevallen van geweld door de politie tegen journalisten. Dit zijn er teveel om slechts van incidenten te kunnen spreken.

Politici als Mélenchon, Le Pen, maar ook Macron uiten regelmatig hun wantrouwen over journalisten, een wantrouwen dat breed gedeeld lijkt te worden in de Franse maatschappij met slechts rond de 50 procent van de Fransen die traditionele media vertrouwt, en slechts 25 procent die internet als nieuwsbron vertrouwt. Ook demonstranten delen dit wantrouwen. Niet in de laatste plaats door de geheim agenten die zich voordoen als journalisten om deelnemers van dichtbij in kaart te kunnen brengen.

De tekst loopt hieronder door. 

Tijdens demonstraties worden er regelmatig fotografen en cameramensen aangevallen door het black bloc. Maar ook van de kant van de politie valt geweld te verwachten. Amnesty International is regelmatig met een observatieteam aanwezig om politiegeweld in kaart te brengen en sprak een jaar geleden van een ‘zeer zorgwekkende situatie’.

Pers
‘Recent kreeg ook ik een volle lading traangas in mijn gezicht gespoten.’ Beeld: Wilco Versteeg

De politie reageert niet op mijn verzoeken om commentaar over geweld tegen journalisten. Al heeft David Michaux, een secretaris van een politievakbond, in juli 2017 wel enkele uitspraken gedaan tegen het platform Atelier des Médias. Volgens Michaux is het in het heetst van de strijd moeilijk om een onderscheid te maken tussen journalist en demonstrant, en hij ontkent dat journalisten aan worden gevallen omdat ze journalist zijn. Hij erkent wel dat zijn collega’s ‘bang zijn hun gezicht terug te vinden op sociale media’ en mogelijk gevaar lopen als ze worden herkend.

Dit verklaart tevens waarom agenten in strijd met het recht geen dienstnummer dragen en steeds vaker een gedeeltelijk of volledig bedekt gezicht hebben. Daarnaast stelt Michaux dat de alomtegenwoordigheid van camera’s stressverhogend werkt op agenten.

Michaux maakt echter ook een ander interessant punt: hij stelt dat het normaal is dat beschermend materiaal zoals een helm, een bril tegen traangas, en een gasmaker wordt afgenomen van journalisten zonder perskaart.

Dit is echter de standaarduitrusting van een fotograaf tijdens een Parijse demonstratie. De tekst loopt hieronder door.

Life of a photographerI remember my first demonstration. I went there 'just to check' and was completely unprotected,…

Geplaatst door Wilco Versteeg op woensdag 2 mei 2018

Dit geeft een nieuw laag aan het probleem, namelijk de status van vele, voornamelijk jonge freelancejournalisten. In Frankrijk is het bijna onmogelijk om de felbegeerde door het ministerie uitgegeven perskaart te krijgen. Hierdoor lopen ze risico’s als ze in aanraking komen met de politie: afname van beschermingsmateriaal, het onder dwang moeten wissen van foto’s, of zelfs opgepakt worden zoals op 22 mei gebeurde met een journalist van het geëngageerde collectief La Meute.

Pers
Deze (burger)journalist heeft zelfs een bloedzak in zijn rugzak. Beeld: Wilco Versteeg

Vandaag de dag kan iedereen die zich op het juiste moment op de juiste plaats bevindt en daarvan verslag wil doen, dit zonder problemen doen: de 21ste eeuw is de eeuw van burgerjournalisten en de vervaging van de grens tussen professionele en amateurverslaggeving.

Door de mogelijkheden die het internet biedt, is een journalist niet langer iemand die een studie journalistiek heeft gevolgd en voor een krant of tijdschrift werkt. Iedereen die wil, kan zijn of haar stem laten horen op sociale media en daarmee een aanzienlijk publiek bereiken. En dat is te zien in de wereld van de demonstranten. De meest interessante stemmen uit de hedendaagse Franse journalistiek komen nu juist uit de hoek van jonge, ondernemende en vaak geëngageerde journalisten die, dankzij grote onlinegemeenschappen, een divers publiek weten te bereiken, zonder perskaart.

De precaire situatie voor journalisten kent dus verschillende lagen. Naast het gevaar dat komt kijken bij een demonstratie is er ook het wantrouwen tegen journalisten en de onduidelijk over de vraag wie zich een journalist mag noemen en dus een zekere bescherming verdient.