De politiek correcte wereld van het schoolboek

Roelof Bouwman & Kirsten Munk 26 jun 2018 Leven

Er werd afgelopen week fel gediscussieerd tussen Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet en Paul Rosemöller, de huidige voorzitter van de Voortgezet Onderwijs Raad, over linkse indoctrinatie op de middelbare school. Twaalf jaar geleden namen Roelof Bouwman en Kirsten Munk voor HP/De Tijd de proef op de som en onderwierpen 41 schoolboeken aan een kritisch onderzoek. Hoewel het al enige tijd geleden is, zijn de besproken onderwerpen nog steeds zeer actueel.

Beeld: ANP/Remko de Waal

Het horen van het woord ‘schoolboek’ laat doorgaans niemand onberoerd. Hoe kan het ook anders? Allemaal zijn we opgegroeid met schoolboeken en dus staan ze gegrift in ons geheugen. Die lastige Schwere Wörter van Duits bijvoorbeeld, of die felgekleurde, vierkante economieboeken van professor Arnold (De kern van de economie) Heertje.

Anders dan de avonturen van Asterix of Oorlogswinter waren het boeken die we niet voor ons plezier lazen, maar omdat het móest. En als dát al niet zwaar was, dan toch wel het gewicht van de boeken. Met name in de brugklas werden onze fysieke vermogens dikwijls zwaar op de proef gesteld.

Herinneringen, doorgaans van minder plezierige soort: dat is meestal alles wat er blijft van schoolboeken. Na het eindexamen probeerden we ze te slijten aan De Slegte of leverden we ze in bij het schoolboekenfonds – en dat was het dan.

Of toch niet? Want hoewel lang niet alle kennis die we vroeger uit schoolboeken opdeden ons is bij gebleven, droegen ze — precies zoals de bedoeling was — toch in niet geringe mate bij aan onze intellectuele vorming. Schoolboeken boden als het ware een venster op de wereld – zeker op de middelbare school. Met name in aardrijkskunde-, geschiedenis- en maatschappijleerboeken lazen we dingen over landen, mensen en kwesties die ons voorheen vreemd waren geweest. De feiten en opvattingen die ons op die manier werden bijgebracht, vormden (mede) ons mens- en wereldbeeld.

Verondersteld mag worden dat dat voor de huidige generatie middelbare scholieren nog steeds zo is. Die omstandigheid maakt het relevant om eens te kijken wat er nu precies in die schoolboeken staat vermeld. Meer concreet: wat leren middelbare scholieren anno 2006 over kwesties als bijvoorbeeld immigratie, politieke stromingen, het milieu en de multiculturele samenleving? Wat komen ze te weten en wat niet? En: hoe gekleurd is de informatie die hen langs deze weg bereikt?

Om daarachter te komen, verdiepten we ons in 41 boeken die momenteel op het vmbo, de havo en het vwo in gebruik zijn bij de vakken aardrijkskunde, geschiedenis en maatschappijleer (zie de lijst met alle geraadpleegde titels aan het eind van dit artikel).

De boeken zijn afkomstig van gerenommeerde schoolboeken uitgevers als Malmberg en Wolters-Noordhoff en zijn allemaal van recente datum; de oudste titel die we gebruikten, stamt uit 2005.

Voor lezers die — bijvoorbeeld omdat ze geen kinderen hebben — al tijden geen schoolboek meer van dichtbij hebben gezien: het uiterlijk van de boeken is de laatste jaren ingrijpend veranderd. Bijna allemaal zijn ze tegenwoordig uitgevoerd in full colour en ze wemelen van foto’s, grafiekjes en cartoons. Pagina’s met alleen maar tekst komen niet meer voor en ook hoofdstukken van meer dan twee bladzijden zijn zeldzaam geworden. Ter vergelijking: zelfs de Hitkrant oogde twintig jaar geleden minder flitsend dan de schoolboeken van nu.

Tot zover de buitenkant. Maar wat te denken van de inhoud van de schoolboeken?

Milieu

Nederland telt vijftig procent meer bos dan in 1900, de concentratie zwaveldioxide in de lucht is nog maar enkele procenten van wat die in de jaren zeventig was, en het aantal buizerds, reeën, aalscholvers, ooievaars en zeehonden is de afgelopen decennia verveelvoudigd: zo maar wat goed milieunieuws dat we in geen enkel schoolboek zagen vermeld. In plaats daarvan wordt middelbare scholieren bladzijde na bladzijde voorgehouden dat het met ons milieu zéér, zéér beroerd gaat. Sombere voorspellingen buitelen over elkaar heen:

Grondstoffen worden opgemaakt. Door vervuiling en vernieling gaat het milieu achteruit. Jouw kinderen moeten leven in een wereld met minder grondstoffen, minder natuur en veel vervuiling.” (Wereldwijs, aardrijkskunde)

Of deze, uit de oude doos:

In 1972 publiceerde een groep internationale onderzoekers, de Club van Rome, een rapport met de titel ‘Grenzen aan de groei’. De geleerden legden daarin uit dat de wereldeconomie niet onbeperkt kon blijven groeien. De productie zou leiden tot vervuiling en tot uitputting van grondstoffen en energiebronnen.” (Indigo, geschiedenis)

Dat geen enkele belangrijke voorspelling uit Grenzen aan de groei is uitgekomen (zo zouden al in 1992 alle aardolievoorraden op zijn), komen we niet te weten.

Ook over het zogenoemde ‘broeikaseffect’ wordt er driftig op los gespeculeerd. Telkens zijn industriële bedrijven en automobilisten de kwaaie pier:

In de jaren negentig werd onderzoek gedaan naar de opwarming van de aarde door het zogenaamde broeikaseffect. Uit dat onderzoek bleek dat er door de industriële productie en de uitlaatgassen van auto’s veel CO2 (kooldioxide) in de lucht kwam. Deze kooldioxide leidde tot het broeikaseffect.” (Indigo, geschiedenis)

Oliemaatschappijen stoten veel broeikasgas uit. Daardoor zijn ze de grote veroorzakers van de opwarming van de aarde. De producten die ze maken, zoals benzine, diesel en kerosine, zijn ook veroorzakers van het broeikaseffect. Dat gaat dus dubbelop. En wie betaalt straks de schade? (–) Shell doet net alsof het veel doet aan duurzame energie. Maar dat is niet waar.” (Wereldwijs, aardrijkskunde)

In werkelijkheid ligt het allemaal iets gecompliceerder. Want er bestaan ook andere visies op het broeikaseffect. Zoals die van Hans Labohm, expert reviewer van het aan de Verenigde Naties gelieerde Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Volgens hem is het belangrijkste broeikasgas waterdamp, dat voor zo’n negentig procent verantwoordelijk zou zijn voor het broeikaseffect. Daarnaast zijn er andere broeikasgassen, waarvan CO2 het belangrijkste is. Van de CO2-uitstoot wordt echter slechts zo’n vier procent veroorzaakt door de mens; de rest is van natuurlijke oorsprong. “Uit alles blijkt dat de menselijke bijdrage aan het totale broeikaseffect erg klein is,” concludeerde Labohm vorig jaar in Trouw.

Geluk bij een ongeluk: het ecologische nachtmerriescenario van de ‘nieuwe ijstijd’ is inmiddels uit de schoolboeken verdwenen. Zo’n 25 jaar geleden werd scholieren nog voorgehouden dat door de toenemende luchtvervuiling steeds meer zonlicht zou worden weerkaatst. Op aarde zou het zodoende steeds kouder worden en een reusachtige ijskap zou op den duur – net als in het Pleistoceen – over Europa schuiven.

Links en rechts

Hoe leg je in een schoolboek uit wat in de politiek het verschil is tussen links en rechts? Zó bijvoorbeeld:

Rechtse partijen vinden sociale ongelijkheid niet zo’n probleem. Werklozen moeten niet te veel hun hand ophouden. Linkse partijen vinden dat de overheid iedereen zo veel mogelijk kansen moet geven. Niet iedereen kan op eigen kracht zichzelf onderhouden. De linkse partijen willen meer geld naar onderwijs, uitkeringen, zorg en de derde wereld.” (Impuls, maatschappijleer)

Hoeveel scholieren zouden zichzelf na het lezen van zo’n passage nog rechts durven noemen? Minstens zo tendentieus is deze samenvatting van het partijprogramma van de VVD:

De overheid moet niet zoveel willen regelen, vindt de VVD. Laat de mensen het zelf maar uitzoeken. Wie het zelf niet kan, heeft pech.” (Blikopener, maatschappijleer)

Godzijdank bestaan er ook nog fatsoenlijke politieke partijen, zoals de SP en GroenLinks. Die willen, anders dan de VVD, alleen maar leuke dingen voor de mensen:

De SP en GroenLinks willen veel meer geregeld zien voor zwakke groepen in de samenleving. De welvaart moet eerlijker verdeeld zijn. Dus bijvoorbeeld: goedkopere medische zorg, betere pensioenen. De rijkeren moeten daar via belasting aan meebetalen. GroenLinks wil ook meer aandacht voor het milieu.” (Blikopener, maatschappijleer)

Politieke participatie, zo lezen we verder, kan op allerlei manieren vorm krijgen:

Taarten in het gezicht van politici, ketchup over driedelig grijs, kogelbrieven bij het ontbijt: burgers zijn niet alleen actief in het stemhokje.” (Impuls, maatschappijleer)

Inderdaad, wat een mogelijkheden! Maar hoe liep het ook alweer af met Pim Fortuyn?

Het is 6 mei 2002. Pim Fortuyn verlaat de radiostudio in Hilversum waar hij te gast was in de show van DJ Ruud de Wild. (—) Op het parkeerterrein loopt een onbekende man op hem af Een handtekeningenjager? Maar plotseling trekt de man een pistool en schiet.

Als de ambulance arriveert, is het te laat: Pim Fortuyn is overleden.” (Indigo, geschiedenis)

De naam van de onbekende man komen we echter niet te weten en dat het een linkse milieuactivist betrof evenmin. De moord op Fortuyn wordt voorgesteld als een onafwendbaar gevolg van zijn politieke standpunten: “Door zijn scherpe opvattingen maakte Fortuyn veel tegenstanders. Dat werd hem uiteindelijk noodlottig.” (Indigo, geschiedenis).

Ongelijkheid

Mensen verschillen van elkaar: dat hoeft middelbare scholieren uiteraard niet meer te worden uitgelegd. Maar wat zijn de oorzaken van die verschillen?

Het valt op dat schoolboeken ongelijkheid vooral bekijken door een sociologische bril. Het inzicht dat verschillen tussen mensen behalve door omgevingsfactoren (‘nurture’) ook door niet-beïnvloedbare erfelijke eigenschappen (‘nature’) veroorzaakt kunnen worden, duikt zelden op.

Hoe komt het bijvoorbeeld dat sommige kinderen het op school heel goed doen en andere minder? Dat zit zo: “Leerkrachten op de basisschool zouden weleens speciale aandacht kunnen besteden aan kinderen van rijke ouders.” (Impuls, maatschappijleer)

Ongelijkheid wordt bovendien consequent geproblematiseerd: het is iets onwenselijks dat ‘opgelost’ moet worden. Anders gaan mensen die – bijvoorbeeld – ‘te weinig geld krijgen’ zich ‘verzetten’, door – bijvoorbeeld –‘te stelen’. Steevast wordt de oorzaak van criminaliteit bij de buitenwereld gezocht; de crimineel zelf kan er allemaal betrekkelijk weinig aan doen:

Hoe komen mensen tot crimineel gedrag? Er zijn een paar oorzaken: ze hebben te weinig geld; ze leven in een achterstandssituatie; ze laten zich overhalen door een groep of ze hebben niet geleerd wat de regels zijn.” (Blikopener, maatschappijleer)

Een al even logisch gevolg van ongelijkheid, maar dan op internationale schaal, zijn – als we de schoolboeken mogen geloven – terroristische aanslagen:

Sommige terroristen vinden dat de rijke westerse landen de arme landen verschrikkelijk onderdrukken en plaatsen daarom bommen bij westerse ambassades of westerse bedrijven.” (Impuls, maatschappijleer)

Verder kan ongelijkheid ook veroorzaakt worden door mannelijke werkgevers die een hekel hebben aan vrouwen: “Zo is er het stereotype dat vrouwen geen leiding zouden kunnen geven. Maar de winst in bedrijven zal juist stijgen met een vrouw aan de top. Winst maak je namelijk niet alleen door de strijd aan te gaan met concurrenten, zoals mannen vaak doen. Daarvoor is ook gevoel voor wat er in het bedrijf speelt, samenwerking en complimenten geven nodig. Natuurlijk zegt een mannelijke werkgever het niet openlijk, maar hij vindt ‘vrouwen lastig, omdat ze zwanger kunnen worden’.” (Impuls, maatschappijleer)

Zelfs in Opzij komen we dergelijke teksten tegenwoordig nog maar zelden tegen.

Immigratie

De komst, sinds de jaren zestig, van honderdduizenden niet-westerse immigranten was en is voor Nederland een revolutionair gegeven zonder historisch precedent, evenals de omstandigheid dat deze immigranten binnenkort de meerderheid van de bevolking zullen vormen in onze grote steden. Maar de schoolboeken denken daar heel anders over. Eensgezind wordt daarin het beeld geschetst dat er niets nieuws onder de zon is en dat het met al die immigranten allemaal vanzelf wel goed komt – net als in vroeger tijden het geval was met de Franse hugenoten en de Duitse trekarbeiders:

In Nederland leven al vanaf de zeventiende eeuw mensen uit verschillende culturen. In al die eeuwen hadden migranten in Nederland tijd nodig om zich aan te passen. Hun nakomelingen lukt dat meestal goed. En dat is tegenwoordig ook zo.” (Indigo, geschiedenis)

Hoe dat in zijn werk gaat?

“Marokkaanse en Turkse ouders bijvoorbeeld vinden een goede schoolopleiding erg belangrijk. Zij willen dat hun kinderen succes hebben in de Nederlandse samenleving. Daarnaast sturen sommige ouders hun kinderen ook nog naar de traditionele Koranschool om Arabisch te leren en de koran te bestuderen.” (Blikopener, maatschappijleer)

Die Koran, zo lezen we verder, is een soort Handboek voor de Jonge Woudloper, met tal van nuttige tips en regels:

Zo staat in de koran bijvoorbeeld wat de gevolgen zijn als je een inbraak pleegt, maar ook hoe een erfenis verdeeld moet worden. Alcoholgebruik en gokken wordt sterk afgeraden.” (Terra, aardrijkskunde)

Wat volgens de Koran de precieze ‘gevolgen’ zijn van een inbraak blijft echter onvermeld, hoewel het boek daarover toch echt duidelijke taal spreekt: “En de dief en de dievegge, houwt hun handen af tot vergelding van wat zij verdiend hebben, als een voorbeeld van kastijding van Allah” (Soera 5 vers 38).

Zijn er dan echt helemaal nooit problemen met immigranten? Jawel, maar dat was vroeger: “In het verleden zijn veel Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse jongens in aanraking gekomen met de politie. Dit heeft een negatieve invloed op de beeldvorming rond allochtonen gehad.” (Blikopener, maatschappijleer).

Die negatieve ‘beeldvorming’ had natuurlijk ook te maken met de kwalijke rol van de media:

De media besteden veel aandacht aan geweldsmisdrijven en versterken zo onveiligheidsgevoelens.” (Impuls, maatschappijleer)

Maar intelligente mensen trappen daar gelukkig niet in: “Het opleidingsniveau is belangrijk voor de mening die men heeft over buitenlanders. Hoe hoger de opleiding die iemand heeft gevolgd, hoe toleranter hij staat tegenover buitenlandse immigranten.” (Wereldwijs, aardrijkskunde)

Amerika

Over Amerika hebben de schoolboeken niet veel positiefs te melden. Een paar citaten:

Terwijl de Nederlandse politie terughoudend is in het gebruik van geweld, lijkt bij de Amerikaanse politie ‘eerst schieten, dan praten’ het motto.” (Impuls, maatschappijleer)

De Verenigde Staten kennen meer armoede dan veel mensen vermoeden. (–) Ook is er sprake van vooroordelen, vreemdelingenhaat en etnisch geweld.” (Terra, aardrijkskunde)

In de VS sterven jaarlijks velen door een dodelijke injectie of de elektrische stoel. (–) In de Verenigde Staten is een repressieve aanpak en het aantal geweldmisdrijven is daar erg hoog.” (Impuls, maatschappijleer)

En dan hebben we het nog niet eens gehad over het schandalige optreden van Amerika in het buitenland. Neem de oorlog in Vietnam:

De Amerikanen stuurden een half miljoen soldaten om het Vietnamese communisme uit te roeien. (–) Wanneer de Amerikanen hoorden dat de (communistische) Vietcong zich in een bepaald dorp bevond, staken ze het in brand en schoten iedereen die ze aantroffen dood.” (Indigo, geschiedenis)

Over misdragingen van de Vietcong lezen we daarentegen weinig of helemaal niets.

Ook speelde Amerika een weinig fraaie rol in de Koude Oorlog. Het land bezondigde zich toen aan ‘zwartwit-beeldvorming’ over de Sovjet-Unie – zelfs in Nederland!

Om de Amerikaanse politiek aan het grote publiek uit te leggen, onderhielden de Verenigde Staten in Nederland, evenals in andere landen, een permanente informatiedienst, de United States Information Service. Deze hield zich in de jaren vijftig vooral bezig met het steeds opnieuw bevestigen van het Oost-West vijandbeeld.” (Indigo, geschiedenis).

Impliciete boodschap: hadden maar wat meer mensen in het Westen ingezien dat Jozef Stalin en consorten in werkelijkheid helemaal geen vijandige bedoelingen hadden, dan was het hele conflict meteen uit de wereld geweest.

En wat te denken van het einde van de Koude Oorlog? Zou de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan daar wellicht iets mee te maken kunnen hebben gehad? Welnee, zijn naam wordt vaak niet eens genoemd:

De politiek van Gorbatsjov zorgde voor ontspanning in de verhouding met de Verenigde Staten.” (Indigo, geschiedenis)

Het grootste succes van Gorbatsjov was dat hij een einde maakte aan de Koude Oorlog.” (MeMo, geschiedenis)

Verder is Amerika ook nog eens een arrogant land:

De Amerikanen vonden dat hun waarden de enig juiste waarden waren. Zij gingen voorbij aan de ongelijkheid en onrechtvaardigheid in hun eigen land. Kritiek op bijvoorbeeld het handhaven van de doodstraf in eigen land wezen ze van de hand.” (MeMo, geschiedenis)

Een land dat zich zo gedraagt, kan natuurlijk het lid op de neus verwachten. En ja hoor:

Niet iedereen was het met deze superieure houding van de Amerikanen eens. (–) Ook in het buitenland nam het verzet toe tegen de overheersende Amerikaanse principes. Dit bleek op 11 september 2001 bij de aanslag op het World Trade Centre en het Pentagon.” (MeMo, geschiedenis)

Boontje komt om zijn loontje!

De multiculturele samenleving

Het ideaal van de multiculturele samenleving en het cultuurrelativisme dat daaraan ten grondslag ligt, is in de schoolboeken nog steeds springlevend. Nederland, zo lezen we, heeft eigenlijk helemaal geen eigen cultuur. Want ga maar na:

Het christendom komt uit de buurt van Jeruzalem. Maar ook andere cultuurelementen zijn oorspronkelijk niet-Nederlands: molens zijn bedacht in Iran, de tulp komt uit Turkije. En de aardappels voor de hutspot? Uit Zuid-Amerika!” (BuiteNLand, aardrijkskunde)

Maar de Nederlandse taal dan, zou dat misschien een gemeenschappelijk cultuurelement kunnen zijn? Helaas, ook wat dat betreft zijn er te veel verschillen om over ‘de’ Nederlandse cultuur te kunnen spreken. Immers:

In Nederland leer je de Nederlandse taal op school (en thuis), maar veel mensen in Nederland spreken ook een andere taal of een dialect.” (BuiteNLand, aardrijkskunde)

Gelukkig dus maar dat er zo veel allochtonen in Nederland wonen, want daar kunnen we nog veel van leren. ‘Sociaal-cultureel werkers’ helpen ons daarbij een handje. Zoals ‘Dorien’, naar wier achternaam we verder maar moeten gissen:

Afgelopen zomer heeft Dorien een gezellige avond voor de buurt verzorgd: een multiculturele barbecue. (–) Het was een groot succes. Iedereen heeft heerlijk gegeten en recepten werden uitgewisseld. Zo werd de integratie in de buurt nog beter.” (Teria, aardrijkskunde)

Maar scholieren kunnen dat natuurlijk ook zélf doen. Vandaar deze ‘werkopdracht’:

Op jouw school zijn leerlingen met verschillende culturele achtergronden. Organiseer met elkaar een multicultureel feest. Iedere groep presenteert op dat feest iets van de eigen cultuur. Denk bijvoorbeeld aan muziek, dans, eten, drankjes, tradities, kunst en toneelspel. Doel van het feest is op een gezellige manier meer begrip voor elkaars cultuur te krijgen. Maak er een spetterend feest van.” (Impuls, maatschappijleer)

Het is niet moeilijk om een rode lijn te ontdekken in de eenzijdige manier waarop schoolboeken bovenstaande thema’s behandelen. Het milieu als slachtoffer van oliemaatschappijen, ‘zwakke groepen’ als boksbal van rechtse politici, ongelijkheid als oorzaak van criminaliteit en terrorisme, immigratie als non-probleem, Amerika als schrikbeeld en de multiculturele samenleving als paradijs: stuk voor stuk zijn het geloofsartikelen van politiek correcte snit. De lijst zou overigens met gemak nog langer gemaakt kunnen worden, want ook onderwerpen als de derde wereld, media en arbeidsverhoudingen worden dikwijls volgens het politiek correcte stramien behandeld.

Dat deze opvattingen zo nadrukkelijk domineren in schoolboeken mag gerust opmerkelijk worden genoemd. Want dankzij het optreden van politici als Frits Bolkestein en Pim Fortuyn zijn veel politiek correcte dogma’s de laatste jaren ter discussie gesteld of zelfs in onbruik geraakt. Maar kennelijk is het middelbaar onderwijs immuun gebleven voor deze ontwikkeling. Behalve opmerkelijk is dat ook zorgwekkend. Want middelbare scholen horen geen musea te zijn waar het linkse levensgevoel uit de jaren zestig en zeventig wordt tentoongesteld. Om die reden zou het mooi zijn als de eerstvolgende (politieke) discussie over schoolboeken nu eens niet alléén zou gaan over de hoge aanschafprijzen ervan, maar ook over wat erin staat. Waarbij we dan – hopelijk – bedenken dat schoolboeken die inhoudelijk niet deugen, zelfs gratis nog te duur zijn.

Geraadpleegde schoolboeken

k=kaderberoepsgerichte leerweg; gemengde leerweg; t=theoretische leerweg; b=basisberoepsgerichte leerweg.

Aardrijkskunde

  • BuiteNLand. Tekstboek 1 (havo/vwo).
  • Terra. Informatieboek (havo/vwo 3) en Informatieboek (vmbo gt 3/4).
  • Wereldwijs. Handboek (vwo); Handboek 1 (vmbo t/havo/vwo); Handboek 14-2 (vmbo t/havo/vwo); Handboek 2 (vmbo bk); Handboek 3+4 (vmbo kgt); Handboek 3 (vwo); Leerkatern. Module 4 (havo); Leerkatern. Module 3 (vwo); Werkboek 2 (vmbo-bk); Werkboek 3 (vwo); Werkboek Module 2 (vmbo kgt) en Werkboek Module 6 (vmbo kgt).

Geschiedenis

  • Indigo. Informatieboek (vmbo gt 3/4) en Informatieboek (havo/vwo 3).
  • MeMo. Basiskatern centraal examen havo/vwo; Werkboek centraal examen vwo; Geschiedenis voor de tweede fase. Werkboek (havo); Geschiedenis voor de tweede fase. Handboek (havo); Handboek 1 (vmbo bk); Handboek 2 (vmbo kgt); Handboek 3 (vwo); Leerkatern. Module 2 (vmbo kgt); Leerkatern. Module 3 (vmbo kgt); Werkboek 1 (vmbo bk); Werkboek 2 (vmbo kgt); Werkboek 3 (vwo); Werkboek. Module 2 (vmbo kgt); Werkboek. Module 3 (vmbo kgt).

Maatschappijleer

  • Impuls. Informatieboek. Maatschappijleer 1 (vmbo basis) en Informatieboek. Maatschappijleer 1 (vmbo kgt).
  • Blikopener. Maatschappijleer 1. Handboek (vmbo kgt); Maatschappijleer 1. Handboek (vmbo b); Maatschappijleer 1. Werkboek (vmbo bovenbouw b); Maatschappijleer 1.Werkboek (vmbo bovenbouw kgt); Maatschappijleer 2. Werkboek module 1 (vmbo kgt); Maatschappijleer 2. Handboek module 2 (vmbo bkgt); Maatschappijleer 2. Werkboek module (vmbo kgt) en Maatschappijleer 2. Handboek module 5 (vmbo bkgt).

Vier weken later publiceerde redacteur Roelof Bouwman een vervolgstuk, waarin hij de reacties op het verhaal op een rij zette.

Met de bezem door het schoolboek

Schoolboeken wemelen van politiek correcte standpunten, zo ontdekte HP/De Tijd. De VVD wil een Kamerdebat over de kwestie en heeft een ‘meldpunt misleidende schoolboeken’ ingesteld. Een rondgang langs betrokkenen.

Beeld: ANP/Remko de Waal

Vier weken geleden publiceerde HP/De Tijd een coverstory over schoolboeken. Het artikel bevatte de uitkomsten van een HP-onderzoek naar de inhoud van 41 boeken die momenteel op het vmbo, de havo en het vwo in gebruik zijn bij de vakken aardrijkskunde, geschiedenis en maatschappijleer. Doel van het onderzoek was om te weten te komen wat middelbare scholieren anno 2006 leren over kwesties als bijvoorbeeld immigratie, politieke stromingen, het milieu en de multiculturele samenleving.

Het bleek niet moeilijk een rode lijn te ontdekken in de eenzijdige manier waarop schoolboeken deze thema’s behandelen. Het milieu, zo constateerden we, wordt in deze boeken dikwijls voorgesteld als slachtoffer van oliemaatschappijen, ‘zwakke groepen’ als boksbal van rechtse politici, ongelijkheid als oorzaak van criminaliteit en terrorisme, immigratie als non-probleem, Amerika als schrikbeeld en de multiculturele samenleving als paradijs. Stuk voor stuk geloofsartikelen van linkse snit dus.

We noemden dat zowel opmerkelijk als zorgwekkend. Opmerkelijk omdat dankzij het optreden van politici als Frits Bolkestein en Pim Fortuyn veel politiek correcte dogma’s de laatste jaren ter discussie zijn gesteld of zelfs in onbruik zijn geraakt – kennelijk zonder dat dat invloed heeft gehad op het middelbaar onderwijs. En zorgwekkend omdat middelbare scholen geen musea horen te zijn waar het linkse levensgevoel uit de jaren zestig en zeventig wordt tentoongesteld.

Bleef over de vraag hoe het gesignaleerde probleem zou kunnen worden opgelost. Eenvoudig zal dat in geen geval worden, zo leert een rondgang langs een aantal betrokkenen.

Beginnen we met de uitgevers van de schoolboeken. Directeur Jakob Schuiringa van uitgeverij Malmberg zegt kritiek weliswaar op prijs te stellen – “Dat houdt ons scherp” – maar vindt de politieke correctheid van schoolboeken ‘een non-issue’. “Auteurs van schoolboeken moeten docent zijn, over didactische capaciteiten beschikken, moeten kunnen schrijven en hun didactische ideeën in multimediale vormen kunnen gieten. Onze auteurs vormen qua politieke kleur een dwarsdoorsnede van onze samenleving.” Dat de VVD in het door Malmberg uitgegeven maatschappijleerboek Blikopener wordt omschreven als een partij die vindt dat ‘mensen het zelf maar moeten uitzoeken’ (“Wie het zelf niet kan, heeft pech”), noemt Schuiringa ‘te kort door de bocht’. “De mening van de auteur glipt er bij hoge uitzondering doorheen. Of dat ernstig is? Nee, want er zit een docent tussen het boek en de leerling en via de media worden de leerlingen ook geconfronteerd met allerlei opvattingen en meningen en leren ze daar kritisch mee om te gaan.”

Ook uitgeefdirecteur Stephan de Valk van Wolters-Noordhoff bestrijdt dat in de schoolboeken van zijn uitgeverij een bepaalde opinie domineert. “Ik herken me niet in de conclusies van jullie artikel.’’ Net als Schuiringa voelt De Valk er dan ook niet voor om beter toezicht te (laten) houden op de inhoud van ‘zijn’ schoolboeken. “Wij werken met auteursteams die conceptteksten altijd samen bespreken met een vertegenwoordiger van de uitgeverij. Dat functioneert goed.’’

De Amsterdamse socioloog Don Weenink, die eerder dit jaar een proefschrift verdedigde over het gymnasium en het (tweetalig) vwo, neemt de zaak wat zwaarder op. “Enerzijds moet je je over de ideologische impact van de schoolboeken niet overdreven veel zorgen maken. Als kinderen op school te horen krijgen dat Amerikanen rotzakken zijn, maar ze hebben van huis uit sympathie voor de VS, zullen ze hoogstens aan het twijfelen worden gebracht. Maar dat neemt niet weg dat het terecht is dat er onevenwichtigheid wordt bespeurd in schoolboeken. In zulke gevallen moet de uitgever ervoor zorgen dat die auteur tegengewicht krijgt van een andersdenkende auteur. Ook zouden docenten een appèl kunnen doen op schoolboekenuitgevers. Ze zouden bijvoorbeeld een adviserende commissie in het leven kunnen roepen.”

Bestuurslid Presley Bergen van de Vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) vermoedt echter dat die docenten niet zozeer deel zijn van de oplossing, als wel van het probleem. “Je ziet de laatste jaren een gigantische daling van de kwaliteit onder docenten. Dat komt vooral doordat de bevoegdheidseisen zijn vervangingen door bekwaamheidseisen. Dat betekent feitelijk dat iedereen les mag geven, ongeacht je vooropleiding. En het zijn juist die docenten die kiezen welke boeken op school worden gebruikt. Weet u hoe dat tegenwoordig gaat? Zo’n docent bladert globaal een boek door, kijkt of het didactisch mogelijk is, of het leerlingvriendelijk is, controleert of er een antwoordenboekje bij zit en koopt het dan.”

Ouders van middelbare scholieren kunnen aan het probleem niets doen, meent Bergen. “Ouders zijn machteloos. Ze kunnen naar de ouderraad gaan en daar iets roepen, maar dan krijg je het verhaal: de docenten zijn autonoom. Die autonomie wil ik helemaal niet kwijt, maar je zou moeten zorgen dat docenten beter opgeleid zijn zodat hun beoordelingsvermogen omhooggaat. Want hoe lager docenten zijn geschoold, hoe meer ze geneigd zullen zijn mee te gaan met allerlei malle excessen. Hoewel, excessen… Jullie hebben 41 schoolboeken onderzocht, dat betekent dat het structureel fout zit.’’

Tevreden uitgevers, autonome docenten en machteloze ouders – het lijkt een uitzichtloze situatie. Zou de politiek dan wellicht iets kunnen doen aan de gekleurde inhoud van schoolboeken?

CDA-minister Maria van der Hoeven van Onderwijs duikt onmiddellijk weg als haar om commentaar wordt gevraagd. Over schoolboeken, zo laat ze weten, gaat de minister niet, dat is een zaak van schoolbesturen. “Een voorspelbare reactie,” vindt Bergen. “Als het over de kwaliteit van het voortgezet onderwijs gaat, is er in Nederland steevast niemand thuis. Het enige waarop wordt gelet is dat het onderwijs procedureel en organisatorisch in orde is.”

CDA-Tweede Kamerlid en onderwijswoordvoerder Jan de Vries heeft daarentegen wel begrip voor het standpunt van de minister. “De politiek moet niet gaan bepalen wat er in de schoolboeken moet staan. Want dan zeggen we eigenlijk dat we ook invloed willen uitoefenen op de inhoud van de lessen en dus op de kennis en waarden die een docent overdraagt. En dat is buiten wat we bepaald hebben als wetgever. Voor mij is dat een traject dat we niet moeten ingaan.”

“Van der Hoeven is kennelijk bang om hier haar vingers aan te branden. Ik vind dat te idioot voor woorden,” reageert onderwijswoordvoerder Eric Balemans van de VVD-fractie. “Uitgevers verwijzen naar hun auteurs, de minister naar de schoolbesturen en de schoolbesturen naar hun docenten. En die docenten zijn dan vaak weer de auteurs van de schoolboeken. Kortom: de hete aardappel wordt door iedereen doorgeschoven, en onze kinderen branden hun mond eraan.”

Balemans memoreert dat Van der Hoeven vorig jaar pleitte voor een ‘interculturele discussie’ in onderwijs en wetenschap over intelligent design, de vooral in kerkelijke kringen populaire gedachte dat er een intelligent (lees: goddelijk) ontwerp ten grondslag ligt aan het leven. “Dat durfde ze toen wél aan te kaarten, terwijl intelligent design evengoed een thema is dat raakt aan persoonlijke opvattingen over hoe je vorm geeft aan onderwijs. Als de minister nu over de inhoud van schoolboeken het debat uit de weg gaat, meet ze dus met twee maten. Trouwens, als jullie hadden geschreven dat de toiletten op middelbare scholen niet deugden, zou de minister er direct de onderwijsinspectie op af hebben gestuurd.”

De VVD-Tweede Kamerfractie, aldus Balemans, was ‘behoorlijk hels’ toen ze via HP/De Tijd vernam van de politiek gekleurde boodschappen die in veel schoolboeken zitten verstopt. “Onderwijs moet vrij van vooroordelen en zo objectief mogelijk kennis overdragen. En dus moeten schoolboeken en leraren daar geen kleuring aan geven, vooral niet omdat kinderen geneigd zullen zijn zulke waardeoordelen voor waar aan te nemen.’’

Balemans wil het er dan ook niet bij laten zitten. Vorige week opende hij op de internetsite van de VVD een ‘meldpunt misleidende schoolboeken’. “De VVD wil dat onze kinderen opgroeien zonder vooroordelen ten aanzien van etnische achtergrond, religie, politieke voorkeur en levenshouding. Onderwijs speelt daarbij een cruciale rol. De schoolboeken moeten dan ook zonder vooroordelen kennis overdragen. De VVD vraagt u daarom voorbeelden van misleidende teksten in de huidige schoolboeken van uw kinderen aan ons te melden,” aldus de oproep. De eerste reacties zijn al binnen. Balemans wil ze – samen met de voorbeelden uit het HP-artikel – gebruiken als ammunitie voor een Kamerdebat met minister Van der Hoeven. “Desnoods roep ik de Kamer terug van verkiezingsreces, als dat nodig mocht blijken te zijn.”

Ook is de VVD momenteel aan het bestuderen of er juridische stappen mogelijk zijn tegen schoolboekuitgevers en/of -auteurs, bijvoorbeeld in de vorm van een proefproces. Balemans: “Het partijbestuur van de VVD zal daar binnenkort een beslissing over nemen. Nee, ik denk niet dat het zal doodbloeden als ik op 22 november sop als Kamerlid. Mark Rutte heeft me al verzekerd dat dit deel van mijn politieke testament, als je het zo mag noemen, absoluut niet verloren zal gaan. Het is aan ons om door te pakken en dit verder te dragen.’’

Bart Jan Spruyt, medeoprichter en secretaris/penningmeester van de conservatieve Edmund Burke Stichting, zegt blij te zijn met elke bijdrage aan de discussie, maar heeft zijn hoop vooralsnog gevestigd op een ‘revolutie van onderaf’. “Die mensen die die schoolboeken schrijven, dat zullen veertigers en vijftigers zijn die nog helemaal zijn doordrenkt van de politiek correcte poldergeest van weleer. Het lijkt me heel moeilijk om daar van bovenaf door de politiek iets aan te veranderen. Je moet bij de ouders zijn. Ik denk dat die allang doorhebben dat het onderwijs in Nederland door een kritische ondergrens is heen gezakt. De meeste burgers willen heel ander onderwijs voor hun kinderen dan wat de Haagse beleidsmakers en die schoolboekenschrijvertjes er de laatste decennia van hebben gemaakt. Dat moeten we dus uit elkaar trekken. Het onderwijs moet worden teruggegeven aan de ouders. Dat kan door het openbaar onderwijs af te schaffen en alle scholen een bijzonder, niet-openbaar karakter te geven. Ouders krijgen op die manier veel meer keuzevrijheid. Niet is zo erg als openbaar onderwijs. Omdat die scholen niet van de ouders zijn maar van de staat is er een minimale betrokkenheid.”

Allemaal toekomstmuziek, zo realiseert ook Spruyt zich, want ‘as we speak zitten duizenden leerlingen in Nederland in die rampzalige rotboeken te lezen’. Maar er zijn volgens Spruyt ook oplossingen die op wat kortere termijn vruchten kunnen afwerpen. “Zelf bijles geven bijvoorbeeld. Of zeggen: we halen onze kinderen van school af, we gaan het zelf wel doen. Inderdaad, home schooling dus. Anders dan in Amerika ligt dat in Nederland heel moeilijk, maar toch zijn er ook hier steeds meer ouders die dat doen. Met andere, gelijkgestemde ouders een eigen, alternatieve school oprichten kan natuurlijk ook. Zoals bijvoorbeeld in Waddinxveen is gebeurd: gewoon in een klein gebouwtje met een gepensioneerde rector die die school leidt, en daar zitten dan vijftig leerlingen op of zo. Zeker, dat kun je een gideonsbende noemen. Maar Gideon heeft uiteindelijk toch ook gewonnen?’’

© HP/De Tijd, 2006

Reageer op artikel:
De politiek correcte wereld van het schoolboek
Sluiten