Porno is de geheime motor achter onze beschaving

Geen genre is zo verguisd als de pornografie. Dat was al zo toen het bloot in vieze boekjes stond en dat is zo nu het via internet gaat. Nog steeds zit porno in het verdomhoekje. Dat is onterecht, stelt filosoof Sebastien Valkenberg. We hebben er zoveel aan te danken. Maar de credits? Ho maar.

Porno
Beeld: Screenshot Vieze Film van VPRO

Een uitzondering is schrijver Rudy Kousbroek. Enkele decennia terug schreef hij het essay De troost der pornografie. “De kleuren dieper, het licht stralender, de mensen mooier, met ingekeerde gezichten als op een prerafaëlitisch schilderij.” Het gaat hier, voor alle duidelijkheid, over de eerste pornofilm die Kousbroek zag.

Zo lyrisch als hij schrijft is een zeldzaamheid. Doorgaans zijn er twee benaderingen om pornografie te benaderen. In het gunstigste geval wordt er besmuikt over gedaan: we hebben het er gewoon niet over. Derhalve leidt het genre goeddeels een ondergronds bestaan. In het ergste geval volgt de verkettering. Dan is pornografie een destructieve kracht, die ons zorgen moet baren.

Zo ook toen onlangs De Groene Amsterdammer een lange j’accuse schreef. “Wat ook nauwelijks wordt besproken is de prijs van porno,” beweerde de auteur. Een tikkeltje bevreemdend was deze opmerking overigens wel. Al eeuwen gaat het over de ontwrichtende werking die het blootgenre zou hebben. Retorisch is de taboeverklaring natuurlijk ijzersterk, want vervolgens kun je zelf het taboe slechten. Dat het een verondersteld taboe betreft, doet niet ter zake.

Al dat bloot zou volgens De Groene – riemen vast – leiden tot een obsessieve omgang met seks en het eigen lichaam, geeft een eenzijdige seksuele voorlichting aan jongens, heeft een negatief effect op seksuele tevredenheid en op relaties. Ons brein zou door overmatige blootconsumptie zelfs veranderen.

Vroeger keerden ‘slechts’ feministen zich tegen pornografie. Deze was vrouwvijandig, luidde de klacht toen nog. In de woorden van de Amerikaanse schrijfster Andrea Dworkin: “Als we de pornografie niet aan banden leggen, zullen mannen vrouwen alleen nog maar als lustobject beschouwen.”

De oplossing voor dit probleem was simpel: maak porno allemaal wat vrouwvriendelijker. Zo makkelijk laten de bezwaren van psychologen en breinwetenschappers –  namen en rugnummers via de website yourbrainonporn.com – zich daarentegen niet wegpoetsen. Hun kritiek betreft het complete genre en dat is spijtig. We zien over het hoofd hoeveel het ons heeft opgeleverd. Porno is, met enige overdrijving, zelfs de geheime motor achter onze beschaving.

Porno
De Leidsche straatschender: Schelmenroman uit de 17e eeuw over ontspoorde studenten, zelfs een verkrachting wordt niet geschuwd. Beeld: Porno op Papier

‘Vuijle ende obscene boekies’

Die motor is geheim omdat ze onder de toonbank stond, aldus historica Inger Leemans zien in Het woord is aan de onderkant (2002). Ze laat zien hoe Amsterdam in de Gouden Eeuw gold als de boekwinkel van Europa. Je kon er terecht voor uiteenlopend drukwerk, van peperdure atlassen tot pornografische romans. De eerste waren om mee te pronken, de tweede om in het geniep te consumeren.

Wat waren de zeventiende-eeuwse voorlopers van gelauwerde toppers als An Inconvenient Mistress en The Altar of Aphrodite? Onze voorouders lazen D’Openhertige juffrouw (1680) en ’T Amsterdamsch hoerdom (1681). De boeken hadden een hoog NSFW-gehalte. Leemans: “Auteurs gebruiken vaak onomwonden woorden voor de daad en de geslachtsdelen (lul, trul, kous, klungel, neuken) en bedekken niets met de mantel der zedigheid.”

Natuurlijk moesten de boeken voor rode oortjes zorgen, maar ze hadden een dubbelfunctie. Ook fungeerden ze als breekijzer voor een liberalere samenleving. Er stond verkapte Bijbelkritiek in; geestelijken werden bespot. De boeken gingen uit, revolutionair destijds, van een universum waarin het bovennatuurlijke ontbrak. De natuur – lees: ons libido – was de enige aanjager van ons gedrag.

De ‘vuijle ende obscene boekies’, was de vrees, zouden de zeden ondermijnen.  Alhoewel, wás? Ook nu zit de angst voor porno zit er nog goed in. Dat wil zeggen: in samenlevingen die zich nog moeten ontdoen van de kuisheidsgordel die religie hen heeft omgedaan. Die bevinden zich niet alleen, maar wel vooral in de moslimwereld.

Salman Rushdie hoopt dat de geschiedenis zich herhaalt. Pornografie geeft aan hoe vrij een samenleving is, schreef hij een tijdje terug in het essay The East is Blue (2004). Opnieuw kan het genre zijn breekijzerfunctie vervullen. Ditmaal moeten islamitische geestelijken uit hun taak ontzet worden. Onterecht beschouwen zij zichzelf als hoeders van de seksuele moraal.

Maar dat is ver weg af. Schieten we hier ondertussen niet door naar de kant? Het keurslijf van weleer is onwenselijk, maar door de hedendaagse overdaad aan bloot komt de volksgezondheid in gevaar. Dat is althans de theorie. Nogmaals uit het Groene-stuk: “Porno is ook ongezond. Net als roken.”

Met deze parallel voel je het verbod al aankomen. Stevige maatregelen vragen echter om een solide onderbouwing. Die blijft uit. Het noodklokgelui is moeilijk te rijmen met het rapport dat vorig jaar verscheen. Verschillende partners, waaronder Rutgers, hadden onderzoek gedaan ‘naar de seksuele gezondheid van jongeren van 12 tot 25 jaar in Nederland’. Je zou een generatie in de kreukels verwachten, maar niets daarvan.

Het blijkt dat jongeren later aan seks beginnen. De sekseverschillen in genieten van seks zijn opvallend klein. Jongens en meisjes lijken op dit vlak dichter bij elkaar te zijn gekomen. Er is een lichte daling zichtbaar in het aantal jongeren dat seksuele grensoverschrijding meemaakt. In plaats van verontrustend zijn de uitkomsten eerder geruststellend.

Porno
Beeld: VPRO

Trilexperts

Porno is meer dan een vehikel voor vrijzinnigheid. Ook wie deze waarde niet onderschrijft of zelfs afwijst, profiteert geweldig van het genre, meestal zonder daar zelf erg in te hebben. Internetwinkelen, videobellen, clips streamen. Het is allemaal terug te voeren zijn op de onstilbare honger naar bloot. Lees The Erotic Engine (2010) van de Amerikaanse wetenschapsjournalist Patchen Barss en je krijgt een indruk van de hoe de wereld er uit had gezien zonder pornografie.

Het begon 40.000 jaar al toen onze voorouders grottekeningen maakten. Wat krabbelden zij op de muren, behalve de bizon-tafereeltjes die we kennen uit de geschiedenisles? Naakte vrouwen, mannen met erecties. Zo zou het nadien steeds opnieuw gaan. Kwamen er nieuwe media op, dan roken pornografen hun kans.

Tot in de twintigste eeuw moest de geilaard het doen met plaatjes. Bewegend beeld was al een geweldige verbetering, maar helemaal revolutionair was de videorecorder, aldus Barrs. Alleen kostte het apparaat in 1976 ruim 1200 dollar, een fortuin. Slechts een enkeling had er één. Gelukkig waren daar de pornoconsumenten, die wel in de buidel te tastten, zowel voor de recorder als de banden. Onbedoeld hielpen ze het medium door zijn onzekere beginjaren heen en maakten het tot een daverend succes.

Een nog grotere klapper volgde in de jaren negentig. Science fiction-producer Rick Berman is er stellig in: zonder porno geen internet. Of eigenlijk: geen supersnelinternet, want de pornomaan wil dat zijn filmpjes zonder haperen doorkomen. Zo fungeerde hij als de heimelijke sponsor van het breedbandinternet, waar niemand nog zonder kan.

Barrs werpt ook een blik op de toekomst. Welke groepen gaan er profiteren van de innovaties van morgen? Vaders die zich willen verplaatsen in hun zwangere vrouwen bijvoorbeeld. Luiergigant Huggies heeft een zwangerschapsriem ontwikkeld: bind die om en je voelt de baby – excuses: ‘baby’ – schoppen. De riem is geïnspireerd op ‘teledildonics’-techniek uit de porno-industrie, want in maar weinig sectoren hebben ze zoveel verstand van trillen en stimuleren. Wie weet wat er nog volgt. Maar één ding staat vast: de erotische industrie loopt nog als een zonnetje.

Sebastien Valkenberg is filosoof en auteur. 

Sebastien Valkenberg