Je moet het maar durven: een speelfilm over de liefde tussen een Nederlandse vrouw en een Tunesische vluchteling eindigen met het voorlezen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Regisseur Ben Sombogaart doet het gewoon in zijn nieuwste film Rafaël. Eerder verfilmde hij al het oer-Hollandse Knielen op een bed violen over een streng domineesgezin. Blijkbaar heeft Sombogaart iets met een prekerige boodschap.
De vluchtelingencrisis lijkt inmiddels al bijna uit ons collectieve geheugen verdwenen, maar het hoogtepunt van de migrantenoversteek ligt nog maar een paar jaar achter ons. Het is tijdens dit moment, rond 2014, dat Rafaël zich afspeelt. De film is gebaseerd op ware gebeurtenissen, net als het gelijknamkige boek dat Christine Otten tijdens het filmen schreef. Het gaat om een ouderwets liefdesverhaal tussen Winny, een kapster uit Eindhoven, en Nizar, een Tunesische man die een strandtent runt. Het is een klassieke romance: uit een vakantieliefde komt een baby, een huwelijk op een warm strand en de wens voor een nieuw bestaan in het beloofde land Nederland. De reden echter dat dit verhaal in 2014 alle nieuwsrubrieken haalde – van Pauw en Witteman tot Nieuwsuur en CNN – en ronkende krantenkoppen als Romeo en Julia in Fort Europa opleverde, is dat het sprookje wreed werd verstoord. Het buiten Nederland gesloten huwelijk werd hier niet erkend en door de vluchtelingencrisis kon Nazir als Noord-Afrikaan een tocht naar Nederland wel vergeten. Hij maakte in een gammel bootje meerdere keren de oversteek naar Italië, maar bleef steken in een kamp op Lampedusa, waar vervolgens de bureaucratie hem gegijzeld hield, ondanks verwoede pogingen van zijn Nederlandse vrouw om hem eruit te krijgen. Zie hier een drama waar je je als kijker gemakkelijker mee kunt identificeren dan de stromen anonieme vluchtelingen die normaal tijdens de journaals voorbij komen.
Engagement in de Nederlandse film
De Nederlandse speelfilm staat niet echt bekend om zijn engagement. Veilige onderwerpen als de Tweede Wereldoorlog of een romantische komedie voeren de boventoon. Alleen in documentaires wordt de betrokkenheid van de makers soms zichtbaar, zoals in het ontroerende en subtiele De kinderen van juf Kiet uit 2016, over een klasje met vluchtelingenkinderen in Noord-Brabant.Met Rafaël heeft producent Reinier Selen van Rinkel Film (bekend van Oorlogsgeheimen en Lucia de B.) bewust gekozen voor een film voor het grote publiek om – naar eigen zeggen – een “toegankelijke film te maken over de vreemdelingenproblematiek” . En toegegeven, dat is voor een behoorlijk deel ook gelukt. Het verhaal wordt goed opgebouwd, de personages zijn net gelaagd genoeg om je mee te kunnen identificeren en de documentair ogende beelden van de oversteek per boot weten te overtuigen. Maar zoals vaker in een Nederlandse film zijn scenario en dialogen de zwakke plekken in het geheel. We horen Winny – of Kimmy zoals ze in de film heet – aan het hek van het vluchtelingenkamp in Lampedusa “joehoe!” roepen, alsof ze aan het schoolplein haar kind ophaalt. Een wat vreemde uitroep op zo’n plek. Of Kimmy’s moeder, die tegen een Italiaanse ambtenaar uitvalt met de woorden: “Ik vraag me af wat uw moeder van u vindt!” Zinnen die prima in een Hollandse romcom passen, maar in een serieus vluchtelingendrama wat uit de toon vallen.






