Intersectioneel racisme in Rotjeknor

Gisteravond ging ik naar een Suri-Chinese toko op de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam omdat ik vreselijke trek had in een soto soep en in een enorme berg mihoen Singapore, met een volle eetlepel sambal van Madame Jeanette-pepers en afgeblust met vijf blikjes groene Fernandes. Fernandes doet mij vol weemoed denken aan Exota, de priklimonade uit mijn jeugd die helemaal kapot is gemaakt door biefstuksocialist Marcel van Dam.


Het fijne van Fernandes is dat ik er lekker van ga opboeren, zodat uren later de smaak van de mihoen Singapore weer uit de krochten van mijn darmstelsel opborrelt als een soort Orakel van Delphi maar dan anders. Ik heb dan dubbele pret van mijn maaltijd. Twee halen, één betalen. Overigens moet ik wel in de stemming zijn voor de Suri-Chinees, die veel vetter wokt dan bijvoorbeeld de Suri-Javaan. De Javaanse keuken is subtieler en gezonder, met knapperige en dus niet stukgekookte groenten, maar minder effectief qua katerbestrijding.

De eigenaar van deze toko was morsig, met plakhaar, een vies hemd en je zou zweren dat hij net nog op een matje opium had liggen schuiven. Ik vermoed dat de jonge lezers geen idee hebben wat een opiumkit is, al hebben ze misschien op de wc wel eens Kuifje en de Blauwe Lotus gelezen.

Het was een hele aardige man maar ik verstond niks van zijn koeterwaals. Wel had hij een onmiskenbaar Rotterdams accent en toen wist ik het: Ton van Duinhoven in Hadimassa! Met Kees van Kooten en Wim de Bie!

De toko zat helemaal vol met, hoe zal ik het voorzichtig omschrijven, mediterrane types. Ik dacht eerst dat het misschien de wekelijkse ontmoetingsavond was van de mohammedaanse gaybelangenvereniging Habibi Ana omdat ze allemaal Gucci-damestasjes droegen en George Michael-baardjes hadden. Allemaal net iets te verzorgd dus. Qua kleding waren ze weer erg heterotokkie: allemaal SBS-campingsmokings. Voor de deur stonden allemaal spiksplinternieuwe BMW’s dus ik begon te vermoeden dat ze of plofkrakers waren of drugsdealers. Enfin, ze zaten allemaal druk te appen en ik ging in de hoek zitten, met mijn rug tegen de muur en mijn gezicht naar de ingang gericht. Ik was benieuwd wat de jonge ondernemers zouden bestellen bij de Chinees, die zo haram als de neten was. Allemaal kip dus. Ik zag die Chinees druk in de weer met de fa chong, de typisch Chinese zwijnenworst, en daarna pakte hij met zijn blote tengels de kip voor Mo en Mehmet. Wolla, wie ben ik om te muggenziften en te mierenneuken en te haarkloven maar kosjer was het niet. Ik ga die jongens ook niet waarschuwen voor kip met varkensbacillen want het is niet mijn hood en niet mijn turf.

Wat mij opviel is dat de mediterrane types de Chinees als een slaaf behandelden. Nou weet ik dat Turken en Marokkanen in de regel niet heel erg veel op hebben met elkaar maar al helemaal niet met mensen van kleur. Dat zal wel te maken hebben met de tijd dat de mohammedanen samen met de jodenmensen, de Portugezen en de familie van Jerry Afriyie in de slavenhandel zaten maar het blijft ongepast. Deze jongens, die zeer beroerd Nederlands spraken met een vet Rotkjeknor-accent, maakten het takkietakkie van de Chinees belachelijk! Kleine sambal, klote sambal etc. Mijn grote held Dingetje heeft ooit een lied gemaakt waarin hij die goedkope grappen naar de Chinese medemens genadeloos bloot legt.

Ik werd steeds bozer en bozer op dit onbeschaamde en onverholen intersectionele en interraciale racisme. Enfin, Koot en Bie deden dat ook een eeuwigheid geleden, maar toen was het van de VARA en dus maatschappijkritisch. Ik kom uit die hoek, hetgeen ik kan bewijzen met bijvoorbeeld dit vlammende essay waarin ik het opneem voor de Chinezen van Katendrecht.

Ik had dus last van tenenkrommende, tenenkrullende plaatsvervangende schaamte en besefte ineens wat voor goed mens ik was. Niet zo goed natuurlijk als Joost de Vries, de nieuwe Harry Mulisch, die in de op sterven na dode The Guardian het stuiptrekkende Engelse volk even uitlegt hoe racistisch de Nederlander is.

Enfin, ik hield me in, bestelde drie bakabana’s en was allang blij dat ik niet gesneuveld was tijdens een of andere tribale afrekening vanwege een verdwenen containertje bananen of kokosnoten in de Rotterdamse haven. Opgelucht verliet ik de toko. Het was steenkoud op de Nieuwe Binnenweg, ik werd misselijk van de wietwalmen en ineens miste ik mijn hondjes in het verre Portugal. En toen zong ik, voor ik er erg in had, dat liedje van de Twee Pinten: neem nooit je hondje mee naar de Chinees want voor je ‘t weet dan zit ‘t beest in de satees.

En toen dacht ik: wie is zonder zonden. Ook ik denk in stereotiepen maar ik vecht er tenminste nog tegen.

Reageer op artikel:
Intersectioneel racisme in Rotjeknor
Sluiten