Spring naar de content
bron: ROBINUTRECHT/ANP

Strengere maatregelen voor mondkapjes helpen juist niet tegen corona

Immunoloog dr. Carla Peeters, die verschillende jaren werkzaam was op het RIVM, schreef enkele weken terug een vierdelige serie over het mondkapje. Wegens de toenemende angst voor een tweede COVID-19-golf besloot zij een vijfde deel te schrijven. In dit deel: waarom strengere maatregelen niet nodig zijn, en de focus op mondkapjes júíst niet helpt met preventie van corona.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: dr. Carla Peeters

De laatste twee weken is er paniek ontstaan door een toename van positieve COVID-19-testen, waardoor de oproep aan het kabinet om maatregelen aan te scherpen en mondkapjes vaker verplicht te stellen toeneemt. Vier zorgexperts hebben vorige week een brandbrief naar het kabinet gestuurd waarin zij aangeven dat er binnen 3 dagen strengere maatregelen nodig zijn om een tweede golf te voorkomen. Gelukkig heeft minister Grapperhaus vrijdag aangegeven dat er nog geen aanleiding is om de maatregelen meteen aan te scherpen. Het OMT (Outbreak Management Team) heeft het RIVM gevraagd om met een wetenschappelijke onderbouwing te komen voor de toegevoegde waarde van een uitbreiding van het verplicht dragen van mondkapjes. Dit roept onduidelijkheid en vragen op bij lezers, vandaar dit artikel. Met dit artikel beoog ik een bijdrage te leveren aan een weloverwogen besluitvorming die bijdraagt aan de gezondheid van mens en aarde.  

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Toename aantal positieve testen is geen bewijs voor aanwezigheid levend virus

Door de publiciteit rondom de toename aan positieve testen is er bij een groot aantal mensen opnieuw angst ontstaan voor besmetting, met als gevolg stress over de beperking van vrijheden, gezondheid van ouderen, en economische en sociale implicaties. Door de getallen in perspectief te plaatsen beoog ik meer inzicht te geven.

Vanaf 1 juni is het aantal mensen dat getest wordt aanzienlijk gestegen. In de week van 6 juli werden er ca. 75.000 mensen getest en in de week van 13 juli ca. 90.000 (SKIPR, 23 juli). Tussen 1 juni en 12 juli zijn er in Nederland 369.287 testen afgenomen door de GGD. Hiervan was gemiddeld 1% positief. In week 23 (1 t/m 7 juni) werd 2% positief getest, in week 28 (6 t/m 12 juli) 0,6% en in week 29 (13 t/m 19 juli) nam het iets toe naar 1%. Het aantal positief geteste mensen dat in het ziekenhuis is opgenomen, ligt momenteel rond de honderd.

De verklaring van de recente toename in positieve testen wordt gezocht in het minder streng opvolgen van de maatregelen en een toename van internationaal verkeer waardoor meer transmissie plaats vindt. Maar verschillende redenen kunnen ten grondslag liggen aan de toename in positieve testen.

De RT-PCR test geeft geen uitsluitsel over de aanwezigheid van een levend virus.

Een mogelijkheid die niet kan worden uitgesloten, is dat de casedefinitie is bijgesteld. Vanaf 1 juni worden er meer mensen getest waardoor het aantal positieve testen toegenomen kan zijn. Vóór 1 juni werden testen wegens een tekort voornamelijk bij mensen met ernstige griepverschijnselen uitgevoerd na verwijzing van de huisarts, of vóór ziekenhuis-, verpleeghuis-, of hospice-opname. Terwijl, sinds 1 juni, mensen met een loopneus of griepverschijnselen zich zonder tussenkomst van de huisarts kunnen laten testen. Ook mensen zonder klachten kunnen een test laten afnemen (maar dan op eigen kosten).

De RT-PCR test geeft echter geen uitsluitsel over de aanwezigheid van een levend virus. Een positieve test kan betekenen dat de persoon een infectie doormaakt, een asymptomatische besmetting heeft (drager zonder ziekteverschijnselen), presymptomatisch is (nog geen symptomen heeft maar binnen enkele dagen symptomen te verwachten zijn), of eerder een infectie heeft gehad. De uitslagen geven dus niet aan hoeveel mensen geen, milde of ernstige klachten doormaken. Daarbij kunnen de wijze van afname van de keelswab en bewaarcondities een rol spelen bij de diagnostiek, en ook kunnen valse negatieve en valse positieve uitslagen voorkomen. Aanvullende klinische diagnostiek is dus aan te bevelen om een diagnose van een COVID-19 besmetting te bevestigen.

Afname aantal mensen dat overlijdt aan COVID-19

Ook is er sinds zeven weken een laag sterftecijfer van COVID-19 patiënten in Nederland. In de week van 9 tot en met 15 juli was de totale sterfte in Nederland niet verhoogd (sterfte binnen 2 weken gerapporteerd – rondom 97% gerapporteerd). In totaal zijn 2.529 sterfgevallen gemeld. Gewoonlijk verwachten we in deze tijd van het jaar tussen de 2.408 en 2.715 sterfgevallen. De gemelde sterfte aan door een laboratorium bevestigde COVID-19 was in diezelfde week: 8.  Figuren 1-3 tonen dat het aantal patiënten met COVID-19 sterk afneemt.

Verloop COVID-19 2020

mondkapjes
Figuur 1. Verloop ARDS op de intensive care   
bron: RIVM

Vanaf 1 juni tot 13 juli zijn geen mensen in het ziekenhuis opgenomen met de zeer ernstige vorm van COVID-19: ARDS (acute respiratoire infecties). Meer gegevens over de IC zijn te vinden op de website van Stichting NICE.

Mondkapjes
Figuur 2. Verloop COVID-19 in ziekenhuizen                 
bron: RIVM
Mondkapjes
Figuur 3. Verloop COVID19 in verpleeghuizen               
bron: RIVM

Bovenstaande gegevens zijn afkomstig uit het websitereport Epidemiologische situatie COVID-19 Nederland (21-7-2020, RIVM).

Tijdens de zomermaanden mensen minder ziek door COVID-19

Gezien de gedaalde ziekenhuisopnames, de lagere COVID-19-sterfte gedurende de afgelopen zeven weken, en de zomermaanden is er nog geen noodzaak om maatregelen te verscherpen. Bij de presentatie van de uitkomsten van een trial met tolizimab, een geneesmiddel dat wordt onderzocht op effectiviteit in het verminderen van symptomen van COVID-19, werd door de onderzoeker aangegeven dat de mensen met COVID-19 de laatste maanden minder ziek zijn in vergelijking met de controlegroep die gevormd wordt door mensen met COVID-19 aan het begin van de pandemie (SKIPR, 22 juli). De trend van lagere sterfte en milder verloop van de ziekte onder invloed van temperatuur, UV en luchtvochtigheid komt overeen met de weergaven in figuren 1-3. In het artikel van Moriyama et al., Review over Seasonality of Respiratory Viral Infections, concluderen onderzoekers dat winteromstandigheden (lage temperatuur en lage luchtvochtigheid) de verspreiding van virussen die bovenste luchtweginfecties kunnen veroorzaken (inclusief het SARS-COV-2 virus), kunnen bevorderen. Een recente studie in muizen toonde dat verblijf in een droge ongeventileerde lucht de verspreiding van een virus kan bevorderen. Een andere studie met cavia’s toonde dat droge lucht de effectiviteit van het natuurlijke beschermingssysteem (immuniteit) kan onderdrukken.

Effectiviteit voor het dragen van mondkapjes nog niet wetenschappelijk bewezen

Ondanks dat er meerdere meta-analyses verschijnen over de effectiviteit van het dragen van mondkapjes door gezonde mensen ontbreekt evident wetenschappelijk bewijs. In de artikelenserie over mondkapjes I tot IV wordt al naar diverse wetenschappelijke artikelen in peer-reviewed tijdschriften verwezen. Onderstaande aanvullende informatie geeft nog meer inzicht.

Het risico op infectie kan zelfs toenemen door vochtophoping tijdens het dragen van een masker

Zo concluderen onderzoekers van het door de WHO-gefinancierde meta-onderzoek dat gepubliceerd werd in The Lancet: “een direct bewijs voor het dragen van mondkapjes voor het verminderen van infecties is beperkt. Er is meer onderzoek nodig”. De geïncludeerde onderzoeken in deze studie betroffen met name kleinschalige onderzoeken (niet-gerandomiseerde studies) in ziekenhuizen ten tijde van de SARS-COV-1 epidemie. Dit is niet te vergelijken met de vraag die nu leeft voor het langdurig gebruik van mondkapjes door gezonde mensen.

Randomized Controlled Trials (een onderzoeksmethode die in de geneeskunde gebruikt wordt om te onderzoeken of een behandeling effectief is) over de effectiviteit van maskers zijn beperkt. Uit een meta-analyse van Randomized Controlled Trials naar de verspreiding van influenzavirus, gepubliceerd door de CDC, blijkt dat er voor gezonde mensen geen verschil is in het wel of niet dragen van mondkapjes of medische maskers in het verminderen van klinisch of met laboratoriumdiagnostiek bevestigde virale infecties. Een Randomized Control Trial voor de verspreiding van het influenzavirus gepubliceerd in de British Medical Journal toont aan dat mondkapjes 97% van de virusdeeltjes kunnen doorlaten. Het risico op infectie kan zelfs toenemen door vochtophoping tijdens het dragen van het masker. In Zweden is het dragen van mondkapjes door gezonde mensen tot op heden niet ingevoerd, en ook dáár daalde het aantal mensen dat met COVID19 op de IC ligt of overlijdt ten gevolge van de ziekte de laatste weken sterk.

Het wereldwijd dragen van mondkapjes heeft door de toename van plastic afval nu al een negatief effect op de aarde, met als gevolg een grotere kans op toekomstige infecties.

Negatieve effecten van het dragen van mondkapjes onderbelicht

In deel II van de serie artikelen worden de negatieve gevolgen van het dragen van mondkapjes beschreven. Onderstaand een samenvatting van de belangrijkste en enkele nieuwe punten:

  • Er kan een hogere virusconcentratie in het mondkapje ontstaan, waardoor de kans op infectie groter wordt. Het risico van het binnendringen van andere micro-organismen door onzorgvuldig gebruik van mondkapjes kan co-infectie bevorderen.
  • De toegenomen moeilijkheid om voldoende zuurstof te kunnen inademen kost meer energie. Hierdoor is minder energie beschikbaar voor andere belangrijke metabole processen en het immuunsysteem.
  • Schadelijke stoffen in de mondkapjes kunnen de trilharen, de slijmlaag en het longepitheel beschadigen waardoor virussen en bacteriën gemakkelijker kunnen binnendringen.
  • Non-verbale communicatie, essentieel voor menselijk contact, wordt sterk beperkt. Harder spreken is nodig om elkaar te kunnen verstaan. Voor slecht horende mensen, mensen met mentale problemen en mensen met een beperking is het dragen van mondkapjes verschrikkelijk (Blustein, 2020). Mondkapjes verplichten is daardoor ook discriminerend omdat het een bepaalde groep mensen zal noodzaken minder deel te nemen aan de maatschappij.
  • Stress zorgt voor een hogere hartslag en kan de lichaamstemperatuur doen toenemen. Het natuurlijk immuunsysteem wordt hierdoor ondermijnd.
  • Mensen kunnen zich tijdens én na het dragen van mondkapjes moe en oncomfortabel voelen. Voor mensen met één of meerdere chronische ziekten veroorzaakt dit een verhoogd risico op verslechtering van de situatie.
  • De WHO raadt het dragen van mondkapjes tijdens het sporten af vanwege de grote risico’s op onwel worden, het krijgen van een te laag zuurstofgehalte, en hart- of longaandoeningen (WHO Nieuwsbrief, 22 juni 2020). Dit vraagt ook om voorzichtigheid met fietsen en wandelen.
  • Het wereldwijd verplicht dragen van mondkapjes/medische maskers heeft door de toename van plastic afval nu al een negatief effect op de aarde veroorzaakt. Door toenemende milieuverontreiniging raakt de aarde verder uitgeput. Met als gevolg een grotere kans op infecties met nieuwe of herleefde micro-organismen (pandemieën).

Juist focus op mondkapjes ondermijnt herstel en preventie voor de nieuwe golf

De toename in het aantal positief geteste personen en tegelijkertijd een daling van het aantal mensen dat overlijdt aan COVID-19 is in meerdere landen o.a. Amerika te zien. Doordat de sterftecijfers afnemen en het aantal gemeten besmettingen stijgt daalt de infectie fataliteitsratio tot ca 0,26%, wat in de range is van een griepseizoen.

De kans dat een COVID-19-vaccin voor de winter beschikbaar wordt is klein; het wordt in het tweede trimester van 2021 verwacht. Dat is ná het volgende griepseizoen. Als besloten wordt om vaker mondkapjes verplicht te stellen is er een risico dat dit bij veel mensen het natuurlijk immuunsysteem verzwakt. Voor mensen met chronische zieken (58% van de bevolking) in Nederland kunnen we spreken van een minder effectief immuunsysteem. En een effectief werkend immuunsysteem (met een goede humorale en cellulaire immuniteit) is nodig om een volgende golf van welk virus dan ook af te zwakken. Daarnaast wordt bij een verzwakt immuunsysteem een verminderde reactie op een potentieel vaccin verwacht. Onderzoeken hebben aangetoond dat ouderen minder goed reageren op een influenzavirusvaccin wanneer zij met een stressvolle situatie te maken hebben. Voldoende ventilatie, hogere temperaturen en luchtvochtigheid, minder luchtverontreiniging en een goede vitaminestatus kunnen bijdragen aan het voorkomen van virale infecties (Moriyama et al, 2020). Besluitvorming die bijdraagt aan het ontwikkelen van groepsimmuniteit (het stimuleren van de vorming van antistoffen en T-cel immuniteit bij gezonde mensen) en maatregelen die bijdragen aan een balans van het interne en externe ecosysteem zijn raadzaam. En dat is in het belang van iedereen.

Word lid van HP/De Tijd

Lees hier Deel I: helpt het dragen van een mondkapje om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan?

Lees hier Deel II: veel mensen die een mondkapje dragen, ervaren een negatief effect op de gezondheid

Lees hier Deel III: het aantonen beschermende werking van medische mondmaskers blijkt niet zo eenvoudig

Lees hier Deel IV: Stop met anderhalve meter afstand en het verplicht dragen van mondkapjes

Dr. ir. Carla Peeters is directeur van COBALA Good Care Feels Better®. Zij is immunoloog, werkte jaren aan infectieziekten op het RIVM en was bestuurder van een aantal zorgorganisaties.