Koude rillingen

Op Terschelling gaan ze met hun tijd mee. Het aloude klompendansen heeft plaatsgemaakt voor Oerol. Daar zullen ze straks in New York nog van opkijken.

Het is ruim na middernacht als ik aan de rand van het bos zit te kijken naar een vrouw die zich door een ezel laat beffen. Warm word ik er niet van. Wel koud. IJskoud. Het heet vandaag een midzomernacht te zijn, maar daar is  bar weinig van te merken. Nee, dan de dame die de snuffelende snuit van het lastdier tussen haar dampende dijen begraaft. Voor haar is de gevoelstemperatuur vele tientallen graden hoger dan voor de honderden voyeurs die haar bij haar bestiale uitspatting gadeslaan. En als dat niet zo is, dan speelt ze het. En als ze het speelt, dan speelt ze het bijzonder goed. Maar dat kun je een lid van het gesubsidieerde toneel wel toevertrouwen.
     De aanwezigheid van minister Plasterk van Cultuur in het gezelschap gluurders bewijst dat we hier inderdaad met hoogwaardig theater van doen hebben. Onder regie van Karina Kroft geven de dames en heren van Toneelschuur Producties vannacht een eigen interpretatie ten beste van Midzomernachtsdroom, William Shakespeares doldwaze relatieklucht vol verwisselingen en verwarring en in die zin de zestiende-eeuwse voorloper van John Lantings Theater van de Lach (“Níet! In! De slaapkamer!!”). Het oorspronkelijke stuk kent drie lagen en een blootliggend staartje, een aanhangsel dat door regisseuse Kroft met beide handen werd vastgegrepen en uitgetrokken tot het lang genoeg was om aan een door haarzelf geplante boom vast te knopen. Dit was een heel moeilijke zin, maar het is dan ook een heel moeilijk stuk. Moeilijk, maar mooi, betoverend mooi. Door het geheel ’s nachts op te voeren op een open plek aan de rand van het bos, met een statige duinenrij op de achtergrond en badend in een zee van sprookjesachtig licht, zorgen de makers ervoor dat je Midzomernachtsdroom ervaart alsof je in een échte droom zit…
     Maar dan wel eentje die je droomt terwijl je met je blote billen op het koude zeil ligt!

Lees het gehele verhaal in HP/De Tijd van deze week.

Michiel Blijboom