De nieuwe Amerikaanse droom

Ondanks de recessie blijven de Amerikanen optimistisch. Het lijkt zelfs wel of de American dream in deze barre tijden een opleving doormaakt. Hoopvolle berichten uit the Land of the Possible.

Het lijkt een scène uit een sentimentele Hollywoodfilm. Honderd gloednieuwe Amerikaanse burgers kijken opgetogen naar de star-spangled banner die schittert in de zomerzon. De hemel is blauw boven Mount Vernon, het landgoed in Virginia waar George Washington, de eerste president van de Verenigde Staten, 45 jaar lang woonde. Op het grasveld voor het voormalige huis van de ‘vader des vaderlands’ zijn de immigranten bijeen gekomen voor hun inburgeringsceremonie. Iedereen zingt mee als het militaire orkest het volkslied inzet. “Oh, say can you see by the dawn’s early light…”

De nieuwe Amerikanen, geboren in 43 verschillende landen, waaronder Nederland, steken hun rechterhand op en leggen de eed af die hen voorgoed Amerikaan maakt. “Dit land is nu uw land,” zegt Lauren Kielsmeier, stafhoofd van de Amerikaanse Burgerschapen Immigratiedienst. “Uw geschiedenis is nu Amerikaanse geschiedenis.”

De droom van Gloria Maya, een 37-jarige buschauffeur uit El Salvador die lerares wil worden, is uitgekomen. “Ik kan niet onder woorden brengen wat het betekent,” zegt ze terwijl haar ogen vochtig worden. “Ik hou van dit land. De mensen zijn hier optimistischer. Er zijn hier kansen voor iedereen.”

Het Amerikaanse optimisme spreekt ook de ‘nieuwe burger’ Rob Groot aan, die samen met zijn Amerikaanse vrouw en dochters besloot voorgoed in de VS te blijven. De uit Zoetermeer afkomstige 42-jarige consultant is bezig een eigen bedrijf op te starten. “Amerikanen stappen sneller over zaken heen waar Nederlanders over kniezen,” zegt Groot. “Neem het verlies van je baan. Hier denken ze: vandaag werk je hier, morgen ergens anders. Je kunt het zelf maken.”


Overal vinden deze ceremonies plaats, van Disneyland tot legerbases in Irak en Afghanistan, van Las Vegas tot Liberty Island. Nog altijd staan mensen uit de hele wereld in de rij om tot ‘the land of the free and the home of the brave

‘ te mogen toetreden. En overal klinkt een speciale audioboodschap van president Barack Obama voor de nieuwe Amerikanen. “Onthoud dit,” zo bezweert de president. “In Amerika is geen droom onmogelijk.”

Stop. Time-out. Reality check.

De idylle op Mount Vernon vindt plaats in een land dat de diepste crisis sinds de Grote Depressie van de jaren dertig doormaakt. De nationale staatsschuld is opgelopen tot meer dan 11,6 biljoen dollar (11.600.000.000.000) ruim 38.000 dollar per Amerikaan -, de werkloosheid heeft met ruim 9,5 procent het hoogste niveau in een kwarteeuw bereikt, de huizenzeepbel is gebarsten, waardoor alleen al in de eerste helft van 2009 anderhalf miljoen woningen in dwangverkoop gingen en voormalige kroonjuwelen als General Motors en Citigroup alleen met overheidsgeld overeind blijven. De binnenlandse consumptie is ingestort. De ooit zo onverzadigbare Amerikaanse koper is blut en uitgeshopt.

En misschien is de huidige crisis nog wel veel fundamenteler dan de economische malaise doet vermoeden. Cullen Murphy ziet in zijn boek Are we Rome? parallellen tussen de VS en het Romeinse Rijk. Net als toen vertoont de supermacht volgens Murphy trekken van verval: het militaire apparaat is overbelast, de samenleving in de greep van decadentie, het overheidsapparaat machteloos door ongebreidelde privatisering en deregulering, en de Amerikanen zijn net als de Romeinen arrogant en onwetend over de rest van de wereld.


William Greider, een bekende Amerikaanse journalist en schrijver, gaat nog een stap verder. “Amerikanen moeten zich realiseren dat ze niet langer nummer één zijn in de wereld. Plus: er is een ecologische crisis gaande en onze representatieve democratie functioneert niet meer.” Die pessimistische teneur komt ook terug in Greiders laatste boek, Come Home, America, waarbij de titel verwijst naar de buitenlandse ‘militaire avonturen’ van de VS en de wens dat Amerika terugkeert naar zijn ‘oorspronkelijke waarden’.

Er lijkt alle aanleiding voor de doom and gloom die zich meester heeft gemaakt van een deel van de Amerikaanse elite, maar hoe kijkt de rest van het land ertegenaan? Zijn de Amerikanen in shock door alle tegenslagen? Schrijven ze hun American dream af als een collectieve fantasie van optimistische voorouders?

Het antwoord is even verrassend als helder. “No.” Integendeel zelfs. Volgens een peiling van het dagblad USA Today gelooft bijna driekwart van de bevolking dat de Amerikaanse droom nog steeds binnen handbereik is. Uit een recente studie van onderzoeksinstituut Pew blijkt dat jonge Amerikanen het hardst getroffen zijn door de crisis in de leeftijdsgroep tussen de 18 en 29 jaar heeft 35 procent moeite met het betalen van de huur en 36 procent heeft iemand in zijn huishouden die zijn baan kwijt is maar toch is juist deze groep het meest optimistisch. Liefst 76 procent denkt er in de loop van volgend jaar financieel beter voor te staan. Een ander voorbeeld van het onverbeterlijke optimisme: 71 procent van de volwassen Amerikanen heeft er vertrouwen in dat ze voldoende middelen hebben voor hun pensioenjaren. En dat terwijl de afgelopen jaren voor miljarden aan pensioengeld is verdampt op Wall Street.


President Obama prijst ‘de enorme veerkracht van het Amerikaanse volk’. “Amerikanen zijn nog steeds optimistischer dan de feiten alleen zouden rechtvaardigen,” zo erkende de president in een persconferentie. “Want dit is een moeilijke, moeilijke periode.”

Obama is zelf uiteraard deels verantwoordelijk voor het optimisme. Na zijn verkiezing verdween als bij toverslag het negativisme dat de nadagen van Bush kenmerkte. Obama is bovendien het levende bewijs dat de Amerikaanse droom nog bestaat. Een bruine Amerikaan van bescheiden afkomst, die het schopt tot president, past naadloos in het klassieke verhaal: from rags to riches (de Democraat is niet alleen machtig, zijn bestsellers hebben hem ook vermogend gemaakt).

Het is een paradox, maar hoe groter de economische malaise, des te sterker het geloof in de Amerikaanse droom lijkt te worden. De term ‘American dream’ stamt niet voor niets uit de tijd van de Grote Depressie. De historicus James Truslow Adams beschreef in zijn boek The Epic of America (1931) voor het eerst ‘de Amerikaanse droom van een beter, rijker en gelukkiger leven voor al onze burgers van iedere rang’. Maar het optimisme en gedroom was er natuurlijk al lang voordat Adams de term American dream introduceerde. De Puriteinen fantaseerden tijdens hun boottocht vanuit Engeland al over ‘a City upon a Hill’ waar de hele wereld met afgunst naar zou kijken. Amerika heeft nooit geleund op een gemeenschappelijk verleden, maar juist op een gemeenschappelijk verlangen, merkte de Franse filosoof Bernard-Henri Lévy op.

President Franklin Delano Roosevelt verplichtte de berooide burgers in de jaren dertig bijna tot moed en optimisme. Hij greep de depressie aan om de structurele hervormingen van de New Deal door te voeren. In de huidige regering is een vergelijkbare hang naar daadkracht: de recessie is vooral een mooie aanleiding om orde op zaken te stellen. “You don’t ever want a good crisis to go to waste,” zo meent Obama’s stafchef Rahm Emanuel.


Filmen televisiemakers spelen nog steeds in op het Amerikaanse geloof in wederopstanding. De nieuwe hitserie Hung (op betaalzender HBO) speelt zich bijvoorbeeld af in het door de crisis geteisterde Detroit. Hoofdpersoon Ray Drecker is een gescheiden en uitgebluste sportleraar in geldnood die heil zoekt bij de motivatieworkshop Unleash Your Inner Entrepreneur.

‘I WANT TO BE A MULTIMILLIO-NAIRE!’ moeten de cursisten als eerste roepen (‘miljonair’ vindt de coach wat te gewoon). Daarna krijgen ze opdracht op zoek te gaan naar hun ‘special tool’. Bij Drecker zit dat speciale instrument tussen de benen het begin van een onconventionele, maar mogelijk succesvolle carrière als happiness consultant voor rijkere dames.

Amerikanen kunnen geen genoeg krijgen van dat soort verhalen, zo blijkt tijdens een boekpresentatie van Chris Gardner, een man die ‘de Amerikaanse droom leeft’. “Laat je door niemand vertellen dat je iets niet kunt doen, zelfs niet door mij.” Het is warm in het zaaltje op de benedenverdieping van een hoofdstedelijke boekwinkel. De in het pak gestoken spreker onderbreekt zijn verhaal af en toe met ‘Staat de airco wel aan?’ en ‘Kan iemand even een ventilator brengen?’ Actie volgt onmiddellijk.

Gardner was begin jaren tachtig een dakloze, alleenstaande vader van een veertien maanden oude zoon. Via een stageplaats werd hij effectenhandelaar, waarna hij zijn eigen bedrijf oprichtte. Nu is hij een multimiljonair en gewild motivatiespreker. Zijn memoires The Pursuit of Happyness (2006) werden een bestseller. Miljoenen mensen zagen de gelijknamige film met steracteur Will Smith in de hoofdrol.

Gardner is van mening dat iedereen het kan maken, net als hij. Ook in tijden van crisis. “Dit kan een fantastische tijd zijn voor een jong persoon met vaardigheden.” Gardner is niet de enige die zo denkt. Veel Amerikanen die hun baan verloren hebben, zien de crisis ook als kans om voor zichzelf te beginnen. Volgens een recent onderzoek is 51 procent van de bedrijven die dit jaar op de Fortune 500-lijst staan, opgericht in tijden van recessie. Ook nu stijgt het aantal nieuwe eenmanszaken snel.


Gardners nieuwe boek Start Where You Are: Life Lessons in Getting from Where You Are to Where You Want to Be (2009) is een soort zelfhulpgids voor mensen die het roer willen omgooien, bij voorkeur richting ‘de top’. De publicatie is goed getimed. Boeken over de kortste weg naar succes vliegen over de toonbank. Outliers: The Story of Success van Malcolm Gladwell staat al bijna negen maanden boven aan de New York Times-

bestsellerlijst. En ook een boek als Talent Is Overrated: What Really Separates World-Class Performers from Everybody Else van Geoff Colvin stimuleert de gewone sterveling om te streven naar ultiem succes. De kern van het verhaal: ook jij kunt president, beroemd of steenrijk worden, als je maar hard genoeg werkt (en een beetje geluk hebt).

De Amerikaanse droom is niet alleen een individueel succesverhaal, maar staat ook voor de vooruitgang van generaties. “Ik mocht onlangs een toespraak geven bij Hampton University voor de afstudeerceremonie van mijn dochter Jacintha,” zegt Gardner. “Zij is de eerste persoon in onze familie die, sinds we van het slavenschip kwamen, afstudeerde aan de universiteit.” Het ontroerde publiek applaudisseert voldaan.

Kan de droom Amerika uit het recessiemoeras trekken? Is het niet zo dat het grenzeloze optimisme juist verantwoordelijk was voor de huizenzeepbel? Gaan Amerikanen zich niet te buiten aan zelfbedrog en illusies van eeuwige groei? Veel mensen gingen ervan uit dat de huizenwaarden oneindig zouden stijgen.

De huizenzeepbel was onmiskenbaar verbonden met de Amerikaanse droom, zegt Alyssa Katz, schrijfster van Our Lot: How Real Estate Came to Own Us.


“In dit land bestaat de neiging om mensen die geen eigen huis bezitten als onvolwaardige burgers te beschouwen. De overheid heeft huizenbezit actief gestimuleerd, vanuit de gedachte dat dit zou leiden tot betere mensen, betere gemeenschappen en een betere manier van leven. De mythe achter de subprime-hypotheken was dat minderbedeelde mensen zo een huis konden kopen, maar de realiteit was dat de hypotheken een middel werden om steeds hogere schulden aan te gaan.”

Het Amerikaanse optimisme zal de komende periode nog zwaar op de proef worden gesteld. Opiniepeiler John Zogby constateert nu al enig ongeduld. “De Amerikanen hebben het nodig om resultaten te zien van het stimuleringspakket en de hervormingen van de gezondheidszorg.” Volgens de laatste opiniepeilingen is de populariteit van president Obama tot onder de zestig procent gedaald, onder meer door de toenemende werkloosheid en de beperkt zichtbare resultaten van de stimuleringsuitgaven.

Maar niemand pleit ervoor om de Amerikaanse droom af te schrijven. Rechts Amerika ziet in de huidige crisis geen aanleiding tot herbezinning. Het staat nog altijd pal achter de klassieke versie van de droom dat iedereen het kan maken. “De meeste welvaart in dit land is het resultaat van ondernemerschap, van simpelweg hard werken,” aldus Rush Limbaugh, de conservatieve radiopresentator. “Er is geen reden om dat te bestraffen, om dat te belasten. We zullen de Amerikaanse droom niet opgeven en passief toekijken hoe het geherstructureerd en getransformeerd wordt.”

Links Amerika vindt juist dat het tijd is voor een nieuwe visie op de Amerikaanse droom. Een droom waarin meer aandacht is voor sociale zekerheid, het milieu en diversiteit. Voorstanders van deze nieuwe visie willen een ‘rijker leven’ in plaats van meer ‘rijkdom’. Veel Amerikanen zijn het zat om steeds langere werkdagen te maken om ‘gelijke tred met de buren’ te houden. Ze willen de rat race stoppen en zijn op zoek naar zingeving.


“Het bereiken van een balans in je leven is belangrijker dan de balans op je bankrekening,” meent Chris Gardner. Hij vindt dat veel Amerikanen te lang in ‘ballingschap hebben geleefd in een plaats die “Spullen” genoemd wordt’, en dat het tijd is om ‘terug naar huis te keren, naar vrienden, familie en mensen’. Dat de invulling van de Amerikaanse droom verschuift, blijkt ook uit een recente peiling van The New York Times en CBS News, waarin ‘materieel succes’ beduidend minder belangrijk is dan ‘vrijheid’ en ‘kansen’.

Een cruciale groep is volgens vooraanstaand opiniepeiler Zogby de ‘generatie Y’ de leeftijdscategorie van 18 tot 29 jaar die ook heel belangrijk was voor de verkiezing van president Obama. Zogby noemt deze generatie de First Globals.

Zij hebben de wereld als hun speelveld, zijn minder patriottisch ingesteld, zoeken naar avontuur en fun, maar voelen zich ook verantwoordelijk voor de opwarming van de aarde en armoede in de wereld. Zij leiden de heroriëntatie van een ongecontroleerde consumptie naar een nieuw, bewust wereldburgerschap, aldus Zogby in zijn onlangs verschenen boek The Way We’ll Be over de ‘transformatie van de Amerikaanse droom’. “De First Globals zijn de meest open en tolerante generatie uit de Amerikaanse geschiedenis.”

Het lijkt de ultieme vorm van Amerikaans optimisme: de nieuwe droom zal nog beter zijn dan de oude.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Suzette de Boer, illustratie Schwantz