Spring naar de content
bron: anp

De Dilanparadox

Ilja Leonard Pfeijffer vindt het jammer dat we binnenkort afscheid moeten nemen van Dilan Yeşilgöz-Zegerius als leider van de VVD. De argumentatiestrategie waarvan zij haar specialisme heeft gemaakt, de zogenaamde Dilanparadox, dwingt namelijk grote bewondering bij hem af.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Ilja Leonard Pfeijffer

Ik heb de millennia-oude handboeken voor de retorica erop nageslagen, maar geen van de antieke leermeesters, noch Aristoteles, noch Cicero, noch Quintilianus, noemt de argumentatietechnische manoeuvre als een aanbevelenswaardige retorische strategie, maar desalniettemin is er in Nederland een politica opgestaan die zich er bij herhaling van bedient. Zij heet Dilan Yeşilgöz-Zegerius en zij is de partijleidster van de VVD. De argumentatiestrategie waarvan zij haar specialisme heeft gemaakt, houdt in dat zij iets doms zegt, waarna zij de argumenten die tegen haar in stelling worden gebracht gebruikt om zichzelf te verdedigen wanneer zij korte tijd later het tegenovergestelde beweert. 

De afgelopen dagen konden wij getuigen zijn van een loepzuivere demonstratie van deze zogenaamde Dilanparadox. Wij herinneren ons dat zij enkele weken geleden een motie indiende waarin zij de Eerste Kamer opriep om de Spreidingswet van haar partijgenoot Eric van der Burg niet in behandeling te nemen. Dat was dom. Iedereen wees haar erop dat het een flagrante schending van het staatsrecht behelsde om als lid van de Tweede Kamer en van de demissionaire regering invloed te willen uitoefenen op de agenda van de Eerste Kamer. Die argumenten heeft zij onthouden. Toen de VVD-fractie in de Eerste Kamer eergisteren liet weten dat zij, zeer tegen de zin van de partijleider, voor de Spreidingswet zou stemmen, verdedigde zij zich tegen de beschuldiging dat zij haar eigen partij niet onder controle heeft met de argumenten die destijds tegen haar waren gebruikt. Ze zei dat het staatsrechtelijk niet zuiver zou zijn om de besluitvorming in de Eerste Kamer te willen beïnvloeden.

Abboneer op een lidmaadschap

Flinke korting op een digitaal jaarabonnement

Sluit nu voordelig een abonnement af en maak kennis met de journalistieke kracht van HP/De Tijd. (Op elk moment opzegbaar.)

Word abonnee

Tijdens de verkiezingscampagne en in de dagen vlak nadat de uitslag bekend was gemaakt, konden we genieten van een nog geraffineerdere variant op deze Dilanparadox. Ze had in een vroeg stadium in de campagne besloten dat zij de PVV van Geert Wilders niet langer zou uitsluiten als mogelijke coalitiegenoot. Dat was dom. Op deze manier rolde zij de rode loper uit waarover Wilders naar zijn klinkende overwinning kon paraderen. Zij werd er destijds ook wel degelijk van alle kanten op gewezen, dat dat dom was. Zij verdedigde zich toen door te zeggen dat zij het ondemocratisch vond om kiezers uit te sluiten. 

De manier waarop de partijleidster van de VVD zich bedient van de Dilanparadox, dwingt grote bewondering af, want het is niet eenvoudig om zonder blikken of blozen zo eclatant met jezelf in tegenspraak te durven zijn.

Toen zij echter onder druk van de zorgwekkende opiniepeilingen gedwongen werd om enige afstand te nemen van Wilders, gebruikte ze de argumenten die eerder tegen haar waren gebruikt om zich te verdedigen. Ze zei dat het natuurlijk onwenselijk zou zijn als Wilders de verkiezingen zou winnen en aanspraak zou maken op de functie van premier. Dat zou ze niet meemaken, zei ze. Ze zou niet in een coalitie gaan zitten waarvan Wilders de minister-president was. Hiermee creëerde zij echter een nieuwe paradox, want kennelijk vond zij het ondemocratisch om kiezers uit te sluiten, tenzij dat om zoveel kiezers zou gaan dat de PVV de grootste partij werd. 

Toen zij vervolgens moest uitleggen waarom zij toch van zins was om met Wilders te gaan onderhandelen over een coalitie, die zij zou gedogen, zei ze dat haar eerdere uitspraak, dat ze niet met Wilders zou willen regeren als hij premier werd, gedaan was in een context waarin het nog onwaarschijnlijk was dat hij de grootste zou worden. Deze ongehoorde argumentatiestrategie houdt in dat de voorwaardelijkheid van een belofte gebruikt wordt als een argument voor de ongeldigheid ervan. ‘Als jij hulp nodig hebt, zal ik je altijd bijstaan,’ kan ik zeggen. Wanneer er vervolgens daadwerkelijk een beroep op mij wordt gedaan, kan ik onder die belofte uit komen door te zeggen dat ik deze heb gedaan in een context waarin het niet te voorzien was dat de ander ooit hulp nodig zou hebben, waarmee ik en passant toegeef dat ik een loze belofte heb gedaan, maar dat verwijt kan ik onschadelijk maken door iets vaags te zeggen over veranderde politieke verhoudingen. 

De manier waarop de partijleidster van de VVD zich bedient van de Dilanparadox, dwingt grote bewondering af, want het is niet eenvoudig om zonder blikken of blozen zo eclatant met jezelf in tegenspraak te durven zijn. Maar juist daarin is zij een meester. Zij trekt er haar Instagramgezicht bij, waarmee zij ook op de verkiezingsposters stond, ze glimlacht ironisch, ze haalt haar schouders op en je zou bijna denken dat zij daadwerkelijk zelf gelooft dat de onafzienbare reeks blunders die zij op elkaar stapelt onderdeel vormen van een briljante strategie. 

Het is bijna jammer dat wij er niet meer heel lang van zullen kunnen genieten. Volgende week houdt de VVD haar partijcongres. Het mag een wonder heten als zij dat overleeft.

Met uw donatie steunt u de onafhankelijke journalistiek van HP/De Tijd. Word donateur of word lid, al vanaf €5 per maand.