Het gezelligste uitje van het jaar

Een dagje 55 Plus Expo biedt letterlijk alles. Van levensverlengende drankjes tot een zachte dood.

‘Kan ik u misschien…”

Helpen?

Ik kijk naar het bord boven de vrouw die me aanspreekt en lees: Nederlandse Vereniging Voor Een Vrijwillig Levenseinde.

“…wat informatie geven?” lacht de dame allervriendelijkst. “Nee, we staan hier alleen maar om wat over onze vereniging te vertellen, ik ga u echt niet helpen er een einde aan te maken!”

‘Hier’ is een ruimte in het Rotterdamse zalencomplex Ahoy, waar de derde 55 Plus Expo wordt gehouden, ‘dé beurs voor 55-plussers in Zuid-Holland!’ En die 55-plussers probeert de mevrouw, die De Jong (!) blijkt te heten, ‘tijdig een bepaalde richting in te sturen’. Dat klinkt redelijk morbide, maar is het geenzins. “Mensen moeten zich bewust worden dat ze de keuze hebben om het leven zelf te beëindigen – en daar moeten ze júíst over nadenken als ze nog helemaal gezond zijn. Is je huisarts principieel tegen euthanasie? Dan is het goed als je dat ruimschoots op tijd weet, zodat je nog de mogelijkheid hebt om een andere te zoeken, mocht je daar behoefte aan hebben. Als je pas met zo’n weigering wordt geconfronteerd als je al doodziek bent, is het veel te laat om nog te handelen. En daarmee rek je het lijden ook onnodig.” Ter ondersteuning van haar woorden overhandigt ze me een Laatste Wil Pil, maar dat is niet persoonlijk bedoeld. “Zijn gewoon pepermuntjes, hoor. Er gebeurt helemaal niets als je ze inneemt. Sommige mensen vinden dat jammer.”

De 55 Plus Expo, ook wel geafficheerd als ‘het gezelligste dagje uit van het jaar’, is een beurs ‘die zich richt op alle 1.300.000 55-plussers in Zuid-Holland en de 110.000 leden van de ouderenorganisaties, maar vooral op de 55-plusser van nú’. Bij een bond aangesloten ouderen worden gratis met de bus naar Ahoy vervoerd. En van de kraam van het vrijwillige levenseinde kunnen ze dan in één moeite door naar de stand van Wim Zwijnenberg Uitvaartverzorging schuifelen (‘Maak een afspraak met een van onze uitvaartconsulenten en ontvang een multifunctionele USB-stick’), om vandaar naar de toko van Monuta Uitvaartzorg te sjokken. Op die laatste plek kunnen ze zich laten informeren over de voordelen van de zogeheten ‘groene uitvaartkist’. In een een-tweetje met Staatsbosbeheer zorgt Monuta ervoor dat voor elke geleverde kist een boom wordt geplant in een Nederlands bos. “Met het aanplanten van de boom krijgt duurzaamheid een extra betekenis: een symbool van leven om na te laten aan de wereld.'”


Mocht Monuta kleine lettertjes verwerkt hebben in zijn contract, dan doet de 55-plusser van nú er goed aan zich vóór het tekenen te vervoegen bij de stand van Clic Brillen. Een Clic Bril (van ‘Click!’ – in goed Nederlands ‘Klik!’) is een leesbril die aan de voorkant open en dicht gaat, ‘door middel van een hoogwaardige Neodynium magneet die is bestand tegen een kracht van 200 km p/u (getest in Harley-Davidson windtunnels)’.

Hou even het beeld vast van een bejaarde met een rollator en een Clic Bril in een windtunnel.

“Het dragen van een Clic Bril is superhandig en bovendien comfortabel. Wanneer men de bril niet gebruikt, hangt hij zonder dat hij in de weg zit om de nek (zonder koortje)’. Voor 55-plussers die nu riposteren dat ze altíjd al zonder Maastreechter Staar door hun leesbril kijken: in plaats van ‘koortje’ wordt hier ‘koordje’ bedoeld.

Van de klikbril is het maar een kleine stap naar het klikgebit. Wie zijn mond heeft laten inrichten met een polyester eethoek maar altijd klaagt over pinda’s die ergens onder kruipen, kan baat hebben bij het klikgebit van de SmileClinic. Een klikgebit of overkappingsprothese is een prothese die wordt vastgeklikt op tandheelkundige implantaten die fungeren als nieuwe wortels. Op deze implantaten wordt vervolgens een brug bevestigd, waar je de prothese op vastklikt. Nooit meer gedoe met kleefpasta en gewoon lekker ‘Sluwe Sjaantje sloeg de slome slager’ zeggen zonder dat een omstander zich ineens beklaagt dat er een gebit in zijn koffie zit.

Wie wel een klikgebit kan gebruiken, is Havenzanger Henk Pleket. De krampachtige wijze waarop hij met zijn bovenlip probeert om zijn collectie hoogwaardig plastic op de juiste plek te houden, doet pijn aan de ogen. Maar ja, als hij dat níet doet, wordt het gegarandeerd een gevalletje ”s Nachts na tweeën/dan gaan hier alle tanden naar beneden!’ Pleket figureert op de 55 Plus Expo op een poster die de kraam van zanger Alwin Rennen opleukt. Sinds enige maanden maakt Alwin deel uit van De Havenzangers, een duo dat na de breed uitgemeten clash tussen oerleden Henk Pleket en Willem Mulder de laatste jaren door het leven ging als, eh, De Havenzanger. Alwin, op zijn Hyvespagina ‘Feestzanger Alwin’ genaamd, strooit over de 55-plussers van nú een assortiment Hollandse hits uit. Pleket doet niet mee, die zit vermoedelijk thuis met kleefpasta te knoeien.


Een loszittend gebit is een probleem waarvoor Yola de Vries vermoedelijk zou willen tekenen. Yola is secretaris van de VAP (Vereniging van Allergie Patiënten) en bemant de hulplijn van de VMCE (Vereniging voor Mensen met Constitutioneel Eczeem). “Allergie is een welvaartziekte,” zegt ze zelf, van achter de desk in haar gifgroene stand op de beurs. “In Afrika hebben ze honger, maar geen allergie.” En: “Vroeger was 1 op de 9 Nederlanders ergens allergisch voor, toen 1 op de 7, nu 1 op de 3 en binnenkort zal het wel 1 op 1 zijn. Komt allemaal door onze welvaart. We vergiftigen onszelf.” Zelf heeft ze een contactallergie. “Als ik jou aanraak, zit ik binnen vijf minuten onder de rode bulten.” Vandaar dat Yola handschoenen draagt. Niet alleen op de beurs, maar ook thuis. “Toen ik mijn man ontmoette, moest zijn snor eraf. Een hele schok, want die was ‘m net zo heilig als z’n auto,” herinnert ze zich. En, nog dieper in haar geheugen gravend: “Als kind wilde niemand met me spelen, ze dachten allemaal dat ik melaats was. Het heeft m’n hele jeugd dus op een negatieve manier beïnvloed. Daarom word ik ook altijd zo kwaad als ik een dokter hoor zeggen dat allergie iets is dat tussen de oren zit.”

“Mooi hè?” zegt een stem bij een andere stand – en de felle toon maakt dat ik me betrapt voel. Oké, ik sta naar damesondergoed te kijken, maar dan wel van de firma Ardel International: correctie-ondergoed als de push-up broek, een gevaarte waarin uitstulpend 55+-vlees een halt wordt toegeroepen. Met de hand op het hart zou ik kunnen verklaren dat mijn belangstelling voor het elastische spul louter professioneel is en dat er geen enkele aberratie aan ten grondslag ligt, maar aan de boze blik van de standhoudster te zien is het daarvoor al te laat. Maar het was een wijze les; de stand van het Maasstad Ziekenhuis, waar lichtbeelden worden vertoond van vaginale verzakkingen, laat ik dan ook maar voor wat die is.


Tijd voor een slokje. Een heel klein slokje, in dit geval. Op de stand van Jús offreert José van Vessem een kabouterportie van de lekkernij waarvoor ze reclame maakt. “Dertig milliliter, één dopje per dag. Meer heb je niet nodig,” weet ze. “Dit spul werkt levensverlammeeeh… verléngend!” Jús, ‘de meest complete supervoeding op aarde’, is een ‘natuurlijke ontstekingsremmer en cholesterolverlager’ die bestaat uit een extract van welgeteld 23 verschillende vruchten en kruiden. Er zitten druivenpitten, granaatappels en wilde bosbessen in, alsook aloë vera, ginseng, acrola en reishi paddestoelen. José, ratelend alsof ze zojuist een hele fles van het goedje achterover heeft geslagen: “Ik was binnen twee weken van m’n slechte stoelgang af. Mijn zus was altijd chronisch moe, maar Jús heeft haar daar vanaf geholpen. Mijn andere zus, die daar staat, had een heel lelijk litteken. Dat is helemaal mooi geworden door de Jús. Samen met mijn zwager, die knieklachten had, zijn wij de eersten in Nederland die Jús zijn gaan drinken. En inmiddels hebben veel meer mensen het ontdekt. Zal ik je eens een nieuwtje vertellen? De Landmacht gebruikt het ook! Die jongens in Uruzgan zitten allemaal aan de Jús. Ja, met Jús kunnen de vitaminepillen de deur uit, al schijn ik dat niet te mogen zeggen.”

Jús, dat volgens een bericht op internet zelfs kankercellen aanpakt, kost 44 euro per fles. Die driekwart liter blijft in geopende vorm een maand goed. “Ja,” zegt José, “ze willen er natuurlijk wel zeker van zijn dat je elke dag een slokje neemt.”

En zo behandelt de beurs voor de 55-plusser van nú alle facetten van het leven. Naast de ernst van ziekte en dood is er ruimte voor luim, in de vorm van de Senioren Big Band Rotterdam en De Vrolijke Noot, ensembles die wijsjes als De Klok van Arnemuiden door het sportpaleis laten galmen. Er is informatie over stressless-banken van een meubelverkoper met de in deze omgeving veel te optimistische naam Hoogenboezem, er wordt volop reclame gemaakt voor Rijnreisjes en bustrips naar de Kerstmarkt van Düsseldorf én er is ruimte voor contemplatie, middels De Bijbelstand. Maar de Godvruchtigen lijken het hier toch te moeten afleggen tegen aardse zaken als ontharingscrème, steunkousen en toerfietsen. Althans, afgaand op een ongewild komische sketch die zich voor mijn neus afspeelt. De reli van dienst, die – ongelogen – als twee druppels wijwater lijkt op Wim de Bie die een enge man speelt, klampt een echtpaar van in de zeventig aan, waarna zich de volgende dialoog ontspint.


“Wilt u de warmte van God?”

“Nee hoor, dank u.”

“Maar waaróm niet? Hij is er ook voor u!”

“Meneer, we hebben het al warm zat.”

Waarmee het bewijs wordt geleverd dat 55-plussers van nú misschien last heb- ben van dikke benen, slechte ogen en rode bulten, maar dat humor volkomen leeftijdloos is.

Michiel Blijboom