Kerstverhalenwedstrijd: 9e plaats

Ik loop door een heuvelachtig duinlandschap met stukken bos, veel wandelpaden, maar ook heidevelden met vennetjes en in de verte duinen waardoor ik denk richting zee te lopen.

Toch hoor ik niet het ruisen van de zee, wel van de bomen. Niet het krijsen van meeuwen, wel mooi vogelgezang. Ik zou verbaasd moeten zijn maar ben het niet. Het komt allemaal heel natuurlijk op me over.

Het is heerlijk zonnig weer, een stralend blauwe lucht.

Wat mij opvalt zijn de prachtige bloemen en vooral de vele vlinders. Nog nooit heb ik zoveel moois gezien. Alles is licht en vrolijk, kleurig en geurig.

Ik voel me ontspannen, blij en vooral vredig.

Op mijn gemak wandel ik door, genietend van al het moois dat mij omringt.

Ik weet niet waar ik uit zal komen maar iets in mij zegt dat het wel goed zit.

Af en toe ga ik even op een boomstam zitten, doe mijn rugzak af om iets te eten en te drinken en vervolg dan weer mijn weg.

Ik volg de paden en heb het gevoel dat iemand mij de weg wijst naar een soort eindbestemming. Ik laat me leiden, voel me één met de lichte fleurige natuur.

Opeens verandert het pad waarop ik loop in een verharde weg. Ik kan niet anders dan deze weg volgen tot een splitsing waar een pijl staat.

Ik volg de pijl en kom uit bij een klooster.

Eigenlijk lijkt het bij nader inzien een soort kerk, kleiner dan een klooster.  Op het moment dat ik aan de grote bel wil trekken gaat de zware deur open. Ik stap naar binnen. Ik kom in een brede gang met bogen met aan het eind nog een zware deur die weer als vanzelf opengaat. Ik loop door een hal die uitkomt in een kapel. Ik kijk om me heen, zie een Mariabeeld en een helder kruis. Grote kandelaars met brandende kaarsen die de prachtig gebrandschilderde ramen erg mooi beschijnen. Ook hier veel bloemen.

Ik voel me prettig en geborgen in dit kerkje.

Er staan enkele kerkbanken. Ik ga op de eerste bank zitten en zie voor me een soort podium.

Dan hoor ik gezang. Heel zacht maar glashelder hoor ik iemand zingen.

Er komt een gedaante binnen. Hij is gekleed als een jager met een groene loden cape om en een jagershoed op. Hij komt me bekend voor maar ik zie zijn gezicht niet.  Zacht zingend begeeft hij zich naar het podium en dan komen heel langzaam steeds meer zingende gedaantes binnen tot zich een koor gevormd heeft. Allen zijn gelijk gekleed en staan in een halve kring. De eerste zanger in het midden.

Hij geeft een teken en ik hoor heel zacht het “Onze Vader”. Het koor zingt heel zuiver en gevoelvol,maar zo zacht dat dat het op neuriën lijkt. Toch versta ik heel duidelijk de tekst.

Dan hoor ik dat het koor “De Twaalf Rovers” inzet. Ik luister aandachtig en merk bijna  niet dat de gedaantes zingend een voor een verdwijnen.  Heel zacht zingend lost de laatste zanger op in het niets. Zijn stem ebt heel langzaam weg.

Ik sta op om de kerk te verlaten.

Even ben ik me er niet van bewust dat ik gedroomd heb.

Nog hoor ik het gezang, zie koor en kerk nog heel duidelijk, wil het gevoel van harmonie en vrede vasthouden.

Dan besef ik dat ik gedroomd heb over Hans. Hij was de eerste zanger die binnenkwam en ook de laatste die ik zag.

Ik weet dat hij ernstig ziek is. Ik zoek de krant en kijk direct bij de overlijdensberichten. Hij staat er niet bij. Ik grijp de telefoon,  bel Gerard en vraag hem hoe het met Hans is. Niet goed, helemaal niet goed eigenlijk…….

Ik wacht tot hij meer vertelt maar het blijft angstig stil.

Ik vertel dat ik gedroomd heb over Hans. Gerard vraagt of ik hem over de droom wil vertellen. Ik aarzel, vind het eigenlijk te bizar. Hij dringt aan en ik vertel wat ik droomde. Hij wacht even, dan zegt hij: “Ik vind dit een heel bijzondere droom. Je kent Hans vrij goed en ik denk dat je weet wat zijn antwoord zou zijn. Denk er goed over na en ga op je intuitïe af. Meer kan ik je nu niet zeggen.  Dank je dat je mij dit verteld hebt.  Ik zal me deze droom altijd blijven herinneren.”

Dit laatste geldt ook voor mij.

Gerard heeft mij de laatste maanden zeer subtiel, meelevend en vriendelijk op de hoogte gehouden over de toestand van Hans.

Hij is nog even stil en zegt dan: `Vaarwel`.

Diezelfde dag is Hans overleden.

Gerrit Nijboer