Palmen, Japin en Vuijsje over echte literatuur

Connie Palmen houdt in haar laatste boek een pleidooi voor het herstel van het onderscheid tussen literatuur en lectuur. Een rondetafelgesprek met Palmen zelf, Arthur Japin en Robert Vuijsje over de populisme in de kunst, de macht van de media en de modieuze oproep aan schrijvers om geëngageerd te zijn. ‘Elke roman ís een geëngageerde roman’.

Moet hedendaagse literatuur geëngageerd zijn? Bestaat er verschil tussen een literaire thriller en een roman? Deze en andere vragen werpt Connie Palmen op in haar essay Het geluk van de eenzaamheid, dat eind vorig jaar verscheen als tweede deel in de reeks ‘Over de roman’, die opende met een publicatie van A.F.Th. van der Heijden.

In haar boek roept ze recensenten, critici en hoogleraren op weer onderscheid te maken tussen kunst en schijnkunst, literatuur en lectuur, en hoge en lage cultuur. Ook breekt ze een lans voor autonome literatuur, die ‘niet de dienstmaagd van de actualiteit’ moet worden om laagdrempelig te zijn en nieuwe lezers te vinden.

Hoewel ze geen namen noemt, attaqueert Palmen vooral Thomas Vaessens, hoogleraar Moderne Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, die in zijn geruchtmakende De revanche van de roman een pleidooi hield voor de geëngageerde roman en schrijvers opriep uit hun ivoren toren te komen. Palmen beschouwt de retoriek van Vaessens en zijn geestverwanten als een pendant van het gewauwel van politieke populisten die de man in de straat, het volk en de populaire cultuur bejubelen. 

Palmens filosofisch getinte filippica werd gemengd ontvangen. Arjan Peters ergerde zich in de Volkskrant aan haar stelling dat leraren Nederlands die lectuur op de literatuurlijst toestaan ‘de jeugd bederven’, in NRC Handelsblad beweerden Janet Luis en Marita Mathijsen dat ze Thomas Vaessens verkeerd begrepen heeft.

Hoog tijd om de schrijfster van onder meer De wetten (1991), I.M. (1998) en Lucifer (2007) aan de tand te voelen. Dit deden we in het bijzijn van Arthur Japin (1956), die bekend werd met zijn romans De witte met het zwarte hart (1997), Een schitterend gebrek (2003) en De overgave (2007). Hij won de Libris Literatuurprijs 2004 en de NS-publieksprijs 2008. Vorig jaar verscheen zijn dagboek Zoals dat gaat met wonderen.

Ook de schrijver Robert Vuijsje (1970) schoof aan. Hij ontving de Gouden Uil 2009 voor zijn tragikomische debuutroman Alleen maar nette mensen en werd in het mede door Thomas Vaessens geschreven juryrapport getypeerd als ‘een auteur die zich geëngageerd betoont met de samenleving’. We treffen de drie schrijvers in de bibliotheek van het Ambassade Hotel te Amsterdam en gaan aan tafel.

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week

Hans Hoenjet