Anne-Mei The over euthanasie

Euthanasie is mensenwerk. Maar doordat de aandacht vooral uitgaat naar de juridische aspecten, verliezen we dat uit het oog. Veel dokters beschikken niet over de juiste emotionele bagage, stelt jurist en cultureel antropoloog Anne-Mei The in haar boek ‘Verlossers naast God’. ‘Artsen moeten ook goed kunnen communiceren over de dood.’ 

Als het gaat om medische zorg, regeert de stopwatch, zegt u.
“Ik doe al vijftien jaar onderzoek naar euthanasie en dat is waar ik altijd op uitkom. Euthanasie is in 2001 in de wet verankerd en we denken dat het dus allemaal goed geregeld is: er moet een verzoek zijn, er moet sprake zijn van ondraaglijk lijden, er moet een tweede arts zijn geconsulteerd. Maar in de praktijk is het allemaal veel ingewikkelder. Dat begint al met de vraag: wanneer doe je eigenlijk een verzoek tot euthanasie? Je kunt om euthanasie vragen, maar misschien bedoel je wel dat je bang bent voor een moeizame dood. Het is de dokter die uiteindelijk bepaalt of er een verzoek tot euthanasie ligt. Hij moet daarvan overtuigd zijn, het verzoek moet voor hem ook invoelbaar zijn. Daarom is een goede arts-patiëntrelatie zo belangrijk. Want de dokter is de actor in dit ingewikkelde gezelschapsspel.”

Gezelschapsspel?
“Ja, ik noem euthanasie een ingewikkeld gezelschapsspel, omdat het iets is dat zich afspeelt tussen mensen. Bij euthanasie gaat het niet in de eerste plaats om regels en protocollen, maar om communicatie. Communicatie over de naderende dood. En daar is de moderne arts te weinig op toegerust. We vinden het ontzettend belangrijk dat artsen goede medische kennis hebben, maar ze zouden ook empathisch moeten zijn, betrokken en toegewijd. Artsen die veel met stervenden te maken krijgen, zoals huisartsen en oncologen, zouden op empathie moeten worden geselecteerd.”

Empathisch, betrokken, toegewijd. U vraagt nogal wat van de dokter.
“Ik besef dat het heel veel is. Maar toch vind ik het niet vreemd om dit van artsen te vragen. We vragen op andere gebieden toch ook heel veel van artsen? We willen dat hun medische kennis volledig op orde is, dat ze regelmatig op bijscholingscursus gaan, dat ze operaties perfect uitvoeren. Ik vind dat ze ook op het communicatieve vlak goed geschoold moeten zijn. Omdat dit zogenaamd soft gedoe is, wordt er raar opgekeken als ik dit zeg. Ik verzet me daartegen. Goede zorg heeft hier wel degelijk mee te maken. We hebben het in deze tijd altijd maar over transparantie en prestatie-indicatoren, maar waar het vaak simpelweg op neer komt is of je een aardige dokter hebt die goed naar je luistert.”

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Renate van der Zee