Spring naar de content
bron: anp

Burgemeester Halsema: geen hamburgers en cola maar quinoa en cocaïne

Arthur van Amerongen over Femke Halsema en haar goede inspanningen om cocaïne te legaliseren. ‘Ik snap nooit zo goed waarom politici en overheidsdienaren zo geheimzinnig doen over hun cokegebruik. Big deal!’

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

Vandaag, vrijdag, vindt in de Beurs van Berlage in Amsterdam de internationale conferentie Dealing with Drugs plaats. Thema: drugscriminaliteit en hoe de drugsmarkt gereguleerd kan worden. Burgemeester Halsema gaat daar in gesprek met burgemeesters uit andere landen en ze warmde de boel al lekker op in een ronkend interview met het Financieele Dagblad deze week. Ze pleit in dat interview voor een gereguleerde cocaïnemarkt en noemt de strijd tegen drugs pervers en contraproductief. 

“Ongeveer 80 procent van onze politiecapaciteit gaat op aan drugsgerelateerde criminaliteit. In Nederland en België zijn de straatprijzen voor coke al jaren precies hetzelfde. Dus je kunt alleen maar vaststellen dat de ongelooflijke hoeveelheid inspanningen geen effect hebben op de markt.”

Halsema wil drugsmarkten reguleren om zodoende het verdienmodel van gewetenloze criminelen onderuit te halen. Verkoop en gebruik van cocaïne en andere drugs moeten niet langer strafbaar zijn. 

In oktober 2022 zei ze op een congres over georganiseerde misdaad dat de war on drugs niet werkt. Ze hoopte dat landen anders naar drugsgebruik gaan kijken en stelde dat er een alternatieve strategie moest worden geformuleerd. 

En begin deze maand waarschuwde de burgemeester in een opiniestuk in de Britse krant The Guardian dat Nederland het risico loopt een narcostaat te worden. “De opkomst van de wereldwijde drugshandel betekent dat we internationale oplossingen nodig hebben”, schreef Halsema. Ze wil het verdienmodel van criminelen omverwerpen. “Ik maak deel uit van een groeiende groep wetenschappers en bestuurders die zegt dat de internationale strijd tegen drugs zulke perverse effecten heeft dat wij daar inmiddels meer last van hebben dan van de drugs zelf.” 

Abboneer op een lidmaadschap

Flinke korting op een digitaal jaarabonnement

Sluit nu voordelig een abonnement af en maak kennis met de journalistieke kracht van HP/De Tijd. (Op elk moment opzegbaar.)

Word abonnee

Kennelijk heeft de snuifschaamtecampagne niet gewerkt in Amsterdam. Ineens dook in de war on drugs de term snuifschaamte op in de media. Snuifschaamte paste keurig in het rijtje vliegschaamte, vleesschaamte, suikerschaamte, gasschaamte, houtkachelschaamte, goudeneeuwschaamte, witschaamte, huisdierschaamte, alcoholschaamte, rookschaamte en neukenzondercondoomschaamte.

Snuifschaamte paste keurig in het rijtje vliegschaamte, vleesschaamte, suikerschaamte, gasschaamte, houtkachelschaamte, goudeneeuwschaamte, witschaamte, huisdierschaamte, alcoholschaamte, rookschaamte en neukenzondercondoomschaamte.

De blije klerk die tijdens de vrijmibo een neusversnapering neemt op de kantoorplee, werd ineens een oorlogsmisdadiger. Hij snuift immers bloedcoke en steunt met zijn zuurverdiende nakkie de narcos die Amsterdam en Rotterdam in een wurggreep houden. 

Ik vond de snuifschaamte-campagne bespottelijk en contraproductief. Schaamte is namelijk zielig, pathetisch en contraproductief. Schaamte wordt aangepraat, het liefst met een of ander heilig boekje in de hand. Neem naaktschaamte. Na het voetballen douchen in je vuile onderbroek vindt men inmiddels doodgewoon. Oer-Hollandse kaasmeisjes prediken dat je in een boerkini veel lekkerder zwemt dan in een monokini. Badkleding in de sauna? Heerlijk fris en hygiënisch! 

Ik behoor gelukkig tot een legertje hedonisten dat maling heeft aan dat hernieuwde ethisch reveil. Onze gideonsbende veegt de bips af met het agressieve pamflettisme der moraalridders en rookt, snuift en zuipt gewoon door, het liefst naakt in de tuin, met sappige hamburgers op de barbecue. En wat dat gelul over schaamte betreft: er is maar één constructieve  schaamte: voortplantingsschaamte. Daarmee red je flora, fauna en klimaat en verlos je Moeder Aarde en Pachamama eindelijk van de mensheid. Ga daarom heen en vermenigvuldig je niet of niet langer. Laat gidsstad Amsterdam beginnen, dan volgt de rest van de wereld vanzelf.

Genoeg gepredikt en nog even terug naar burgemeester Halsema en haar goede en oprechte inspanningen om de sos te legaliseren. Ze heeft ooit verteld dat ze maar maar één keer in haar leven cocaïne heeft gesnoven en daar geloofde ik geen barst van natuurlijk. Een wit leugentje, haha!  

Eén keer coke gebruiken is namelijk net als één keer masturberen volstrekt ongeloofwaardig. Een beetje normaal mens wil dan meer, meer, meer en nog eens meer. “Lekker en gevaarlijk,” zei de burgemeester van Amsterdam over de witte motor. “Met coke heb je het gevoel dat je ontzettend intelligent bent.”

Ik schreef over Halsema’s white lie in de HP: “Ik snap nooit zo goed waarom politici en overheidsdienaren zo geheimzinnig doen over hun cokegebruik. Big deal! Iedereen doet het want het is gewoon lekker en tegenwoordig kost die rommel in Amsterdam en Rotterdam nog maar veertig euro per gram en dan heb je topkwaliteit. Voor Zuid-Amerikanen is het gebruik van coke een eeuwenoud ritueel en in landen als Paraguay, Peru, Colombia en Bolivia is een nakkie net zo normaal als een bakkie thee. Zuid-Amerikanen weten er dan ook goed mee om te gaan en worden niet zo wappie en agressief als de vissers uit Volendam en Urk en de bloemkooltelers uit West-Friesland.” 

Ik zal de brave lezer verder niet lastig vallen met allemaal stoere, nostalgische en romantische drugsverhalen. Het komt er op neer dat ik niet vies ben van een nakkie op zijn tijd en een en ander staat beschreven in de bestseller Costa del Coke die ik schreef met mijn gabber Ivo Teulings. Het boek is verfilmd en hier kunt u de korte versie zien, gratis en voor niks.

Ivo en ik kregen veel media-aandacht en werden zelfs aan de Costa del Coke geïnterviewd door het jongerenprogramma Trippers, dat voorheen Spuiten en Slikken heette. De meisjes Emma, Kim en Eva hadden mij en Ivo Teulings een dag gevolgd in Marbella. Dat was knus tot de bakvisjes over bloedcocaïne begonnen. Ik stamelde dat ik de cocaleros steunde, de arme cocaboertjes in de Andes, maar ik snuifschaamde me wel heel even voor de camera (ik had gewoon een kater des doods en snakte naar een herstelnakkie). Gelukkig waren we uiteindelijk maar vier minuten in beeld en werden Costa del Coke en onze achternamen niet genoemd. 

Ik snap nooit zo goed waarom politici en overheidsdienaren zo geheimzinnig doen over hun cokegebruik. Big deal!

Wat die cocaleros betreft, de cokeboertjes: ik kreeg in mijn Amsterdamse jaren kennis aan de gebroeders Adriaan en Frans Bronkhorst, twee telgen uit een diplomatengeslacht die het Instituut voor de Drugsvrede hadden opgericht. De broers waren voorheen beiden werkzaam in de internationale juristerij. Adriaan werkte bij de VN, totdat hij merkte dat zijn experimenteerlust met drugs ‘niet compatible’ bleek met zijn werkomgeving. Het Instituut deed van zich horen met de voordracht van Evo Morales van de Bond van Coca-boeren in de Andes voor de Nobelprijs voor de Vrede. 

Ik was er bij toen het Instituut voor de Drugsvrede op het Amsterdamse stadhuis de petitie Voor een Vrij Nederland in een Vrij Europa aanbood. Daarin verzochten de broertjes Bronkhorst de Nederlandse overheid resoluut verder te gaan met het ‘Oranje Gedoogbeleid’, een internationale drugsconferentie bijeen te roepen en daarnaast onderzoek te bevorderen naar de therapeutische, de medische en de sociale voordelen van het gebruik van cannabis. Het Instituut vroeg de Nederlandse overheid om bescherming van de rechten en belangen van de cannabisconsumenten binnen de Europese Unie. 

Ik heb Adriaan en Frans toen uitgebreid geïnterviewd, een schitterend verhaal al zeg ik het zelf, met een profetische inslag en dat nooit ook maar een hond gelezen heeft. 

De eeneiige tweeling, geboren in 1945, opereerde destijds vanuit Bijlmer. De aanvankelijke vrees dat ik twee hallucinerende broers te midden van wietplanten, stripboeken en chocoladerepen zou aantreffen, die al maanden de woning niet hadden verlaten wegens mogelijke aanvallen van buitenaardse wezens, bleek ongegrond. Het bleken twee keurige heren van goede komaf. Hun vader was dominee en werd in 1954 naar Brussel gezonden om daar de protestantse theologische faculteit op te zetten. Adriaan: “Tijdens onze jeugd in Brussel kende men het begrip soft drugs totaal niet. In 1964 kwam Simon Vinkenoog naar de Nederlandse club om gedichten voor te dragen. Hij was een beetje zenuwachtig en verdween achter het gordijntje. Even later kwam hij vrolijk terug. Pas later begreep ik dat hij toen een jointje had gerookt.”

Adriaan is jurist en werkte in het midden van de jaren zeventig voor de Verenigde Naties. Adriaan: “Ik vertrok naar Congo-Brazzaville voor een reorganisatie van de overheidsadministratie aldaar. Daar kwam ik voor het eerst in aanraking met drugs. Ik was gestrand in een dorp in de jungle en bracht daar met alle mannen uit het dorp de nacht door in de centrale hut. Midden in de nacht zwegen de mannen plotseling en kwam het dorpshoofd aanzetten met een gigantische pijp. Hij begon de kop te stoppen met bang, de plaatselijke weed, en zei: “Deze pijp roken we op de vrede onder de volkeren en ik offreer hem allereerst aan de vertegenwoordiger van de Verenigde Naties.” Een enorme eer natuurlijk, daar zat ik als vijfentwintigjarige VN-vertegenwoordiger, te midden van honderden mannen. Ik had in Nederland wel eens wat gerookt maar dat was van een dermate erbarmelijke kwaliteit dat je onmiddellijk knock-out ging. Dit was dus mijn eerste ervaring met drugs van hoge kwaliteit.”

Frans studeerde sociologie in Frankrijk en economie in de Verenigde Staten. In San Francisco leerde hij daarnaast voor zilversmid en in Rio de Janeiro studeerde hij ook nog theologie. Frans: “Het was de tijd van de happenings, met mensen als Ken Kesey, Abbie Hoffman en Timothy Leary. Het dropping out syndrom was aan mij wel besteed, met een vader die dominee was. Ik interesseerde me vooral voor de religiositeit van het druggebruik. In Brazilië gebruikte ik al cocabladeren en ayahuasca, een drankje dat van een liaan wordt gebrouwen en in het hele Amazone-bassin wordt gedronken. Aya betekent doden of geesten, huasca betekent liaan. Voor mij hebben drugs een religieuze betekenis, Adriaan is meer een hedonist.”

De eerste actie van het Instituut voor de Drugsvrede was een campagne voor het toekennen van de Nobelprijs voor de Vrede aan drie ‘drugspacifisten’, mensen die zich permanent inzetten tegen de drugsoorlog: de Canadese criminologe Marie-Andrée Bertrand, presidente van de International Antiprohibionist League, de Amerikaan Arnold S. Trebach, rechter en voorzitter van de Drug Policy Foundation, en de Boliviaan Mauricio Mamani Pocoaca, hoogleraar sociale antropologie en tevens voorzitter van het parlement van Zuid-Amerikaanse Indianen. Pocoaca kreeg internationale bekendheid met zijn pleidooi om ‘het heilige blad van de Inca’s’ uit de criminele sfeer te halen. 

Bij Justitie werden we weggesnauwd, Volksgezondheid wilde er niets van weten. Het is natuurlijk not done dat druggebruikers worden ontvangen op een ministerie, stel voor dat men daar in het buitenland achter komt

Adriaan Bronkhorst

Frans: “Adriaan is een van de weinige druggebruikers die zeer goed op de hoogte is van het internationale ambtenarendom. De meeste Nederlandse ambtenaren in het buitenland zijn deftige mensen met een das die nooit een jointje te roken.”

Adriaan: “Degenen die mogen nomineren, moeten parlementariër zijn of professor in politieke wetenschappen, filosofie, geschiedenis of recht. Voor een nominatie heb je honderd personen nodig die er achter staan. Die lagen niet voor het oprapen. In Nederland hebben we alle mogelijke wetenschappers, kamerleden en andere parlementariërs daarvoor benaderd. Onze nadruk op vooral de positieve kanten van het druggebruik is ons niet in dank afgenomen. Vrijwel niemand reageerde. En als ze al reageerden, was dat negatief. Uiteindelijk is alleen de Boliviaan genomineerd. Men wil er gewoon niet aan.”

Frans: “Er zijn wel politici en wetenschappers die het druggebruik verdedigen, maar vaak doen ze dat op grond van economische waarden of op grond van de mensenrechten. De Amerikaanse econoom Milton Friedman wil af van het drugsverbod omdat het de Amerikaanse staat jaarlijks miljarden dollars kost. In Nederland heb je wel rechters die vinden dat het strafrecht niet mag worden opgezadeld met de problematiek van de soft drugs, maar ze voegen er meteen aan toe dat ze drugs en druggebruikers maar idioot vinden. Veel mensen zijn tegen de drugsoorlog maar ook tegen de druggebruikers. Die begrijpen nog steeds niet dat het gebruik van drugs vergelijkbaar is met het gebruik van alcohol en tabak.” Het Nederlandse gedoogbeleid heeft behalve voordelen ook nadelen, zo betogen de broers. 

Adriaan: “Het gedoogbeleid heeft er toe bijgedragen dat er nooit een brede discussie over het maatschappelijke vraagstuk van het gebruik van softdrugs is gevoerd. Op geen enkele manier is er iets ondernomen om de Nederlander meer vertrouwd te maken met een fenomeen dat voor veel mensen heel gewoon is. Je kan je afvragen of Nederland wel zo tolerant is, misschien is het gewoon een kwestie van boerenslimheid. Het gedachtegoed achter het gedoogbeleid is nooit intellectueel onderbouwd. De overheid kijkt gewoon de andere kant op, net als met de prostitutie. Als het maar geld oplevert en je niemand tot last bent.”

Frans: “Ik ben niet tegen drugbeleid, maar wel tegen een repressief handelen van de overheid. We willen dat de overheid het druggebruik in goede banen leidt. De overheid zou de initiatie van de jeugd in de moderne maatschappij moeten begeleiden, zoals je bij de primitieve volkeren ook initiatieriten hebt.”

Adriaan: “Maar het staatsapparaat raakt steeds meer gecorrumpeerd. Kijk naar al die affaires waarbij de staat tonnen van allerlei verboden producten importeert en exporteert. Talloze personen verdienen grote sommen geld aan die transacties maar de precieze toedracht komt maar niet boven water. Gisteren las ik in de krant dat er veertien grote heroïnehandelaren waren vrijgelaten omdat het openbaar ministerie zijn werk niet goed heeft gedaan. Het beleid van de overheid wordt gekenmerkt door willekeur. Het is daarom tijd dat er een nationaal drugsdebat komt. We hebben onze petitie ter ondersteuning van het Oranje Gedoogbeleid ook bij Justitie en Volksgezondheid aangeboden. Bij Justitie werden we weggesnauwd, Volksgezondheid wilde er niets van weten. Het is natuurlijk not done dat druggebruikers worden ontvangen op een ministerie, stel voor dat men daar in het buitenland achter komt.”

Ik interesseerde me vooral voor de religiositeit van het druggebruik. In Brazilië gebruikte ik al cocabladeren en ayahuasca, een drankje dat van een liaan wordt gebrouwen en in het hele Amazone-bassin wordt gedronken.

Frans Bronkhorst

Frans: ‘In het buitenland wordt het druggebruik steeds harder onderdrukt. Dan krijg je waanzinnige toestanden, zoals in Zuid Amerika en Afrika, waar de politie de handel in handen heeft en tegelijkertijd mensen van de straat pakt die een grammetje proberen te verkopen. In de Verenigde Staten wil men de gebruiker nu economisch te grazen nemen, men spreekt al van handel bij vijftien gram en ze kunnen bij het bezit daarvan je auto in beslag nemen. Mensen die aan staar lijden en drie wietplanten hebben omdat cannabis de druk op het netvlies vermindert, worden gearresteerd. Steeds meer gebruikers ontvluchten het land vanwege het repressieve beleid. En veel van hen komen naar Nederland.’.

Adriaan: “Het Nederlandse drugsbeleid is het enige ter wereld dat enig perspectief biedt voor zowel de waardigheid van de gebruikers als het bestrijden van de criminaliteit’. Het wordt de hoogste tijd dat Nederland gaat inzien dat het daarmee ook veel bewondering oogst in de wereld.”

Ik ben Frans en Adriaan even gaan googelen en de goede mannen leven nog! Frans woont in Chili en is nog steeds actief in de strijd voor de legalisering van coke, Adriaan haalde vorig jaar nog het nieuws omdat hij medicinale cannabis in Oekraïne wil legaliseren. Het zou goed zijn als de Nederlandse overheid eens beter ging luisteren naar deze goeroes. Maar die zijn dus niet uitgenodigd op de conferentie vandaag. En mijn grote held August de Loor ook niet, de belangrijkste drugspionier van Amsterdam. Tfoe! Wie wel is uitgenodigd, is de scheldsmurf Sander Schimmelpenninck. Die mag voor een vorstelijk bedrag de boel aan elkaar lullen op zijn plateauzolen. Ik hoop dat de beveiliging van de Beurs van Berlage hem in de gaten houdt bij de toiletten.

Met uw donatie steunt u de onafhankelijke journalistiek van HP/De Tijd. Word donateur of word lid, al vanaf €5 per maand.