Geplukt door de curator

Met een record aan faillissementen hebben de Nederlandse curatoren meer werk dan ooit. Maar ook de geluiden over wanpraktijken zwellen aan. Curatoren zouden vooral uit zijn op eigen gewin. Gedupeerde ondernemers beklagen zich. ‘Curatoren zijn de grootste oplichters.’

Frans Uffing woonde ooit in een mooi landhuis in Ooij. In het Gelderse dorp werd de slager twintig jaar geleden gezien als een rijk man. Uffing sponsorde de lokale fanfare. Hij had aanzien. Nu is hij zestig en heeft hij niets meer. “Huis, geld, familie, vrienden, alles is weg. Ik ben overspannen en voor honderd procent afgekeurd. Ik kan niks meer doen.”

Uffing raakte in 1994 verwikkeld in een faillissement. Zestien jaar later zit hij daar nog steeds in. Het trieste aan zijn verhaal is dat hij in 1994 nooit failliet verklaard had mogen worden. Alles berust op een foutje. Het faillissement werd destijds aangevraagd door het UWV, maar wegens schulden die helemaal niet terecht waren. Op het moment dat het zou worden uitgesproken, erkende het UWV dat zelf ook. Het faillissement werd vier weken uitgesteld, zodat de advocaat van het UWV aan de procureur in Arnhem kon doorgeven dat het niet meer hoefde. Maar helaas, dat berichtje vergat hij te verzenden. Een paar weken later was Uffing tot zijn stomme verbazing failliet. Hij kreeg een curator toegewezen, advocaat Tubbergen. Die vertelde hem dat hij niet in beroep hoefde te gaan. Uffings bedrijf had, omgerekend, in totaal ongeveer 200.000 euro schuld, maar er zat zo’n 180.000 euro in de boedel. Dat verschil was zo klein, dat er snel een prima regeling met de schuldeisers moest kunnen worden getroffen.

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week.

Peter Smolders