Dierenpraat: Geert is dol op poezen

Op de valreep nog een plukje Dierendagnieuws. Als het nieuwe kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV er komt, wordt ons landelijke politiecorps uitgebreid met drieduizend extra agenten. Vijfhonderd van hen zijn ‘dierenagenten’ en moeten zich gaan bezighouden met de bestrijding van dierenmishandeling.

Het splinternieuwe beroep is nu al erg gewild onder mbo-scholieren. Het dierenprogramma Animal Cops trekt onder hen ook hoge kijkcijfers. Veel jongeren kunnen niet wachten om aan de slag te gaan als dierenagent. De AOC-raad, de koepel van scholen met groene opleidingen, denkt ook al na over gespecialiseerde opleidingsmogelijkheden.

Opvallend is dat juist dierenliefhebber Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren niet onverdeeld positief is. Het gaat natuurlijk niet alleen om meer mankracht. “Je kunt wel een dierenpolitie hebben, maar het Openbaar Ministerie seponeert vrijwel alle dierenzaken die worden aangediend,” zei ze tegen Radio 1. Het idee om een noodnummer voor dieren in te voeren (114, red een dier) is volgens haar wel goed. “Maar kun je daar ook heen bellen als je langs een varkensstal rijdt waar dieren in veel te kleine hokken worden vetgemest?

Dion Graus lijkt de drijvende kracht achter de initiatieven voor een dierenpolitie. Graus is dierenwoordvoerder van de PVV en is onder andere een groot voorstander van maatregelen tegen de bio-industrie. Meteen na de presentatie van het nieuwe regeerakkoord claimde de PVV’er de domeinen 114redeendier.nl en 114redteendier.nl.

Of hebben we dit nieuwe initiatief toch te danken aan de dierenliefde van Wilders? Het verhaal gaat rond dat Geert een enorme fan van poezen is. Het boek Geert Wilders: Tovenaarsleerling van Meindert Fennema, dat recent verscheen, tilt wellicht een klein tipje van de sluier op. Vanaf het moment dat Wilders – die volgens het boek zijn carrière in de Tweede Kamer begon als de spreekwoordelijke ‘dark horse’ in de VVD-fractieburelen – en zijn vrouw Krisztina door de strenge beveiliging een zwervend bestaan leidden was het moeilijk de drie katten van het echtpaar goed te verzorgen. De DKDB (Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging) vroeg hem of ‘die’ katten niet beter naar het asiel konden. Het antwoord van Wilders was kort: “Over mijn lijk. En bovendien, als ik dit al aan mijn vrouw voorstel, dan kost me dat niet alleen mijn huwelijk maar wil ze mij liever in het asiel hebben dan haar katten.” Fennema’s conclusie: hij besefte toen niet dat hij in het kattenasiel vermoedelijk beter af geweest zou zijn.

Tineke Haegens