‘Aan de boze lezer’ – Thomas von der Dunk schrijft terug

Elke week één artikel uit HP/De Tijd in zijn geheel op de website. Deze week de column van Thomas von der Dunk. “Als u alleen uw eigen opinie wil lezen, heeft u weinig aan een opinieblad.”

Het is niet gebruikelijk dat een columnist de lezers van het blad waarin hij schrijft tot onderwerp kiest, maar omdat mijn komst blijkens een paar boze brieven enige ophef veroorzaakt, doe ik dat toch.

Wat mij opnieuw opvalt – van internet was me dat al bekend – is het gebrek aan vermogen tot eigen argumentatie. Tweemaal ging de woedeaanval vergezeld van het inzenden van andermans commentaar over mij. En in een twee weken terug geplaatste brief, waarin de schrijver zijn abonne­ment opzegde, werd ik zonder verdere toelich­ting als ‘vieze­rik’ betiteld. Dat maakt natuurlijk nieuwsgie­rig. Je zou toch enige uitleg verwachten waarom ik een viezerik zou zijn. Daarop heeft zelfs een viezerik recht.

Vermoedelijk ligt de verklaring in de tweede door deze lezer gemaakte opmerking: dat de redactie van HP/De Tijd een D66-blaadje zou willen maken. Dat schijnt tegenwoordig een halsmisdrijf te zijn. Dat blijkt eveneens uit een andere brief in hetzelfde nummer, waarin de hoofdredacteur van steun aan de ‘progres­sieve huilbataljons van Alexander Pechtold’ wordt beticht, waarna de auteur zichzelf als bewonderaar van de paranoïde complotjour­nalist Emer­son Vermaat blootgeeft.

Ooit gold D66 in sociaal opzicht als een politiek veilige keus, open naar beide kanten: voor rechts nog net acceptabel, want geen PvdA of erger, voor links eveneens, want niet asociaal. In feite een plaats die traditio­neel juist heel goed past bij HP/De Tijd, dat lang reclame maakte met de slogan ‘links doch leesbaar’. Gezien de protesten tegen mijn columns en de hang naar com­plottheorieën lijken sommige lezers echter vooral de leus ‘rechts doch onleesbaar’ aan te hangen. Daar­aan is vast de verwil­der­sing van Nederland schuld.

Volgens weer een andere brief zou ik voor een enorme ruk naar links zorgen. Hier wordt mij met één van de 74 pagina’s werkelijk een bovenmen­selijke invloed toegedicht – of wil de auteur hiermee toegeven dat mijn betoog zo overtuigend is dat er voor rechts geen redden meer aan is? Het is mis­schien een beetje gewaagd om in dit verband keizer Caligu­la te citeren, maar aan hem wordt de uitspraak toegeschreven: ze mogen me haten, als ze me maar vrezen. Kennelijk is ook dat laatste gelukt.

Een volgende briefschrijver kondigde derhalve aan in het vervolg mijn pagina direct te zullen wegvouwen. Zo maken mensen zichzelf moed­willig aan één oog blind. Als u alleen uw eigen opinie wil lezen, lijkt een abonne­ment op een opinie­blad mij bovendien niet zinvol.

Want ja, ik kom natuurlijk aan de heilige huisjes van rechts, en dat deed een vierde briefschrijver in woede ontsteken. Een van de gevaarlijk­ste rechtse hobby’s vormt momenteel immers de onvoorwaardelij­ke steun aan Israël, die het Westen internationaal steeds meer isoleert. Voor iets te veel lieden zijn de zeven miljoen Israëliërs doorslaggevend, en de zeven mil­jard overige aardbewoners bijzaak.

Uiter­aard word je, zodra je kritiek op Israël hebt, van antisemitisme be­schuldigd, waarbij dat aan antizionisme wordt gelijkgesteld – een vaste truc van Israël, vooral in Europese richting.

Maar het zionisme vormt nu eenmaal een van de oorzaken van het pro­bleem. Dat beperkte zich, anders dan het ‘klassieke’ nationalisme, namelijk niet tot het doel om alle toenmalige joodse inwoners van Palestina een eigen staat te bezorgen. Dan zou er principieel nog niet zoveel mis zijn, ondanks de praktische complicaties vanwege de aanwezigheid aldaar van evenzove­le christe­nen en moslims.

Nee: Israël moe(s)t ook de staat worden van mensen wier voorouders daar in de Romeinse tijd woonden maar nadien waren vertrokken – en veel huidige bewoners hebben daartoe maar op te krassen. Met andere woorden: niet de etnische kaart van het jaar 2010 maar die van het jaar 0 vormt het uit­gangs­punt. Dat is een recept voor rampen, zoals blijkt. Op Europa toege­past zou dat betekenen dat we de Grote Volks­verhuizing moeten terug­draaien: wij weer als Batavieren op onze vlotten de rivieren op, en de Romein Berlusco­ni terug aan de monding van de Rijn. Dat beginsel komt dus, als de slachtoffers tegenstribbelen, gewoon op landroof neer – waaraan het feit dat Israël anders dan de omrin­gende staten vrije verkie­zin­gen kent niets afdoet. Roof wordt niet legitie­mer als de rovers zich intern democra­tisch hebben georga­niseerd. Dat zal ik blijven zeggen, omdat ik de dingen zo zal blijven benoemen zoals ze zijn, niet zoals de politiek-correcte rechtse kerk graag zou hebben dat ze zijn. Ik zeg namelijk wat ik denk. Dat is sinds Fortuyn in ultrarecht­se kring erg populair, behalve als anderen dat ook doen. En u weet: als u voortaan deze pagina meteen boos wegvouwt (of wegklikt), bevestigt u alleen maar mijn gelijk.

Thomas von der Dunk