Te hoge lat

Bryan Ferry, Olympia, 2 sterren.

Onder het mom van ‘alweer-zo’n-ouwe-man-die-zo-nodig-nog-een-keertje-moet’ was Olympia van Bryan Ferry eind vorig jaar nog onaangetast op de stapel blijven liggen. De coverfoto – Kate Moss die ons ondersteboven smekend aankijkt – bleek echter zó verleidelijk dat het plaatje uiteindelijk toch nog in de speler terechtgekomen is. Gelukkig maar: You Can Dance, de overweldigende openingstrack, is zo’n nummer dat je gewoon niet had willen missen. Ferry laat daar horen dat hij maar één akkoord nodig heeft om een song te schrijven die zich kan meten met het beste, Roxy Music inbegrepen, wat hij ooit heeft gemaakt.

Naar het schijnt was het oorspronkelijk ook de bedoeling om Olympia, als het eerste album na Avalon (1982), te releasen als een Roxy Music-album. Als dit niet gebeurde omdat voor minstens de helft van de tracks die lat toch nog net iets te hoog ligt, dan is dat begrijpelijk. Het hoge niveau van You Can Dance wordt in de negen songs die volgen namelijk niet meer overtroffen. Tot aan de fantastische Tim Buckley-cover Song to the Siren dreutelt Ferry aangenaam voorspelbaar door en na dit tweede hoogtepunt gaat hij pas echt op zijn bek met het doelloze No Face, No Name, No Number van Traffic. Daarna klautert hij weer op om samen met voormalige Roxy-companen en een vrachtwagen vol gastmuzikanten de rit stijlvol af te maken.

Olympia is zijn eerste album met eigen materiaal sinds Frantic (2002). Maar was een epeetje eigenlijk niet genoeg geweest?

Ruud Meijer