Strategisch geworstel

Wat je ook van de PVV kunt zeggen, nu al hebben we er veel aan te danken. Dan bedoel ik niet het kabinet, hoewel dat ook telt natuurlijk. Die gedoogconstructie is een van de slimste politieke zetten in de recente Nederlandse politieke geschiedenis. Geert Wilders is immers gewoon vicepremier. Weliswaar niet elke dag, maar de meeste dagen van de week toch wel. Collega-vicepremier Maxime Verhagen laat namelijk over de rol van Wilders in een interview in De Telegraaf geen twijfel bestaan. Als er iets is, belegt de premier een conference call. “…even met z’n drieën – Mark, Geert, ik – wat vind jij, wat vind jij? En dan lossen we het op. Heel snel en doelgericht,” vertelt Verhagen enthousiast, en tussen de regels door lees je het afgrijzen over het vorige kabinet.

De politieke stijl van de PVV dwingt andere partijen duidelijker te zijn; niet de meeste ontwikkelde eigenschap in onze politieke cultuur. Kleur bekennen, zeggen waar je vóór of tégen bent. Afscheid nemen van het geschipper, het eeuwige compromis en de fletse besluiten. Het is wennen, maar het maakt het er voor de kiezer een stuk overzichtelijker op en het verkleint de kloof tussen de burger en de politiek. Voor veel partijen kan het ook worden gezien als een overlevingsstrategie.

Zo’n noodzakelijke koersverandering leidt tot strategisch geworstel. In een coalitieland is het immers een gegeven dat de tegenstander van vandaag morgen een bondgenoot kan zijn. Maar wie dan leeft, wie dan zorgt. De PVV moest eerst niets hebben van het CDA en de VVD, maar maakt nu mede de dienst uit. Op kousenvoeten de aanval inzetten, leidt tot niks. Zo wil GroenLinks zo snel mogelijk van dit kabinet af; elke huiskamerstrateeg weet dus dat je dan niet de beoogde nieuwe Afghanistanmissie van het kabinet gaat steunen. Ook al is die missie mede gebaseerd op een door GroenLinks ingediende motie. Als ze het binnen de coalitie zo met elkaar hebben getroffen, is het logisch dat de oppositie zegt: zoek het zelf maar uit. Voor of tegen het kabinet.

Die scherpe keuze maakt het voor de kiezer simpel, het is goed voor de politiek en het maakt een verkiezingscampagne aantrekkelijk. Wie een scherpe keuze niet aandurft, moet maar pleiten voor een nationaal kabinet. Of gewoon niet meedoen aan de verkiezingen.

Kees Boonman