Liefde en terreur

Het duurt even voordat je om bent, maar dan heb je ook wat, met de nieuwe Marcel Möring. Een spannend verhaal, mét love angle. De filmrechten worden vast snel verkocht.

Literaire experimenten zijn vaak een excuus om allerlei matige ideeën in boekvorm uit te geven. Als je de plank misslaat, kun je altijd zeggen: het was een experiment. Onder het mom van de grenzen opzoeken, bevatte Dis, Marcel Mörings voorlaatste roman, typografische probeersels, passages in vers- en zelfs stripvorm, en een karrenvracht aan literaire verwijzingen. De reacties waren lauw en tamelijk eensgezind: het experiment was niet geslaagd. Of Möring zich daar iets van heeft aangetrokken of niet is moeilijk te zeggen, maar Louteringsberg, zijn nieuwste, is verrassend conventioneel.

Möring begeeft zich op bekend terrein. De hoofdpersoon, Marcus Kolpa, is een tobbende joodse intellectueel die de eenzaamheid opzoekt. Op de achtergrond, nauwelijks verdrongen, is daar altijd zijn familiegeschiedenis, die aan elkaar hangt van oorlogstrauma’s en nooit opgehelderde raadsels. Kolpa wil zich van die geschiedenis losmaken, maar komt er bij elke poging weer achter dat hij die geschiedenis ís.

Niet alleen qua thematiek grijpt Möring terug op eerder werk: een aantal personages komt ook in eerdere romans voor. Marcus Kolpa was een van de protagonisten in Dis, net als zijn schoonvader, die nu in een paar flashbacks figureert. Ook Kolpa’s vrouw speelde een belangrijke rol in de vorige roman. Louteringsberg is aangekondigd als het tweede deel van een trilogie, waarvan Dis het eerste deel was – maar buiten de personages en hun verleden zijn er weinig overeenkomsten. Dat is een opluchting. Naast de Dis-personages is er de hernieuwde kennismaking met Herman en Nathan Hollander, die ook al voorkwamen in het succesvolle In Babylon uit 1997.


Kolpa woont al jarenlang met zijn dochter in het oude landhuis van Nathan Hollander. Een opgeknapte bouwval op een heuvel (‘berg’, noemt hij het zelf) in het oosten van het land. Een groot deel van het verhaal wordt in retrospectief verteld – Kolpa blikt terug op zijn leven omdat hij beseft dat alles anders gaat worden. Zijn dochter gaat namelijk het huis uit. Het is de eerste van een serie veranderingen die pas lijkt te stoppen als Kolpa volledig met zichzelf en zijn verleden overhoop ligt.

Terwijl Kolpa zich door zijn eenzame leven sleept, onthult Möring langzaam waarom dat leven zo eenzaam is geworden. Dat doet hij soepel: flashbacks en het heden lopen vloeiend in elkaar over, en al vrij snel maakt hij je benieuwd naar de donkere wolken boven Kolpa’s hoofd. Erg subtiel is het allemaal niet, maar het werkt.

“Ik glimlachte om de onnavolgbare sluwheid van de psyche en hoe die verdrong en projecteerde,” laat hij Kolpa na een paar pagina’s denken. Dan weet je in ieder geval twee dingen. Eén: dit is een onbetrouwbare hoofdpersoon die zelf ook het een en ander verdringt. Twee: er gaan nog een hoop zelfingenomen observaties komen. Het eerste, hoe dik het er ook bovenop ligt, is een goed middel om de lezer meteen rechtop te laten zitten. Het tweede is af en toe irritant, maar het tonen van Kolpa’s algemene ontwikkeling is dit keer ondergeschikt aan de plot. Het helpt ook dat de hoofdpersoon regelmatig op zijn pedante trekjes wordt aangesproken. Het is eerder onmacht, sociale onbeholpenheid, dan borstklopperij.

Wat voor Kolpa geldt, geldt eigenlijk voor de hele roman: het duurt even voordat je om bent. Möring gebruikt veel grote woorden (het gaat regelmatig over ‘de slechtheid van de wereld’), en zijn repertoire aan beschrijvingen van handelingen en gezichtsuitdrukkingen is vrij beperkt. Zodra een gesprek een beetje pijnlijk wordt, werpen de personages ‘een peinzende blik’, vaak ook nog ‘vanonder (hun) wenkbrauwen’. Er wordt wat afgepeinsd in Louteringsberg. Naarmate Kolpa de grip op zijn leven verliest, blijf je steeds minder haken aan de clichés en de dik aangezette gevoelens. Het verhaal stuurt je verder, en Kolpa wordt niet zozeer sympathieker, maar naarmate zijn achtergrond zich duidelijker aftekent, wordt het makkelijker om je met hem te identificeren.


Van voorzichtig huiskamerproza kun je Möring niet beschuldigen. Als Kolpa’s zoektocht naar zijn verleden eenmaal op gang is gekomen en hij vrienden en familie inschakelt om hem te helpen, volgen de grote dramatische gebeurtenissen elkaar snel op. Een sterfgeval, een terroristische aanslag, een mysterieuze erfenis, amateurdetectivewerk en – ja ja – de geheimzinnige mooie vrouw die zich over de hoofdpersoon ontfermt.

Het subplot met die mooie vrouw wordt op het einde van de roman opeens gepromoveerd tot de verhaallijn waar de hele roman naartoe blijkt te hebben gewerkt. Dat doet wat kunstmatig aan. Het is een beetje alsof een Hollywoodproducer zich over een eerdere versie van het verhaal heeft gebogen en heeft gezegd: “Prima, spannend verhaal, maar er moet nog een liefdesgeschiedenis in.”

Sowieso doet Louteringsberg, ondanks de verwijzingen naar andere schrijvers, eerder denken aan groots opgezette filmproducties dan aan andere literatuur. De roman bevat alle goede en slechte eigenschappen van een geslaagde thriller. De Duitse rechten zijn nu al verkocht, vermeldt Mörings website. Ik gok dat de filmrechten binnen een jaar volgen.

Marcel Möring: Louteringsberg. De Bezige Bij, €19,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

April is door The Paris Review uitgeroepen tot James Salter-maand. 12 april ontving Salter, uit handen van Robert Redford, The Paris Review Hadada, een jaarlijkse oeuvreprijs die eerder werd toegekend aan onder anderen Philip Roth en Norman Mailer. In Nederland wordt Salter heel soms aanbevolen, meestal door andere schrijvers, maar tot een groot publiek of nieuwe vertalingen heeft dat nog niet geleid. Dat is even onbegrijpelijk als onterecht. Vrijwel al zijn werk is de moeite waard – een van de hoogtepunten is de roman Light Years, uit 1975. Een tegelijkertijd schrijnend en hartverwarmend portret van een huwelijk. Het hulpeloze, ongeneeslijke streven naar geluk druipt van elke zin af. Voorbeeld? Voorbeeld: ‘”How frightening to be without it, to wait for happiness, to be patient, to be ready, to have your face upturned and luminous like girls at communion. Yes, you are saying to myself, me, me, I am ready.”‘


James Salter: Light Years. Penguin, €11,99.

Jack, een succesvolle Brusselse reclameman, heeft een schurfthekel aan zijn werk, en besluit een leven te gaan leiden van wachten, zwijgen en zich met de stroom mee laten voeren. Dat is goed nieuws voor hem, maar niet voor de lezer, die zich vervolgens door tweehonderd zeldzaam onbestemde pagina’s heen moet worstelen. Het is niet zozeer dat er niks gebeurt, of dat de hoofdpersoon stilzit – integendeel. Maar De kunst van het wachten is een wel erg afstandelijk, bijna meditatief, geschreven reisverslag. De belangrijke wendingen komen uit de lucht vallen, en de problemen en oplossingen verdwijnen even snel als ze komen. Daardoor raak je zelden nieuwsgierig naar de ontknoping, of zelfs naar de volgende bladzijde. David Nolens had er een wervelende ontdekkingstocht van kunnen maken – de locaties en personages zijn er interessant genoeg voor – maar zijn vierde roman voelt aan als een trage reis in een boemeltrein, door een monotoon landschap.

David Nolens: De kunst van het wachten. Meulenhoff/Manteau, €19,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Zomerhuis met zwembad (1) – Herman Koch

Een keukenmeidenroman (5) – Kathryn Stockett

De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween (7) – Jonas Jonasson

XY (re) – Sandro Veronesi Magnus (-) – Arjen Lubach

De begraafplaats van Praag (4) – Umberto Eco

Bittere bloemen (8) – Jeroen Brouwers

Vrijheid (6) – Jonathan Franzen Dienstreizen van een thuisblijver (3) – Maarten ’t Hart

De Koning (2) – Kader Abdolah

Dries Muus