Luister nu eens naar Israël

Wie vrede in het Midden-Oosten wil, moet uitgaan van de wereld van vandaag.

In september willen de Palestijnen in de VN een eigen staat uitroepen. Hoewel het verzoek een meerderheid zal halen, zullen de Amerikanen er een veto over uitspreken. Je kunt er een non-event in zien. Zo’n declaratie verandert niks aan the facts on the ground en bevestigt de Palestijnse machteloosheid. Toch is Israël er niet gerust op. De joodse staat spreekt van een ‘diplomatieke tsunami’ en vreest internationale delegitimatie. Ook wordt Barack Obama niet vertrouwd. De Amerikaanse president dringt aan op een deal met de Palestijnen en heeft de mantra herhaald dat de grenzen van 1967 het uitgangspunt zijn. Daarop heeft de Israëlische premier Bibi Netanyahu laten weten dat die grenzen onverdedigbaar zijn. Dat gaat dus niet gebeuren – waarmee Israël verder van zijn westerse bondgenoten vervreemdt.

Een uitzichtloze situatie, te midden van een ‘Arabische lente’ die al niet meer zo lenteachtig is. Voor de buitenwereld ligt dat aan de onwrikbare opstelling van Israël, dat doorgaat met illegale nederzettingen bouwen en van geen concessies wil weten. Maar een buitenwereld die telkens op vrede aandringt zonder die te bereiken, zou ook kritisch naar de eigen uitgangspunten kunnen kijken. Israël bestaat 63 jaar en meer dan tweederde van die tijd lagen de grenzen anders dan in 1967. Is het dan niet onhistorisch om te blijven doen alsof een terugkeer naar dat Israël van 1967, dat slechts negentien jaar heeft bestaan, een realistische optie is? Wie vrede wil in het Midden-Oosten moet eerst een onsentimentele machtspolitieke analyse maken die stoelt op de wereld van vandaag, en leren van de ervaringen die sinds het ontstaan van Israël in 1948 zijn opgedaan.


Gek genoeg ontbreekt zo’n analyse, die in elk ander conflict wel zou worden gemaakt. Anno 2011 kunnen we vaststellen dat Israël alle conflicten met de Arabische buren heeft gewonnen, niet altijd even fraai, maar toch. Historisch gezien luister je naar winnaars, niet naar verliezers, en al helemaal niet naar verliezers die hun eigen nederlagen niet kunnen verkroppen. Maar in het Midden-Oosten probeert de internationale gemeenschap de winnaar (Israël) ten koste van de eigen veiligheid tot inbinden te bewegen ten gunste van de verliezers (de Palestijnen), die niet alleen blind zijn voor de realiteit, maar hun eigen mensen en de rest van de wereld met hun fatale zelfmoordstrategieën ook nog eens een eindeloze hoeveelheid ellende hebben bezorgd. Vanaf de eerste vliegtuigkapingen in 1970 door PLO-strijders tot de laatste Hamas-raketten uit Gaza heeft de Palestijnse aanpak gefaald. Wordt het niet eens tijd dat de Palestijnse krijgsheren en hun sympathisanten dit totale echec onder ogen zien? Het lijkt mij pedagogisch fout om de Palestijnse leiders voor hun wanprestaties met een (fictieve) eigen staat te belonen, terwijl ze eigenlijk onder curatele behoren te staan. Feitelijk staan ze dat ook – van Israël. Dat is een ongemakkelijke realiteit waarachter de buitenwereld, die de Palestijnen als louter slachtoffers ziet terwijl zij allerminst onschuldige lammetjes zijn, makkelijk kan schuilen.

Met de ‘Arabische lente’, die zelfs de Egyptische dictator Hosni Mubarak voor zijn relatief milde wanbestuur in de gevangenis heeft gebracht, is het ook voor Palestijnse leiders Stunde Null. Voor een vrede is het nodig dat zij niet alleen Israël erkennen, maar ook hun nederlaag. Te veel gevraagd? Misschien, want de ervaring leert dat de Palestijnse frustraties zo groot zijn dat zij het liefst in hun slachtofferschap volharden. Maar erkenning van hun nederlaag is niet automatisch een zegen voor Israël, dat ook binnen zijn grenzen opgescheept blijft met een groot aantal Palestijnen die niet eeuwig onderdrukt kunnen worden. Het schept een nieuwe basis voor economische samenwerking en kans op een herstart. Het is tijd dat de buitenwereld kleur bekent en stopt met het aanmoedigen van het rampzalige Palestijnse zelfmedelijden. Vrij naar Bill Clinton: It’s 2011, stupid, not 1967!

import dirk jan van baar