De heilige grond van Zeist

Zendelingen, antroposofen en holisten. Een zorgvallei. Bedrijven en organisaties vervuld van goede bedoelingen. Welkom in Zeist, het epicentrum van mens- en milieuvriendelijk Nederland. ‘Dit is van oudsher een streek voor intellectuele gelukzoekers.’

Het begint al op het NS-station Driebergen-Zeist. De stationsrestauratie luistert naar de zondagse naam Natuurcafé La Porte. Een groen en sociaal etablissement. Wie de draaideur passeert, wekt via magneetjes energie op. Ondergronds wordt winterkou en zomerhitte opgeslagen, waarmee het gebouw wordt gekoeld en verwarmd. Ook zonnecollectoren, intelligente ventilatie en ledverlichting helpen mee aan een zuinig energieverbruik. De inrichting verwijst naar de natuurrijke omgeving. Het café profileert zich verder met wandelarrangementen, kinderactiviteiten en lezingen over gezondheid en wetenschap. De keuken is ecologisch verantwoord en het personeel bestaat voor een deel uit mensen met een beperking. La Porte is dan ook een samenwerkingsverband van het antroposofisch georiënteerd congrescentrum Antropia, Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, zorgorganisatie Reinaerde en de plaatselijke VVV.

Welkom in Zeist en Driebergen, epicentrum van mens- en milieuvriendelijk Nederland. Pal naast het natuurcafé is meteen het tweede blijk van die spirit te vinden: Landgoed de Reehorst, met onder meer de Vrije Hogeschool, een zorgboerderij en vergaderhuis Antropia met zijn organische bouwvorm. Het landgoed behoort tot de gemeente Driebergen, dat dermate grossiert in instellingen van het beschouwelijke soort dat HP/De Tijd er in 2005 al eens een artikel aan wijdde.

De naburige, grotere gemeente Zeist telt nóg meer organisaties die het, bondig gezegd, goed voorhebben met de wereld. Niet alleen is Zeist zo’n beetje de hoofdstad van antroposofisch Nederland, met diverse landelijke besturen en een lange reeks op Rudolf Steiners leest geschoeide instellingen voor zorg en onderwijs, ook herbergt de plaats bedrijven en organisaties die zich inzetten voor een gezonde natuur en voor duurzaam ondernemen, variërend van Vogelbescherming Nederland en het Wereld Natuur Fonds tot de bevlogen Triodosbank en pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM (‘waar gewerkt wordt met geld, maar waar het draait om mensen’). Daarnaast zijn in Zeist en omstreken zo veel zorginstellingen van allerlei slag neergestreken dat de regio zichzelf Care Valley heeft gedoopt. En dan telt de gemeente ook nog eens landelijke hoofdkwartieren van de Evangelische Hernhutters, de boeddhistische beweging Soka Gakkai en de YMCA. Plus een waaier aan kleinere initiatieven van holistische, spirituele of anderszins esoterische snit.


Op het eerste gezicht liggen de zijnsvragen hier niet op straat. De organische bouwstijl waarvan de antroposofie zich zo graag bedient, is in Zeist bijvoorbeeld maar mondjesmaat voorhanden. De grootste blikvanger is Slot Zeist, en dat ademt eerder oude rijkdom en chic dan bekommernis om de schepping. Hetzelfde geldt voor de vele weelderige villa’s en buitenplaatsen die het beeld van Zeist bepalen.

Maar de naambordjes op de prijzige gevels onthullen toch vaak dat de welgestelden die zich er ooit vestigden plaatsmaakten voor instituten en ondernemingen die gericht zijn op mens en natuur. Volgens de gemeente vindt zo’n veertig procent van de werkgelegenheid in Zeist onderdak in bijzondere panden.

De meer dan aanzienlijke historische gebouwen naast Slot Zeist blijken trouwens van meet af aan een hoger doel te hebben gediend. Ze werden gebouwd door de Evangelische Broedergemeente van de hernhutters, een protestantse stroming die wegens geloofstwisten haar bakermat Moravië ontvluchtte, en in Zeist welkom werd geheten door de toenmalige slotheer Jacob Schellinger, een rijke koopman en sympathisant van de hernhutters. De religieuzen bouwden er een Zuster- en een Broederplein en ontplooiden zich niet alleen in de zending, maar ook in tal van ambachten. Ze zijn er nog steeds actief, maar hun twee fraaie pleinen verwelkomen toch steeds meer nieuwe bewoners, zoals binnenkort de Julius Academy, een dependance van het Universitair Medisch Centrum Utrecht voor (na)scholing van huisartsen.

Verspreid over het ruime grondgebied van de zestigduizend inwoners tellende gemeente dienen zich dan nog diverse markante gebouwen met al even markante gebruikers aan. Zowel de Triodosbank als het Wereld Natuur Fonds als PGGM laten hun duurzaamheidsmissies uitstralen in hun kantoren. De huisvesting van PGGM doet dat het nadrukkelijkst doordat die net (in april) is opgeleverd. Het gebouw paart een zuinige energiehuishouding aan een inrichting waarin voor kwaliteit is gekozen vanwege de lange levensduur en omdat die ook nog eens een aangename werksfeer oplevert.


Een vrijdagochtend om acht uur is niet het ideale tijdstip om het nieuwe PGGM-gebouw in werking te zien. De vele glaswanden en de lange zichtlijnen moeten dynamische plaatjes van duizend zigzaggende PGGM’ers kunnen opleveren, maar op dit tijdstip is er nog weinig beweging in het transparante kantoor.

Else Bos, chief institutional business, is net begonnen aan haar werkdag. Ze zoekt een spreekkamer – sinds het bedrijf is overgeschakeld naar het Nieuwe Werken zijn alle werkplekken flexibel – en steekt van wal over Zeist en PGGM. Het voormalige Pensioenfonds voor de Gezondheidszorg, Geestelijke en Maatschappelijke belangen vertegenwoordigde bij de oprichting in 1969 naast zorg en welzijn diverse kerkelijke organisaties en was daarom al van meet af aan georiënteerd op verantwoord beleggen. Het vestigde zich in Zeist omdat daar ruimte was en de eigen sector er goed was vertegenwoordigd. Daar groeide PGGM uit tot een financiële topper, die op dit moment namens zijn klanten 105 miljard aan pensioenvermogen voor 2,3 miljoen deelnemers beheert.

Bij de recente vraag of het nieuwe kantoor ook in Zeist moest komen, golden onder andere dezelfde overwegingen, zegt Else Bos. “We willen ons blijven verbinden aan onze sector en deel uitmaken van deze Care Valley. Persoonlijk vind ik bovendien de natuurlijke omgeving inspirerend. Als je in een dynamisch bedrijf werkt, helpt een rustgevende ambiance om afstand te nemen en zaken in perspectief te plaatsen. Je krijgt hier letterlijk en figuurlijk zuurstof.”

PGGM wil ook iets voor zijn vestigingsplaats betekenen en stelt daarom het omliggende park, het grand café en het auditorium beschikbaar voor de Zeister gemeenschap. Daarnaast ontvangt het bedrijf eens in het jaar allerlei vragers en aanbieders van zorg op de ‘Zeister beursvloer’, een populaire markt waar burgers en instellingen noden en vaardigheden kunnen uitwisselen. “We willen de buitenwereld naar binnen halen en betrokken blijven bij wat er in de maatschappij speelt,” verklaart Bos.


Wat de grote buitenwereld betreft, is PGGM volgens Else Bos leidend op het gebied van verantwoord beleggen, met daarbij passende awards als gevolg. “Wij gebruiken onze invloed om ondernemingen goed met mensen en het milieu te laten omgaan, en dat kan wel degelijk samengaan met goed financieel rendement. Voor mij persoonlijk werkt dat ook prettiger. Ik heb jaren in bancaire ondernemingen gewerkt, maar ik vind de combinatie van geld en maatschappelijke vraagstukken veel inspirerender dan geld alleen.”

Eenhoog op het Zusterplein naast Slot Zeist, met uitzicht op het kerkhof van de hernhutters, huist onder andere NPI, instituut voor organisatieontwikkeling. Het bedrijf werd in 1954 opgericht door Bernard Lievegoed als Nederlands Pedagogisch Instituut voor het bedrijfsleven. Lievegoed, behalve psychiater ook organisatiedeskundige en auteur, was de drijvende figuur binnen de antroposofische beweging in Nederland. Hij legde de basis voor een hele reeks instellingen in en rond Zeist, van ‘heilpedagogische’ Zonnehuizen tot de Vrije Hogeschool en het NPI.

Frank Verborg en (Oostenrijker) Sven Withofs zijn de tegenwoordige eigenaren van het adviesbureau, dat onder meer de Rabobank, het CBS en de internationale oliemaatschappij OVM tot zijn klanten rekent en maar voor vijf procent op opdrachten uit de antroposofische sector draait. Hun aanpak, denken ze, is onderscheidend doordat zij uitgaan van de ‘ik-kracht’ van organisaties. “Meer dan naar de groep of het team kijken wij naar individuen,” zegt Verborg. “Het gaat altijd om personen die iets mogelijk of onmogelijk maken.” Withofs: “We letten op iemands talenten en proberen die te versterken; taken waar een medewerker minder goed in is, moet een ander maar uitvoeren. We weten dat het kapitaal in de mensen zit en niet in de software of het systeem.”


Zeist is een inspirerende plek, vinden ze. Sven Withofs: “Een collega noemde dit gebied een van de meest spirituele plekken ter wereld. Als ze de hernhutters niet de kop inslaan, zijn wij ook welkom, hebben anderen gedacht. Zo zijn de antroposofen hier ook neergestreken. Zijn er eenmaal drie vreemde vogels, dan komt de vierde ook: zwaan-kleef-aan. Ik heb gehoord dat Starbucks-oprichter Howard Schultz hier in de buurt een woning heeft. Dit is heilige grond geworden. De geest van Lievegoed en anderen zweeft door de panden, de straten en de mensen, en geeft elan aan wie er gevoelig voor is.” Frank Verborg: “We worden hier omgeven door geschiedenis en traditie. Vernieuwing gedijt pas goed als die wortelt in traditie, zoals het individu wortelt in de gemeenschap. Tussen die polen vindt het leven plaats. Dat is ook een antroposofisch inzicht.” Withofs: “Dit is van oudsher een streek voor intellectuele gelukzoekers. Mensen met genoeg geld en vrijheid om te kunnen nadenken over wie ze zijn en wat ze willen met hun leven. De eerste adepten van Steiner waren niet toevallig graven en vorsten en andere rijken. Antroposofen wonen nooit zestienhoog in Weesp.”

Pieter Meester, secretaris van de Antroposofische Vereniging, die zetelt in een oude Zeister villa, nuanceert dat laatste beeld. “Het idee dat er meer is achter de horizon en dat de wereld beter kan, wordt altijd het eerst opgepikt door mensen die zich niet druk hoeven te maken om het dagelijks brood. De antroposofie sloeg aanvankelijk vooral onder welgestelden aan, maar intussen is het gedachtengoed gedemocratiseerd. De Nederlandse antroposofische beweging telt nu 4200 leden, van wie een derde deel hier in de buurt woont. Maar de belangstelling voor antroposofische initiatieven als vrije scholen en biologisch-dynamische landbouw is veel breder. Of neem de zorgboerderijen: een antroposofische uitvinding, en nu zijn er wel duizend in Nederland.”


Op een bankje bij de slotvijver zit een man in krijtstreeppak de Financial Times te lezen. Het lijkt illustratief voor Zeist, waar het goede, het ware en het schone erg in tel zijn, maar het zakelijke niet wordt vergeten. Daarvan getuigen niet alleen PGGM met zijn miljardenportefeuille en het NPI met zijn algemene clientèle, maar ook de Triodosbank met zijn 200.000 klanten. De antroposofische komaf van deze instelling is wat verwaterd, maar de doelstelling van duurzaam bankieren niet. “Volg je hart, gebruik je hoofd,” roept de bank zijn achterban toe. Ofwel: “Met duurzaam bankieren bedoelen we dat we het geld van onze klanten zorgvuldig investeren in bedrijven met een meerwaarde op gebied van zorg & welzijn, natuur & milieu en kunst & cultuur.”

Een vraag om medewerking aan deze reportage stuit op een vriendelijke maar besliste weigering. Als het alleen om duurzaamheid zou gaan, had Triodos graag iemand vrijgemaakt, maar men wil niet in één adem worden genoemd met hernhutters, antroposofen en andere wereldverbeteraars. Vermoedelijk wenst de bank geen voeding te geven aan een soft imago, zeker niet nadat ze was uitgeroepen tot kwakzalver van het jaar 2010, een wel erg vlot oordeel van de Vereniging tegen Kwakzalverij, een jaar nadat Triodos een internationale prijs voor duurzaam bankieren in de wacht sleepte.

Steven Spaargaren, publicist bij onder meer het Zeister Magazine en al 25 jaar in Zeist woonachtig, bekijkt zijn gemeente met een nuchtere blik. Zeist mag dan veel clubs met idealen en goede bedoelingen herbergen, maar het ligt er niet duimendik bovenop, vindt hij. “De antroposofen bijvoorbeeld blijven voornamelijk in hun eigen zuil. Ik had een dochter op een vrije school en ik loop bij een antroposofische huisartsenpraktijk, maar van hun levensbeschouwing heb ik geen last; ze tetteren het niet van de daken.”


Wat hij wel constateert, is dat ecologie, eerlijke handel en duurzaamheid ingeburgerd zijn geraakt in Zeist. Zo heeft de burgerij zich afgelopen voorjaar er in ruime meerderheid voor uitgesproken dat Zeist een fairtradegemeente wordt, en komt er een duurzame uitbouw bij het gemeentehuis. Succesvol is ook een initiatief als Wereldreis door Zeist, een project waarbij Zeistenaren van verschillende etnische afkomst elkaar opzoeken en multiculturele activiteiten ontplooien. Of de aanstaande Fairtrade Businessloop, waarbij teams van bedrijven en maatschappelijke instellingen een halve marathon lopen voor een fatsoenlijke handel in de wereld, gevolgd door een afterparty met eerlijk eten en drinken en wereldmuziek. “Zulke acties slaan aan,” zegt Steven Spaargaren, “en dat is typisch Zeist. Idealisme vindt hier een goede voedingsbodem en beperkt zich niet tot de avonduren.”

Als het eenmaal is opgevallen, blijft het opvallen. Elke gemeente van vergelijkbare omvang telt wel een new-agezaak en een meditatiecentrum, maar in Zeist is de beschouwelijkheid wel heel virulent. Een bejaardenoord op antroposofische grondslag, een kindertherapeuticum, een paranormaal centrum, een centrum voor zijnsoriëntatie, een holistische dierenpraktijk, twee spirituele uitgeverijen, een coachingpraktijk voor omgang met geesten, een verzendhuis voor indianenfluiten en sjamanentrommels, een heilpedagogisch woonoord voor gehandicapte jongeren, een instituut voor esoterisch christendom, een instelling voor horizontaal leiderschap, een producent van duurzaam voedsel en het hoofdkantoor van een grote verzekeraar die ook al weer ‘duurzame waarde wil creëren met als doel een betere samenleving’: er heerst hier kennelijk een genius loci die gedrevenen van allerlei pluimage naar zich toe zuigt.


Daar moet burgemeester Koos Janssen meer van weten. In zijn werkkamer in het oude raadhuis gaat hij er eens voor zitten. “Laat ik beginnen met de schone lucht, het schone water en de Zeister bossen, in overvloed aanwezig in het centrum van het land. Dat heeft van oudsher mensen aangetrokken. Het begon met de rijken die honderden jaren geleden de drukte van de stad ontvluchtten en buitens bouwden langs de weg van Utrecht naar Arnhem: de Stichtse Lustwarande. Van zomerverblijven werden het permanente verblijven, die werk boden aan allerlei mensen. Die nieuwkomers kwamen uit de stad, waren werelds, waren ondernemend, zaten in de scheepvaart en de handel, en die invloeden verspreidden ze hier. Ik denk dat zij hier een liberaal klimaat van openstaan voor anderen hebben bevorderd. Later zagen mensen er brood in dit gebied open te stellen voor recreanten van elders. Dat bracht nieuwe invloeden van buiten met zich mee. Eigenlijk begon die ontvankelijkheid voor andersdenkenden al toen de bewoners van het slot de hernhutters hierheen haalden.”

Bij de canon van Zeist horen sanatoria en verpleeghuizen, vervolgt de burgemeester. “Die vestigden zich vanaf ongeveer 1900 in nieuwbouw of in landhuizen die nieuwe bemensing zochten. Hier vonden mensen een rustige en aangename omgeving om te herstellen van het ongerede waarin ze verkeerden. Momenteel hebben we wel honderd instellingen en bijzondere organisaties gericht op herstel op het Zeister grondgebied. Daarbij gaat het zowel om locaties waar mensen met geestelijke en/of lichamelijke beperkingen herstellen of educatie volgen, als om detentiecentra.


“En dan heeft Bernard Lievegoed nog een grote rol gespeeld. Hij nam in geweldig tempo tal van initiatieven op het gebied van zorg en onderwijs. Vandaag de dag hebben duizenden Zeistenaren wel iets met antroposofie – ik kom het op allerlei niveaus tegen. De beweging heeft hier kennelijk de ruimte gezien om zich te ontplooien. Ik ben in Zeist dan ook nooit gestuit op enige aarzeling om andere invloeden toe te laten. En als mensen hun weg zoeken, leidt de aanwezigheid van de één tot de komst van de ander.”

Dan moet de burgemeester afronden. Als om zijn verhaal over invloeden van buitenaf te illustreren, wacht er een delegatie van de Marokkaanse gemeente Berkane, waarmee Zeist een vriendschapsrelatie heeft. “Weet u,” besluit hij, “in het land mag Zeist een naam van ingetogen deftigheid hebben, de politieke en maatschappelijke werkelijkheid is veel kleurrijker.”

Matt Dings