Tuut tuut tuut, botsen met Ruud – al sinds 1974

Voormalig CDA-premier Ruud Lubbers (72) is terug op de voorpagina’s: na in de Ridderzaal de troonrode te hebben beluisterd, ramde hij gister met zijn elektrische Volkswagen Golf Variant de gevel van een Haags advocatenkantoor. Bij, let wel, het inparkeren. Het deed ons terugdenken aan de legendarische botspartij waarmee Lubbers in 1974 van de ene dag op de andere een Bekende Nederlander werd.

‘Lubbers kraakt verkeerszaal en rijdt door’ kopte Het Vrije Volk op zaterdag 9 februari 1974 op de voorpagina. De andere kranten bleven niet achter: ‘Minister Lubbers reed zuil omver’ (De Telegraaf), ‘Lubbers reed na omrijden zuil door’ (Het Parool), ‘Lubbers na borrel tegen verkeerszuil’ (Utrechts Nieuwsblad) en ‘Na aanrijding in Den Haag: Politie houdt Lubbers aan’ (Algemeen Dagblad). De Telegraaf had, dankzij paparazzo Wim Hofland, de mooiste foto’s: van de ministeriële auto – een aan de bumper zwaar beschadigde Mercedes 280 SL – en van Lubbers zelf, terwijl hij de trap afdaalde van het Haagse hoofdbureau van politie. ‘Lubbers,’ aldus het onderschrift, ‘houdt hierbij de hand voor het hoofd en lacht zenuwachtig. Hij wordt voor nader verhoor weggeleid naar een gereedstaande politiewagen’.[[image file=”2011-09/schermafbeelding-2011-09-21-om-15.59.27.png” align=”right” ]]

Vijfendertig jaar jong was Lubbers in februari 1974, en amper negen maanden minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl. Voor de meeste Nederlanders was hij nog altijd een nieuwe en relatief onbekende ster aan het politieke firmament. Daar kwam met de botspartij opeens radicaal verandering in.

De maandag na het ongeluk stond Lubbers opnieuw op de voorpagina’s van de kranten. Nu met goed nieuws voor de minister: ‘Alcoholgebruik bleef onder grens: Lubbers mocht rijden’ (Algemeen Dagblad), ‘Bloedonderzoek wijst uit: Lubbers niet onder invloed bij aanrijding’ (Het Parool) en ‘Lubbers was niet dronken’ (Utrechts Nieuwsblad). Een boete van driehonderd gulden – zwaarder werd Lubbers uiteindelijk niet bestraft. Het oppositionele VVD-Tweede-Kamerlid Aart Geurtsen protesteerde nog (“Het gekke is dat de minister nu wel een boete moet betalen voor de overtreding paaltje omverrijden, maar niet voor het misdrijf doorrijden”), maar hij ving bot bij Dries van Agt, behalve minister van Justitie en vice-premier ook een partijgenoot van Lubbers.

Had het anders kunnen aflopen? Zeker. Acht jaar eerder, in 1966, was de Anti-revolutionaire minister van Binnenlandse Zaken Jan Smallenbroek tegen een geparkeerde auto gebotst en doorgereden. Toen het ernaar uitzag dat de bewindsman zich voor de kantonrechter zou moeten verantwoorden voor de aanrijding – hij wél – had Smallenbroek besloten zijn ontslag in te dienen. “Op grond van de zuiverheid in de verhoudingen, het aanzien van het ambt van minister en van de politiek in het algemeen.” De toenmalige minister van Justitie was Ivo Samkalden – een PvdA’er, en dus geen partijgenoot van Smallenbroek.

roelof bouwman