Nee, zo’n spuit ís niet gewoon!

Moet cosmetische chirurgie een basisvoorziening worden, net als zorg en onderwijs? Dat is de vraag in plásticaland Brazilië. Ook in Nederland lijken botoxen en liposuctie al normaal. Gaan wij dezelfde kant op?

‘Verbeter jezelf!’ schreeuwen de nieuwsbrieven van digitale service Groupon. Een laserliposuctie heb je al voor een kleine 1400 euro en rimpels zijn maar ‘onnodige en leeftijdsbepalende krasjes in de lak’, aldus het wervende tekstje. “Bij auto’s bijna niet te voorkomen, maar bij mensen wel.”

Voor dertig in plaats van 150 euro, zo meldt een willekeurige dagaanbieding, kunnen we bij Acura Cosmetisch Centrum terecht voor een botoxbehandeling, die inmiddels ‘algemeen geaccepteerd’ is. Maar liefst zevenhonderd deelnemers bevestigen het succes. Ter vergelijking: de capoeirales twee dagen eerder kon op een magere drie deelnemers rekenen.

Na een paar weken vol botoxdeals, tandenbleeksets en in prijs verlaagde liposucties zeggen we ons abonnement op de vrijetijdsdealaanbieder maar weer op. Er zijn al genoeg keuzes in dit leven; die van wel of niet botoxen laten we nog maar even voor wat-ie is.

Toch vragen we ons af: klopt het beeld dat Groupon schetst? Is het tegenwoordig ‘normaal’ om op je vrije middag even langs de botoxkliniek te fietsen? Moeten we ons daar dan geen zorgen over maken?

“Onze grenzen verschuiven,” zegt Maartje Schermer (1969). Ze is bijzonder hoogleraar filosofie van de geneeskunde bij het Erasmus Medisch Centrum en doet onderzoek naar de morele kant van medische technologie. Op het terras van het Amsterdamse café Dauphine bespreken we bij een kop thee de cosmetische chirurgie in Nederland. Schermers antwoord volgt op de vraag of we er over dertig jaar allemaal gebotoxt bijlopen.

De nadruk op cosmetiek is volgens Schermer een goed voorbeeld van de maakbaarheid van de mens door medische technologie. “Toen ik klein was, hadden maar enkele kinderen bijvoorbeeld een beugel of een bril. Daarmee was je raar. Nu heeft tachtig procent van de kinderen in mijn dochters klas een beugel. Je ziet bijna geen scheve tanden meer.” Of dat met een product als botox hetzelfde zal gaan, vindt Schermer lastig te voorspellen. “Het ligt aan wat de norm is in een samenleving. Door de beeldcultuur leggen we wel erg veel nadruk op uiterlijk. Vaak een irreëel uiterlijk, want met die beelden wordt ontzettend gesjoemeld.”


Dat bekende Nederlanders het noodzakelijk vinden om cosmetisch in te grijpen in hun voorkomen, weten we al een tijdje, maar inmiddels lijkt de discussie over wel of geen ooglidcorrectie zich meer en meer naar de koffieautomaat te verplaatsen. Linda de Mol – de ‘meest ultieme Nederlander’ volgens een recente poll – berichtte ons in juni vanaf de cover van haar blad LINDA. dat we ‘definitief om zijn’ als het gaat om cosmetische behandelingen. Het Parool meldde dezelfde maand in een interview dat botox ‘geen big deal’ meer is.

“De hoeveelheid beelden om ons heen maakt dat we nu meer geconfronteerd worden met ons eigen uiterlijk dan vroeger,” filosofeert Schermer. “Maar de schoonheidsidealen die we nastreven en de bijbehorende sociale druk waren er altijd al, zij het in andere vormen. In de achttiende eeuw droegen we bijvoorbeeld allemaal pruiken en veel te nauwe korsetten. Flauwvallen was vrouwelijk, dat hoorde erbij. Of denk aan de afgebonden lotusvoetjes in China.”

De verschuiving van het schoonheidsideaal op zichzelf vindt Schermer dus niet zorgwekkend. Het staat mensen immers vrij risico’s te nemen om hun ideaal te bereiken. “Je neemt ook risico’s door te gaan diepzeeduiken of skiën. Hetzelfde geldt voor uiterlijke aanpassingen,” verduidelijkt de filosofe. “Pas als de sociale druk te groot wordt, of als die bijvoorbeeld discriminerende vormen aanneemt, moet er worden ingegrepen.” Oftewel: pas als we ons verplicht voelen ons uiterlijk te laten aanpassen terwijl we dat eigenlijk niet willen, moeten we oppassen. Bijvoorbeeld wanneer managers geen medewerkers meer aannemen met een verouderd uiterlijk (wat bij de televisie nu al het geval is) of als mensen met een Aziatisch uiterlijk zich gedwongen voelen hun oogleden te laten corrigeren om gemakkelijker aan een baan te komen. Schermer: “Over die sociale druk moeten we nadenken en debatteren. Net als niet-mobiel bereikbaar zijn tegenwoordig nauwelijks nog acceptabel is, zou ook een niet-gefacelift uiterlijk dat kunnen worden. Willen we dat, moet je je afvragen.”


En dan is een keuze als wel of niet botoxen nog tot daaraan toe. Het dwingende karakter van nieuwe technologie levert vaak nog veel duivelsere dilemma’s op. “Prenataal onderzoek is daar een goed voorbeeld van,” legt Schermer uit. “Je moet kiezen of je wel of niet wilt weten of je kind een afwijking heeft. En als je het weet, moet je bepalen wat je dan met die kennis doet. Dat is een enorme druk.”

Terug naar de cosmetische wereld. Privéklinieken die een beter uiterlijk en meer zelfvertrouwen beloven, lijken bij bosjes uit de grond gestampt te worden. Wat zijn dat voor artsen? Hebben die geen belangrijkere dingen te doen dan uitgezakte gezichten opkalefateren?

“Het is een bizarre situatie in Nederland,” legt Irene Mathijssen (1969) uit. Ze is plastisch chirurg en woordvoerder van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC). Overigens niet te verwarren met de Nederlandse Vereniging voor Cosmetische Chirurgie; daarmee wil Mathijssen ‘zeker niet’ geassocieerd worden.

“Het beroep ‘cosmetisch arts’ of ‘esthetisch arts’ is niet beschermd,” licht ze toe. “Mensen die alleen de theoretische opleiding voor basisarts hebben gedaan, kunnen zo als cosmetisch arts aan de slag. Dat betekent dat ze zonder enige ervaring in iemand kunnen gaan snijden.”

Mathijssen kent veel artsen die het ‘erbij doen’. Longartsen die in de avonduren borsten vergroten, bijvoorbeeld, of huisartsen die ogen liften. Omdat er geen regelgeving is, zijn deze artsen alleen onderworpen aan hun eigen beroepsethiek. Mathijssen vindt het zorgwekkend: “Je moet heel goed opletten of zo’n kliniek betrouwbaar is. Voor een leek is het eigenlijk niet te zien.” Als voorbeeld noemt ze behandelaars die zichzelf aanprijzen als ‘consulenten in de esthetische chirurgie’. “Die titel betekent helemaal niets; die mensen zijn niet eens medisch geschoold. Ondertussen doen ze wel de intake voor jouw facelift.”


Of het aantal privéklinieken werkelijk is toegenomen, is overigens moeilijk te bepalen. Omdat het niet om verzekerde zorg gaat, werden er tot 2010 nergens cijfers bijgehouden. Pas sinds deze klinieken zich vorig jaar moesten registreren, heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg een idee van het aantal cosmetische klinieken. Toelatingseisen zijn er echter niet voor het speciaal aangelegde Zorgregister. Registratie staat dus niet gelijk aan een keurmerk en bovendien weigert een groot aantal klinieken volgens Mathijsen überhaupt om mee te doen. Het register vermeldt op dit moment slechts 35 cosmetische privéklinieken. Dat terwijl het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport maar liefst 241 adressen (waarvan de kans groot is dat die een privékliniek betreffen) een brief heeft gestuurd met een verzoek om registratie.

Acura Cosmetisch Centrum uit het voorbeeld hierboven vinden we inderdaad in het register. Andere privéklinieken die we via dezelfde weg (Groupon) hebben leren kennen, niet. “Je moet daar echt mee oppassen,” waarschuwt Mathijssen van de NVPC. “Er valt veel geld te verdienen in die wereld en de wetgeving is bijzonder soepel. We zien heel nare complicaties voorbijkomen.”

Dat er nog steeds zo weinig zicht is op de branche, verbaast Liesbeth Woertman (1954), hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht en gepromoveerd op lichaamsbeelden. Onlangs vroeg haar uitgever of ze haar boek Moeders mooiste – De schone schijn van het uiterlijk uit 2003, waarin ze de inhoud van onze huidige schoonheidsidealen kritiseert, wilde actualiseren. Maar het voortdurende gebrek aan feiten maakt het interpreteren lastig.


“Dit soort vrouwenglossy’s creëert een eigen werkelijkheid van wat ‘normaal’ is en het aantal klinieken lijkt toe te nemen,” legt ze uit, terwijl ze de door ons meegebrachte juni-editie van LINDA. doorbladert. “Maar tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat in Nederland driekwart van de vrouwen tevreden is over haar uiterlijk. Dat is ongekend hoog in verhouding tot andere landen.”

In september start Woertman met een vergelijkende internationale studie op het onderwerp, maar als ze vast mag speculeren, denkt ze dat de grote tevredenheid aan onze waarden ligt. “Wij verbinden schoonheid minder met onze identiteit dan vrouwen in bijvoorbeeld Brazilië, dat op nummer één staat als het aankomt op cosmetische chirurgie.”

Biologisch gezien komen we volgens Woertman ook al vrij dicht in de buurt van het huidige westerse ideaalbeeld dat door internet over de hele wereld is verspreid: lang, blank, slank en een goede vetverdeling. Maar waarom willen we dat ideaal eigenlijk bereiken? Wat hebben we eraan?

“We denken dat we er gelukkiger van worden,” verzucht Woertman. Het beste voorbeeld vindt ze een commercial van een tijdje geleden voor een antirimpelcrème. “Het begint met een zomertafereel: een shot van een jongen en een meisje lachend en gelukkig in een veld. De jongen wil een foto maken van het meisje. Hij zoomt in op haar gezicht en naarmate haar rimpels beter zichtbaar worden, wordt het beeld grauwer en de muziek naargeestiger. De jongen is niet meer blij. We zien het meisje vervolgens smeren met dat middeltje en als we een sprong van twee weken in de tijd maken en hetzelfde tafereel zien, blijven het beeld en de muziek vrolijk terwijl de jongen inzoomt. De rimpels van het meisje zie je niet meer.”


Je bent gelukkig als er van je gehouden wordt, en er wordt alleen van je gehouden als je geen rimpels hebt, is de impliciete boodschap van de reclame. Het klopt ook wel een beetje, laat onderzoek van professor Daniel Hamermesh van de University of Texas zien. Hij stelde vast dat knappere mensen meer verdienen en ook knappere partners hebben. Zijn recentste onderzoek, afgelopen april, laat zien dat knappere mensen zelfs tien procent gelukkiger zijn.

“Dat is de grondslag van een wens voor cosmetische chirurgie; de koppeling tussen schoonheid en geluk. Zulke beelden sla je op en neem je mee in jouw persoonlijke beeld van hoe het hoort,” denkt Woertman. “Net als dat het beeld dat je van je eigen lichaam hebt een opeenstapeling is van indrukken die je van anderen hebt gekregen. Je ouders, klasgenootjes, collega’s, vriendjes. Je zelfbeeld vorm je niet zelf, dat komt van anderen.” Hoe je jezelf ziet, is dus geen feitelijkheid, maar een opeenstapeling van blikken en waarderingen van anderen.

“Daarom komt de wens om dingen aan jezelf te veranderen vaak voort uit een generieke onvrede. Je denkt dan dat je wél gelukkig wordt als je grotere borsten hebt, maar dat is natuurlijk niet zo. Mensen gaan immers niet meer van je houden omdat je grotere borsten hebt. Ze vinden hooguit je nepborsten mooi,” stelt Woertman.

Ook professor Hamermesh gelooft niet dat de cosmetische industrie iemand echt mooier en dus gelukkiger kan maken. Daarover zegt hij tegen een journaliste van de Amerikaanse krant USA Today: “Ik weet dat al die cosmetische mensen en mensen uit de kledingindustrie zeggen dat ze je mooier kunnen maken, maar daar is geen bewijs voor. Het helpt niet. De schoonheid wordt voor een enorm deel bepaald door de vorm van het gezicht, de symmetrie en hoe dat met de rest samenhangt.”


Betekent dat dan dat een cosmetische behandeling totaal geen zin heeft? Iemand die verschillende cosmetische ingrepen heeft laten doen, wordt daarvan niet gelukkiger, weet Woertman te melden. “Máár,” relativeert ze, “mensen die één specifieke behandeling al heel lang op hun wensenlijstje hebben staan, blijken zich na een cosmetische operatie wel beter te voelen. Zij hebben bijvoorbeeld hun hele leven lang al een negatieve associatie met hun flaporen, wijnvlek of cup AA. Als dat dan ‘normaal’ wordt gemaakt, voelen ze zich beter.”

Dat klinkt al met al heel anders dan dat we in Nederland ‘definitief om’ zouden zijn, zoals LINDA. beweert. Zegt deze recente coverkreet dan misschien iets over de toekomst, het effect van de self-fulfilling prophecy?

“Als we blijven denken dat de mens individueel, autonoom en maakbaar is, dan zou botox over dertig jaar heel geaccepteerd kunnen zijn,” meent Liesbeth Woertman. “Nederlandse kinderen die opgroeien in deze beeldcultuur, vinden het al een stuk gewoner dan wij. Als niemand een kind vertelt dat de antirimpelcrèmecommercial geen realiteit is, weet het natuurlijk niet beter.”

Dat we er allemaal uit gaan zien als barbie, betwijfelt de psychologe echter. Behalve de wens om aan het schoonheidsideaal te voldoen hebben we namelijk ook de intrinsieke behoefte om ons te onderscheiden. Woertman: “Al zouden we allemaal met gladgebotoxte gezichten rondlopen, dan wordt er op een dag wel weer iemand wakker met een wens voor drie oren.”

Een heel ander scenario is dat uiterlijk minder belangrijk wordt. Dat we een stapje terug moeten doen in de behoeftepiramide van Maslow, zeg maar. “Stel dat Europa failliet gaat en we allemaal in één klap een stuk armer worden,” oppert Woertman, “dan verandert alles weer. Dan komen we misschien in een nieuw, minder oppervlakkig en decadent paradigma. Dan worden we weer in beslag genomen door de werkelijkheid en verwordt schoonheid, zoals vroeger, tot een luxegoed.”

Karen Geurtsen