Minister Kwist, een feuilleton (2)

Toen Zijne Excellentie minister Ernest Kwist van het kleinste en minst belangrijke departement uiteindelijk als laatste van de hele ministersploeg van het kabinet-Rutte I zijn opwachting maakte in de Kamer om zijn begroting toe te lichten, schreef hij geschiedenis.

Hij sprak voor een vrijwel lege zaal. Alleen de woordvoerders waren er, en niet eens allemaal. Er was een vervelend dik wijf van de SP dat hem vroeg waarom hij de persoonlijke dossiers niet had overgedragen en hoe de financiering daarvan eruitzag. Hij wist niet waarover ze het had, maar tot zijn opluchting werd het vigerende beleid verdedigd door de woordvoerder van de PvdA. We moesten de rekening niet bij de burger neerleggen, daar was iedereen het wel zo’n beetje over eens. Er was dat jongetje van GroenLinks dat technische vragen stelde over de implementatie van de procedure. Iemand van D66 had kritiek op de toon van het debat en vroeg de minister daar al dan niet afstand van te nemen. Toen nam hij het woord en hij zei: “Mevrouw de voorzitter.”
Hij droeg geen stropdas. “Ik draag geen stropdas,” zei hij. “En dat wil ik graag uitleggen aan uw Kamer. Omdat de Kamer recht heeft op alle relevante informatie. En omdat het misverstand op de loer ligt dat mijn dasloosheid zou getuigen van een gebrek aan respect voor het parlement, hetgeen ik met klem zou willen ontkennen.” Hij nam een slokje water. “Met klem,” zei hij. Hij dacht na. Hij dacht aan zijn vrouw die op dit moment thuis aan de televisie gekluisterd zat en zich ongetwijfeld afvroeg hoe hij het in zijn hoofd had gehaald om de donkergroene das die zij speciaal voor zijn eerste debat had gekocht niet te dragen. Hij dacht aan José, zijn ambtelijk secretaresse, die zich voor een monitor ergens in het kamergebouw precies hetzelfde zat af te vragen over de mauve das die zij speciaal voor hem had gekocht. Hij mocht nu geen fout maken. Er stond politiek veel op het spel.
“Mevrouw de voorzitter, mijn beleid is gericht tegen de stropdas als zodanig. De stropdas is een knevel van het strottenhoofd die het vrije woord in de weg zit. De stropdas is een archaïsch symbool voor mannelijkheid met de suggestie van een verlengstuk van de penis in erectiele toestand. De stropdas is een residu uit het verleden. Weg met de stropdas! Door de stropdas in de ban te doen, wil ik als minister uitdragen dat deze regering het vrije woord zonder enige belemmering wil laten klinken, dat deze regering een regering is voor alle burgers, mannen en vrouwen, en vooral dat deze regering een regering is die de problemen van vandaag aanpakt en die hervorming en vernieuwing boven aan haar agenda heeft staan.”
De woordvoerders van de regeringsfracties roffelden op hun bankjes. De voorzitter sloot de vergadering. Minister Kwist had zijn eerste begroting ongeschonden door de Kamer geloodst.
“Waar kwam dat opeens vandaan?” vroeg José. “Dat was briljant.” Op zijn departement werd hij gefeliciteerd door zijn ambtenaren. Hij wuifde de complimenten weg. “We zijn een team,” zei hij.
Toen hij ’s avonds thuiskwam, vloog zijn vrouw hem om de hals. “Poesje!” zei ze. “Je zit al de hele dag in alle journaals. Ik ben zo trots op je!” Tijdens het eten ging de telefoon. Zijn vrouw nam op in de andere kamer. Met een rood hoofd kwam ze hem halen. “Pauw en Witteman,” zei ze op een toon alsof ze net had gehoord dat ze de hoofdprijs in de Staatsloterij had gewonnen. “Ze willen je vanavond in de uitzending. Ze vragen of je met de dienstauto komt of dat ze een taxi moeten regelen.”

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer