Minister Kwist, een feuilleton (6)

Toen Minister Kwist na een week van ziekte terugkeerde op het ministerie, had hij enigszins opgezien tegen de hoeveelheid achterstallig werk die hij zou moeten inhalen. Dat bleek volkomen ten onrechte. Zijn postvak was leeg. Alle ingekomen stukken waren behandeld. Alle brieven waren beantwoord. Een wetsvoorstel was keurig op tijd de deur uitgegaan. Zelfs al zijn e-mails bleken te zijn gelezen en beantwoord. “Maar hoe komen jullie aan mijn password?” vroeg hij aan een van zijn ambtenaren.

De beveiliging van de mailbox van de minister is niet geactiveerd. U typt altijd wel braaf een password in, maar u zou net zo goed een willekeurig andere code kunnen invoeren. Probeert u maar. Dat is standaardbeleid. Vanwege de veiligheidsvoorschriften. Uit landsbelang moeten ambtenaren in noodsituaties altijd toegang hebben tot de e-mail van de minister.”

In feite ben ik zo goed als overbodig op mijn eigen departement.”

Ha ha! U zegt het, minister. U zegt het. Laat ik het zo formuleren: u kunt altijd van ons op aan. We zijn een team. Prettige dag verder.”

Minister Kwist bleef alleen achter in zijn werkkamer. Een onbestemd gevoel maakte zich van hem meester. Hij had altijd gehoopt dat het allemaal wel mee zou vallen, dat hele regeren, zeker gezien het feit dat hij het kleinste en minst belangrijke departement onder zijn hoede had, maar dat het zo weinig werk zou zijn, had hij nooit gedacht. En hij wist niet of hij daar wel zo blij mee moest zijn. Hij kreeg opeens zin om iets te beslissen. Zomaar iets, maakte niet uit wat. Om te bewijzen dat hij er wel degelijk toe deed. Om te bewijzen dat hij bestond. Maar hij kon niets verzinnen.

Er werd op zijn deur geklopt. José kwam binnen, zijn ambtelijk secretaresse. Ook daar had hij erg tegen opgezien, tegen het moment om haar onder ogen te moeten komen na wat er was gebeurd toen zij precies op die ene avond dat zijn vrouw de deur uit was op ziekenbezoek was gekomen. Hij schaamde zich ervoor en had zich voorgenomen om zijn excuses aan haar aan te bieden, al had hij nog niet precies bedacht hoe hij die zou formuleren. Maar uit niets in haar gedrag bleek dat zij ongemakkelijk was of ontstemd of dat er überhaupt iets was voorgevallen wat de verhoudingen had geproblematiseerd. Ze nam zijn agenda met hem door, vroeg hem wat stukken te ondertekenen en ze deed dat precies zoals ze dat altijd had gedaan. Zou het dan misschien toch slechts een mooie koortsdroom zijn geweest?

Ze trok de deur van zijn werkkamer achter zich dicht, maar kwam toen terug. “O ja, nog één ding. Dat was ik bijna vergeten.” Ze legde twee sleutels op zijn bureau. “Gefeliciteerd met je pied-à-terre in Den Haag, Ernest. Het is een bescheiden tweekamerappartementje, sober maar smaakvol gemeubileerd. Het adres staat op het kaartje.” Hij keek haar met een verward gezicht aan. “Je had me gevraagd dat voor je te regelen. Weet je dat soms niet meer?”

Met een hoofd vol tegenstrijdige gedachten scrolde hij door zijn mailbox. Zijn oog viel op een berichtje van de premier. “Gezien de te voorziene vacature op Binnenlandse Zaken ten gevolge van het vertrek van collega Donner naar de Raad van State, wilde ik je informeel en strikt vertrouwelijk vragen naar je beschikbaarheid.” De mail was beantwoord. Hij ging naar zijn outbox en toen hij het antwoord las, trok hij wit weg. “Beste Mark. Ik dank je voor je vertrouwen. Het spreekt voor zich dat ik beschikbaar ben voor die eervolle functie zodra het landsbelang dat van mij vraagt. Met vriendelijke groet, Ernest.” Waren ze gek geworden? Waren ze dan verdomme helemaal gek geworden?

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer