Je mag het eigenlijk niet zeggen, maar het gaat best goed met het voetbalvandalisme in Nederland

De bekerwedstrijd Ajax-AZ moet over. Helemaal, en zonder publiek. Dit heeft de KNVB vandaag beslist. Het is een salomonsoordeel waarin de meeste mensen – behalve de Ajax-supporters, die hun club met 1-0 zagen voorstaan – zich zullen kunnen vinden. Vooral Ajax is door het besluit gedupeerd, maar het was dan ook Ajax dat had moeten voorkomen dat hooligan Wesley van W. AZ-keeper Esteban aanviel. Van W. had notabene een stadionverbod.

Van W. werd vorige week wereldnieuws door in de 37ste minuut het veld op te stormen. Hij wilde Esteban vellen met een karatetrap. De keeper ontweek de aanval en schopte terug. Helaas ook toen Van W. op de grond lag. Dat laatste had de Costa Ricaan natuurlijk nooit mogen doen. Op elke Nederlandse sportschool wordt kinderen geleerd dat een tegenstander die op de grond ligt hoogstens nog in een houdgreep mag worden genomen.

Esteban kreeg van de scheidsrechter de rode kaart, waarna AZ-trainer Verbeek zijn ploeg van het veld haalde en terugkeerde naar Alkmaar. Esteban mag in de rematch op 19 januari gewoon meespelen. Dat valt gezien de context waarin het allemaal gebeurde te verdedigen. De keeper wist niet wat hem overkwam, en handelde in een reflex. Hij heeft de Nederlandse jeugd inmiddels excuses aangeboden voor de schoppen die hij uitdeelde.

Behalve dat het bekerduel overnieuw moet, heeft de KNVB Ajax ook een schikkingsvoorstel gedaan van, voorwaardelijk, één thuiswedstrijd zonder publiek en een boete van 10.000 euro. Voor een club als Ajax is zo’n bedrag peanuts – de in ongenade gevallen spits Mounir El Hamdaoui, al het hele seizoen meetrainend met de Ajax-jeugd, strijkt per week minimaal het dubbele op. Het betreft dan ook vooral een symbolische straf.

Maar gestraft hééft de KNVB. Ajax is duidelijk als hoofdverantwoordelijke voor het incident aangewezen. Inderdaad is het onbegrijpelijk dat iemand met een stadionverbod toch binnen kon komen.

Maar verder valt het – je mag dit eigenlijk niet zeggen – tegenwoordig best mee met het geweld in en rond de Nederlandse voetbalstadions. Ja, onlangs waren er rellen in Utrecht. Agenten zagen zich zelfs genoodzaakt waarschuwingsschoten te lossen. Het was een naar incident, maar in de jaren tachtig en negentig was het in veel steden bijna wékelijks raak, met supportersgroepen die elkaar met stenen bekogelden en elkaar ook fysiek, als twee legers uit de Napoleontische tijd, te lijf gingen. De schrijver van dit stuk heeft zelfs wel eens supporters de scheidsrechter zien molesteren. Gewoon op het veld, tijdens de wedstrijd. Kortom: je dacht destijds wel drie keer na voor je met je zoontje op je nek naar ‘het voetbal’ ging.

Door logisch nadenken bij het inrichten van de stadions en bij de kaartverkoop aan en het vervoer van de supporters, verloopt de overgrote meerderheid van de duels nu zonder noemenswaardige incidenten. En dan hebben het nadrukkelijk níet over al die stuitende spreekkoren die, helaas, van alle tijden zullen zijn.

boudewijn geels