Vrouwen van Nederland: trek aan die rok!

Als Martin Bril nog in leven was geweest, dan had hij ongetwijfeld deze dag, donderdag 15 maart, uitgeroepen als Nationale Rokjesdag, die ene, wonderlijke dag in het jaar waarop alle vrouwen in een collectieve, natuurlijke reflex besluiten voor het eerst blootbeens naar buiten te gaan. Maar Bril is dood, dus roepen wij vandaag namens hem, alle vrouwen van Nederland op om vandaag de nylons en de panty’s in de kast te laten liggen, het zomerrokje tevoorschijn te halen, de stilettohakken onder te binden en naar het werk te gaan dan wel later op de dag de terrassen te bezetten.

Het is zes uur in de ochtend als ik achter mijn laptopje kruip en naar buiten kijk. Het raam staat open en ergens onder mij krabt een buurman de ruiten van zijn leasebak schoon. Dat schrapende geluid, zo stel ik me voor, hoor ik voorlopig voor het laatst. Het dunne laagje vorst is er ook met een paar streken al vanaf. Gelukkig maar, weg met die winter. Gisteren hoorde ik iemand nog uitgebreid praten over zijn wintersportvakantie, over de mooie witte sneeuw die er lag. Ik kon het niet opbrengen ernaar te luisteren, en al helemaal niet om naar de foto’s te kijken op zijn I-phone – waarom laten mensen trouwens nooit hun mooiste kiekjes zien, maar moet je ook altijd eerst door een heleboel bewogen, overbelichte en overige rotzooi heen ploeteren?

De lucht is strak blauw, er is geen wind. Erwin Kroll, of hoe heten die gasten van het KNMI tegenwoordig, loopt al dagen te verkondigen dat donderdag de vijftiende een zonovergoten wordt. De eerste lentedag. Morgen en daarna is het weer kwakkelen, maar deze dag pikt niemand ons af. En de Erwinnen uit De Bilt lijken gelijk te krijgen. Het ruikt naar voorjaar, naar aarde, naar grond onder de stoeptegels die zich ontdoet van de laatste vorst en zich haast wellustig openstelt voor de zon. De vogels voelen het goed aan en maken zoveel lawaai dat de langslapers in het studentenhuis naast me het raam dichtdoen. De barbaren.

Ik ga naar beneden, de tuin in en neem plaats op de steigerhouten loungebank van Maurice van Abbevé uit Haarlem, die juist gistermiddag weer ontalgt en opgepoetst is teruggekomen uit de winterstalling. Om me heen beginnen takken van bomen en struiken uit te lopen. Het is nog magertjes, maar vandaag maakt de natuur met al die zon en warmte een flinke spurt.

Als ik terugloop naar de woonkamer, hoor ik van ergens in de verte iemand zingen. Een vrouwenstem. Ik probeer na te gaan welke buurvrouw het kan zijn, maar ik kom er niet uit. Haar stem is hoog en het lied gaat meen ik over de liefde. Hopelijk zie ik de vrouw, die alleen maar mooi kan zijn, vandaag nog in haar rokje.

Zie ook: Rokjesdag, de film

[[poll uid=639]]

frans van deijl