Bayern, de wedstrijd die niemand wilde

Zeven zakken chips gekocht, liters bier koud gelegd, beste vrienden gebeld (niemand kon, jammer), woonkamer versierd, oranje opblaasstoel opgeblazen, oranje feesthoorn klaargelegd op de oranje opblaasstoel, goeie vrienden gebeld (niemand kon, jammer), overwogen het gezicht van Bert van Marwijk en profil op mijn zij te laten tatoeëren, alle namen van de selectie uit m’n hoofd geleerd (je zegt dus gewoon Jetro, retro met een J), talloze vage bekenden gebeld (niemand kon, jammer), Bavariajurkje aangetrokken, gordijnen dichtgedaan.

Kortom: ik zat er klaar voor. Aan alle criteria voor een stevige Oranjekoorts voldaan, alle stappen gezet, alle geestelijke blokkades opgeheven. Het zou dit keer eens niet aan mij liggen. Bijna high was ik, gisteravond.

Het had nogal wat moeite gekost mezelf naar een dergelijke staat van wilsonbekwaamheid te transporteren. Bij eerdere toernooien zaten de supporters rond deze tijd al met zijn vijftigduizenden – de eerste drie coupletten van het Wilhelmus op de wang geschminkt en een bosje winterpenen op het hoofd – hevig hyperventilerend in de Arena om onze jongens uit te zwaaien voor ze naar het front vertrokken. Op die momenten was ik vaak nog aan het revalideren van een jaar lang Champions League, Eredivisie, Jupiler League, Bekercompetitie, Europa League, Intertoto, Wereldbeker voor Clubteams, Primera Division, Premier League, Ligapokal, Europese Supercup, Serie A, Serie B, Serie C, Bundesliga, Football League, League Cup, FA Cup, EK- of WK-kwalificatieduels, nacompetitie, play-offs, regionaal voetbal op RTV Noord-Holland, Africa Cup en/of Copa Libertadores en de jarentachtig-topwedstrijden die Sport 1 ’s overdag uitzendt, als er even geen live voetbal voorhanden is.

Wanneer de rest van het land langzaam tot een oranje kookpunt raakte, bevond ik me in een voetbalvacuüm, dat ik vulde met het kijken naar eindeloze graveltennispartijen. Een achterstand die ik gedurende het toernooi nooit meer inliep. Dat moest dus anders.

Het kostte me moeite. Niemand bleek zin te hebben in de wedstrijd tegen Bayern München. De Volkskrant kopte: ‘Verplicht duel dat bijna niemand wil’. Aan de ouwehoertafels van Jack en Wilfred waren ze het voor één keer eens: slechtste idee ooit, die wedstrijd.

De kaartverkoop was zo teleurstellend dat de prijzen gehalveerd werden. Kun je als Bayern-supporter voor nauwelijks twee tientjes Wilfred Bouma in het echt zien, berekende ik. Te geef, als je er zo over nadacht.

In de rust zette ik de EK-single van de Gebroeders Ko op repeat. Onmiddellijk begon de onderbuurman met zijn bezem tegen het plafond te beuken en ik telde voor de zoveelste keer de dagen tot ‘Denemarken’.

Zeventien. Ga ik nooit volhouden.