Doem, doem, doem, doemmm….day!

Ieder jaar op zes juni, D-Day dus, sta ik ’s ochtends om iets voor zes uur op, ga een eindje rennen en denk ik aan wat er exact op deze dag en op dit tijdstip in het oorlogsjaar 1944 aan de Franse kust gebeurde. Om vijf over zes raak ik de geschiedenis aan.

Op dat moment klapten de luiken open van de allereerste bootjes met daarin duizenden Amerikanen, Canadezen en Britten. Jongens die nu mijn vaders leeftijd zouden hebben. Ze renden het strand op en de meesten werden door de Duitsers neergemaaid.

Hoewel ik een geoefend jogger ben, verbeeld ik me dan dat ik steken voel in mijn zij, in de hartstreek, waar dan ook. Elk steekje is welkom, want een schot, een voltreffer.

Een enkele keer roep ik naar de hemel: ‘Thanks boys, thank you very much’. Ik kan dat veilig doen, want er is op dat uur toch geen mens te bekennen op straat die mij eventueel met een vinger tegen zijn voorhoofd tot de orde kan roepen.

In de loop van de dag sta ik op gezette tijden even stil bij het aantal slachtoffers dat op dat tijdstip al was gevallen: rond het middaguur al meer dan tweeduizend, om drie uur zo’n vierduizend, en als ik om zes uur ga eten staat de teller van toen dik boven de vijfduizend slachtoffers, voornamelijk Amerikanen.

The Longest Day
D-day anno nu is compleet als ’s avonds de speelfilm The Longest Day met John Wayne wordt uitgezonden, meestal door SBS (maar dit jaar op RTL7 20.30) en ik meen dat dat nog de erfenis is van oud-directeur Fons van Westerloo die erg geïnteresseerd was in de oorlog. De onderbrekende reclames vormen geen enkel beletsel. Die film, die ik ontelbare keren heb gezien, kan mij niet lang genoeg duren.

De film opent met de eerste tonen van Beethovens Vijfde Symphonie: Doem, doem, doem, doemmm. Het is zo dreigend en tegelijk zo fascinerend. De huiveringwekkendste scène is die van de Duitse majoor Pluskat, die in een bunker verblijft, de geruchten over een op handen zijnde invasie van zich af probeert te schudden maar dan ineens zijn hond Blondie mist.


De herder voelt de dreiging kennelijk aan en is ‘m gesmeerd. Nog een keer kijkt Pluskat door zijn verrekijker naar de zee, maar er is niets te zien. Of toch? Een stip aan de horizon, en ineens doemen vele stippen op, geallieerde schepen dus. Een hels lawaai barst los door de schepen die het vuur hebben geopend. Zelfs bij het beschrijven van deze scène lopen de rillingen over mijn rug.

Eerbetoon
Mijn matineuze rondje is een eerbetoon aan die duizenden jongens, die beweende zonen, broers en vrienden, die verloren vaders die in het vroege uur van deze dag in 1944 ergens in een vreemd land hun leven gaven voor mijn vrijheid. Dat is niet overdreven, pathetisch of sentimenteel, maar zo voel ik het echt. Zoals ik op 4 mei bij de Dodenherdenking ook gewoon twee minuten stil ben, waar ik me ook bevind. Zo heb ik het van huis uit meegekregen en zo geef ik het weer door aan mijn kinderen. Opdat zij hun geschiedenis kennen en daarmee hun toekomst, en dat zij beseffen dat niets in dit leven vanzelfsprekend is. Zeker de vrijheid niet.

Vaak is het op 6 juni al mooi weer en staan de bomen vol met nieuw blad dat lichter lijkt dan verderop in de zomer als het alweer wat doffer wordt. Erg warm is het meestal nog niet en als het regent of stormachtig is, ben ik pas echt tevreden, want zo waren de omstandigheden toen ook.

Dit jaar is er een kleine dissonant: 6 juni 2012 valt op een woensdag, terwijl 6 juni 1944 een dinsdag was. D-day op Woensdag Gehaktdag, nou ja, gezien het tragische verloop van de invasie is dat dan wel weer toepasselijk.