Pensioenfondsen: niets helpt

Niets lijkt te helpen bij de pensioenfondsen. De dekkingsgraad daalt nog steeds. Foto: ANP

In januari jongstleden kregen de pensioenfondsen van De Nederlandsche Bank waar ze al maanden om zeurden: het recht om de rente in hun berekeningen te middelen. Het effect zou dan zijn dat hun dekkingsgraad – die brengt tot uitdrukking in welke mate ze hun langlopende, toekomstige verplichtingen kunnen nakomen – zou verbeteren. Als ze de gemiddelde rente over een wat langere periode mochten gebruiken in plaats van de rente op dat moment, dan zou dat gunstiger uitpakken. Aldus de veronderstelling.

Eind mei van dit jaar bedroeg de dekkingsgraad van het APB, grootste fonds in Nederland, op basis van de nieuwe berekeningsmethode 92 procent. Eind juni was hij weer gedaald naar 88 procent. Het ABP is geen uitzondering, het fenomeen doet zich bij vrijwel alle pensioenfondsen voor.

Huhhhh?

De rente liep in juni weer op en dat zou in de recente denktrant een hogere gemiddelde rekenrente en dus een betere dekkingsgraad moeten betekenen. Toch daalde de dekkingsgraad met 4 procent.

Bij alle euforie van januari j.l. hebben de specialisten uit het oog verloren dat een hogere rente altijd ook betekent dat oudere, lager rentende obligaties, snel goedkoper worden. En dus in de portefeuilles afgewaardeerd moeten worden. Dat lijkt ingewikkeld maar is het niet.

Op 31 mei j.l. was de 30-jaarsrente in Nederland 1,8 procent. Eind juni was hij opgelopen tot 2,3 procent. Dat is relatief een zeer forse stijging. Als u 1.000 euro te besteden heeft nu, dan koopt u een obligatie met die 2,3 procent. Die van 1,8 procent wilt u ook wel hebben maar dan voor een lagere prijs – u bent niet gek – zodat u er per saldo toch 2,3 procent op maakt. Daar heeft u dus ruim 780 euro voor over, u kunt er dan 1,28 stuks van kopen en op elk krijgt u jaarlijks 180 euro rente. In totaal dus 230 euro, inderdaad: dat krijgt u ook als u die obligatie koopt die 2,3 procent rente biedt.

Gezien de lage rentestanden van de afgelopen tijd zitten de pensioenfondsen boordevol met laagrentende obligaties die ze nu weer moeten afwaarderen. En zo blijven we aan de gang. Tot de rente stelselmatig en langdurig hoger blijft, dan neemt het effect positieve vormen aan. Of dat allemaal nog op tijd gaat gebeuren is zeer de vraag.

Want in april 2013 gaan de pensioenen omlaag en de premies omhoog, bij de huidige stand van zaken. Er is nog heel even tijd om weer een nieuwe list te verzinnen.

 

Over Dr. Doom
Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, KPN, Shell en Unilever en is Short in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn.


Reacties zijn gesloten.