Professor Plop: drie hoogleraren die in kabouters geloven

Veel mensen hebben iets met kabouters. Sommigen hebben er zelfs heel veel mee. En heel soms zijn dat mensen van wie je dat zéker niet vermoedt. Even voorstellen: drie (oud-)professoren die helemaal into natuurwezens zijn.

Prof. dr. ir. Kees Zoeteman, bijzonder hoogleraar duurzaamheidsbeleid in internationaal perspectief aan de Universiteit van Tilburg

Het was in 1997, tijdens zijn periode als topambtenaar bij het ministerie van VROM, dat Kees Zoeteman uit de kast kwam. Hij gelooft in het bestaan van kabouters, zei hij voor de VPRO-televisie. Hoe die eruit zien? “Ja.. daar vormt een mens zich dan een beeld bij… met een puntmuts, en een bochel, of met een bijl in hun hand. Het zijn eigenlijk wezens uit een heel andere ruimtetijddimensie dan wij… Ik heb wel van mensen gehoord dat kabouters die worden jonger in plaats van ouder, leven andersom in de tijd dan wij gewend zijn. Dus ruimte en tijd kunnen op een heel andere manier gehanteerd worden dan wij gewend zijn, en in die andere dimensies leven deze wezens en ze raken dus in de fysieke vorm om ons heen heel even aan onze werkelijkheid.”
Het gegniffel op de Haagse burelen moet niet van de lucht zijn geweest. Maar er was ook bewondering voor Zoetemans coming out. Hij kan er in elk geval niet op worden betrapt dat hij zijn persoonlijke interesses vermengt met die van zijn werk. Daarin wordt hij nog steeds bijzonder serieus genomen. Hij was voorzitter van het Europees milieuagentschap in Kopenhagen en in 2001 volgde hij Ruud Lubbers op als voorzitter van Globus, een onderzoeksinstituut voor duurzame ontwikkeling in Tilburg. Daarna werd hij bijzonder hoogleraar.

Prof. dr. mr. Eric André de la Porte, emeritus hoogleraar algemene beginselen van het recht, Universiteit Twente

Op de website die Eric André de la Porte met zijn vrouw Nienke onderhoudt, windt de voormalig professor er geen doekjes om: in alle opzichten gelooft hij in kabouters en andere natuurwezens. Die komen soms wel érg dichtbij: “Eric en Nienke maakten in eigen huis kennis met kobolden, die daar hun residentie bleken te hebben. Ook kregen ze contact met kabouters die bij hen woonden/wonen. Ze zien hen niet, maar communiceren innerlijk wel met hen.”
Tot 1991 was De La Porte hoogleraar in Enschede. Daarna begon hij een praktijk als regressietherapeut en gaf hij kleurentherapie – op afstand. Nu geeft hij onder meer lezingen over natuurwezens. Net als mensen, zegt hij, zijn kabouters vanuit de kosmos op aarde gekomen. “Dat er via sterrenpoorten nu weer contact mogelijk is met hun planeet van oorsprong, is voor hen dan ook reden tot grote vreugde. Bovendien krijgen nu niet alleen mensen vanuit de kosmos nieuwe kennis en nieuwe technologie ingefluisterd, maar ook de kabouters. Bij verdere samenwerking tussen kabouters en mensen kan deze ontwikkeling versnellen, want kabouters zijn behulpzaam en fluisteren mensen dan ook graag hun nieuw verworven kennis in.”

Prof. dr. ir. Gert Frens, emeritus hoogleraar fysische chemie aan de Technische Universiteit Delft

Gert Frens is van origine een bèta-man. Na zijn studie en promotie werkte hij bij Philips Research en vervolgens tot 2002 als hoogleraar fysische chemie aan de TU Delft. Na zijn pensionering schreef hij het boekje Kabouters hebben echt bestaan. Volgens Frens zijn kaboutersagen uit het verre verleden in feite waargebeurde verhalen uit de tijd van Karel de Grote. De koning der kabouters, Kyrië, zou hebben geleefd in het Brabantse Hoogeloon – niet ver van Frens’ woonplaats Eersel. Toen de koning uit de weg werd geruimd, kwam er een einde aan de kaboutertijd. Zo niet voor Gert Frens, die nog steeds lezingen geeft over zijn geliefde natuurwezens.