Lekkere wijven in bikini’s

Sanne Keizer en Marleen van Iersel in training (foto anp)

Beachvolleybal is natuurlijk alleen maar leuk om naar te kijken vanwege de lekkere wijven in minibikini’s. Maar het is geen sport. Degene die dat ooit Olympisch heeft gemaakt, moet een soort van black-out hebben gehad. Of een door dronkenschap onvaste hand, bij het aankruisen van de ‘nieuwe Olympische sporten’.

Ik snap het best hoor, als u er zo over denkt. Alle sportkenners zeggen het immers, en die babbelen we maar wat graag na. Bovendien ben ik niet misselijk van een potje seksisme ten opzichte van mannelijke atleten, zoals u niet ontgaan kan zijn, dus waarom zou ik dan zeggen dat u niet zo over atletes op het strand mag praten?

Met één ding ben ik het volledig eens: volleybal is geen sport. Volleybal is een leuk spelletje. Ik zou mijn vinger niet in de mond van een volleyballer durven steken terwijl ik dit hardop zeg, maar ik ben daar echt van overtuigd sinds ik na tien jaar volleybal op een niet onaanzienlijk niveau overgestapt ben op wielrennen. Tuurlijk, volleyballers trainen ook hard en wat ze doen in enorm knap, maar van afzien hebben zij nog nooit gehoord.

Behalve volleyballers die op het strand uitkomen.

Want ga maar eens uren achter elkaar in mul zand rennen, springen, duiken en draaien. Dat is loodzwaar. Zeker als je maar met z’n tweeën bent. Met z’n zessen in een zaalveld kun je je nog een beetje verschuilen en regelmatig stilstaan, maar op het strand ben je continu in beweging. In dat losse zand, dat voelt als bewegen in dikke stroop. Je moet al opgestaan zijn voor je ligt, omdat de bal alweer over het net komt. Daar springt de verzuring je echt wel van in de benen.

Van Olympiagangers Sanne Keizer en Marleen van Iersel, die donderdag uitkomen in de voorrondes, hoorde ik hoeveel uren per week ze daarvoor trainen. Dertig! Een beetje ballen is maar een deel van wat ze doen. Ze springen ook eindeloos over hekjes en trainen zich suf op fitballen, u weet wel, van die enorme ballen die je in de sportschool ziet. Zij zitten daar niet op, nee, ze gaan er bovenop staan en dan overgooien met een medicinbal – dat is een bal van een paar kilo. En blijven staan hè. Is goed voor de stabiliteit. Ik geef het u te doen.

Maar dat is lang niet het zwaarste aan beachvolleybal. Wat de sport pas echt heftig maakt, is het continue op elkaars lip zitten. Ik word af en toe al gek van mijn ploeggenoten als we meer dan een week met elkaar onderweg zijn, en dan zijn wij nog met z’n zessen of achten. We hoeven niet elke nacht bij dezelfde op de kamer te slapen. En tijdens de koers kunnen we ook nog eens tegen andere gezichten aankijken dan die van elkaar. Sanne en Marleen zitten 24/7 met elkaar opgescheept. In het veld, buiten het veld, als ze eten, als ze tandenpoetsen, als ze slapen.

Elf maanden per jaar veroordeeld tot je collega. Hoe zou u dat vinden? Iedere ochtend wakker worden naast de neuspeuteraar van het bureau tegenover je. Elke dag eten met die smakkende directiesecretaresse. Je douchen terwijl je zakenpartner zit te pissen. En dat ook op momenten dat je collega als een dweil presteert en je het gevoel hebt dat je het allemaal zelf moet oplossen. Op momenten dat je doodmoe bent, geblesseerd en chagrijnig en je alleen nog maar naar huis wilt. Dan moet je toch de moed erin houden, want elkaar de tent uitvechten gaat ten koste van je prestaties. Bovendien heb je gewoon niemand anders om mee te praten, ver van huis en je familie en vrienden als je bent. Dan moet je een harde zijn.

Denk daar eens aan, als u zit te kwijlen bij de beelden van die met kleine lapjes stof bedekte billen en borsten. Die meiden, die kunnen pas afzien.


Reacties zijn gesloten.