God is dood, leve het geld!

Er zit te veel romantiek in het geklaag over een wereld die overmatig om geld draait. God is dood, en geld heeft zijn plaats ingenomen, klaagde Martin Slagter op de opiniepagina van de Volkskrant. De teleurgestelde docent haalt Nietsche erbij, die God dood verklaarde en waarschuwde dat we ons zonder een ‘groot verhaal’ enkel nog op het zintuiglijk waarneembare zullen richten. Terwijl ik hierover nadacht, ging de bel. Voor de deur stond een duo Jehova’s getuigen: of ik met ze wilde praten over waar het allemaal echt om draait, ‘want het leven gaat over meer dan werken en geld’.

Ik heb ze weggestuurd met de mededeling dat ik aan het werk was, en een stukje over geld aan het schrijven was. Heel even vroeg ik me nog af of God ze gestuurd had, en ik hem nu de deur in het gezicht gooide. Nog even terug naar Slagter en zijn verdriet om de teloorgang van het ‘groot verhaal’.

De antigeld- en antigroeiprofeten zijn teleurgesteld in mensen, net als Nietsche, maar ze bieden geen oplossingen.

“Landen die het in Europa economisch slecht doen, dreigen buiten de boot te vallen. Of landen een rijke culturele traditie hebben, doet er blijkbaar niet toe.” Daar gaan we weer, denk ik dan. Slagter creëert hier een valse tegenstelling. Natuurlijk hebben de Grieken een rijke culturele traditie waar we nog dagelijks de vruchten van plukken, maar dat betekent niet dat ze niet op de centen hoeven letten!

Draai het liever om: een land dat zijn financiën op orde heeft, schept ruimte voor cultuur en spiritualiteit. En voor mensen die zelf beslissen door welk ‘groot verhaal’ ze hun leven al dan niet willen laten leiden. En trouwens: de oude Griekse cultuur mag hartstikke mooi zijn, de nieuwe is er een van corruptie en fraude. Het probleem is niet dat de oude cultuur geen waarde heeft voor Europa, maar dat de nieuwe deelname aan de euro in de weg staat. Er zit te veel romantiek in het geklaag over een wereld die overmatig om geld draait, en over de mens die het zonder grote verhalen moet stellen.

Toen we allemaal nog in God geloofden, vreesden we die vooral. Elke dag lagen we krom op het land en rillend in ons bed. Onze kinderen gingen dood. Pas toen we God loslieten en geld en ratio verwelkomden, voltrokken zich de wonderen waar we eeuwen om hadden gebeden: we worden gezonder en ouder, en hoeven onze laatste levensjaren niet meer te werken. We hebben meer vrije tijd dan ooit en brengen die voor een groot deel door met onze kinderen, die kinderziektes gemakkelijk overleven.

Zeker: alle zonden bestaan nog steeds, en door de toegenomen welvaart is zinloos consumeren, ooit voorbehouden aan de elite, nu ook een tijdverdrijf voor de massa.

De levenswijze van het kleine groepje filosofen, artsen en kunstenaars dat in de tijd van Nietsche zo bezig was zichzelf te verheffen, was niet de norm, en is dat ook later nooit geworden. Daarover klagen is gratuit. De antigeld- en antigroeiprofeten zijn teleurgesteld in mensen, net als Nietsche, maar ze bieden geen oplossingen.

Nu we toch met filosofen aan het smijten zijn: Aristoteles wees er al op dat rijkdom geen doel is, maar een middel voor een goed en deugdzaam leven. De enige vraag die dan resteert is: wie moet zorgen voor die deugdzaamheid, en het daarvoor benodigde geld? God? De staat? Of de mens zelf?

Ik heb het meeste vertrouwen in nummer drie. De rest mag helpen. Dat betekent dat de staat voor economische groei moet zorgen en op de centen moet letten, zodat we een goede gezondheidszorg en scholing kunnen betalen. God mag Jehova’s getuigen langssturen, die ik dan de deur kan weigeren.

Deze column verscheen eerder in HP/De Tijd van augustus 2012.

____________
Volg HP/De Tijd ook op Twitter!