Undercoverjournalist Günter Wallraff: ‘Ik moet alles zelf beleven’

gunter-wallraff-1

Op 1 oktober werd undercoverjournalist Günter Wallraff zeventig jaar. Hij dringt in vermomming (van onder andere een dakloze en een asielzoeker) in alle geledingen van de samenleving, soms met gevaar voor eigen leven. Maar het gaat hem niet om de sensatie of een gimmick – hij wil met zijn onthullingen oprecht de wereld verbeteren. 

HP/De Tijd interviewde hem over zijn idealen en ambities. ‘Ik ben geen Borat! Ik wil niet provoceren.’

Na Ik (Ali) bent u ruim twintig jaar vrijwel uit de publiciteit gebleven. Waarom?
“Ik ben geopereerd en heb weer moeten leren lopen. Maar ik heb al die jaren niet stilgezeten, hoor. Ik heb een stichting opgericht om de straat in Duis- burg waar ik zelf als gastarbeider heb ge- woond, kan worden opgeknapt. Ik heb boeken van anderen uitgegeven. Ik heb Salman Rushdie aan onderdak geholpen toen zijn leven werd bedreigd. Ik heb voor de Japanse televisie de rol gespeeld van Iraanse gastarbeider. Ik heb dus van alles gedaan. Nu het weer goed met me gaat en ik een goede maskermaakster heb, kan ik weer op pad.”

Nu bent u helemaal terug met uw nieuwe boek, Heerlijke nieuwe wereld. Daarin heeft u zich opnieuw in de Duitse maatschappij ondergedompeld, in allerlei hoedanigheden: van zwarte tot dakloze, en van fabrieksarbeider tot callcenter-medewerker. U krijgt veel lof, maar ook kritiek. Vooral op uw rol van Kwami Ogonno, een Somalische asielzoeker die in Duitsland wil integreren.
“Ik vind het goed dat een discussie ont- staat. Zo komt er tenminste iets in bewe- ging en komen er leerprocessen op gang. Maar de discussie zelf vind ik krankzinnig. In de media word ik telkens weer vergeleken met Borat (de Kazachstaanse journalist die gespeeld wordt door de Britse komiek Sacha Baron Cohen – red.). Ik ben geen Borat! Ik wil niet provoceren. “Ik blijf in zo’n rol gewoon mezelf: vriendelijk, terughoudend, misschien een beetje naïef. En dat is juist het interessante: zoals ik word behandeld als mensen me voor een ander aanzien. Dáár moet het over gaan. En het grootste deel van de zwarte gemeenschap in Duitsland bevestigt mijn ervaringen. Zij maken elke dag hetzelfde mee.”

De kritiek was dat u geen zwarten aan het woord liet. De Afro-Duitse belan- genorganisatie ISD zei: “Zoals altijd spreekt er weer iemand namens zwarten in plaats van mét ons.”
“Daar zitten twee kanten aan. Er is een zwarte schrijfster die een heel goed boek heeft geschreven over racisme, dat amper aandacht heeft gekregen. Haar boek geeft de situatie misschien wel beter weer dan het mijne, want ik heb alleen maar een rol gespeeld. Maar ik kan er niets aan doen dat zij niet de aandacht krijgt die ze verdient. Aan de andere kant heeft een bekende zwarte actrice gezegd dat het juist goed is dat ik als blanke mijn boek heb geschreven, want daardoor gaan andere blanken misschien eerder nadenken over hun vooroordelen. Dat is de paradox.”

Krijgt u nu andere kritiek dan twintig jaar geleden?
“Mensen komen nu al met kritiek voordat ze het boek überhaupt hebben gelezen, maar daar zijn ook grappige reacties bij, zoals een mevrouw die zich op haar website als Günter Wallraff had verkleed. Dat vond ik echt een eerbetoon. Maar ik hoor ook vaak dat ik een echte zwarte op pad had moeten sturen. Alleen: dat gaat niet. Ik wil dit zelf meemaken. En stel dat zo iemand iets overkomt? Zoals in die trein met voetbalsupporters, waar ik echt gevaar liep? Dat kan ik toch niet van een ander vragen? Zo was het ook met mijn rol van dakloze. Ik heb een vriend die dakloos is geweest en mij daar veel over heeft verteld, maar die ga ik niet vragen om bij vijftien graden vorst buiten te slapen. Hij heeft al genoeg geleden. Nee, ik moet alles zelf beleven.”

Jonge journalisten zeggen vaak: “Wat Wallraff doet, dat is zoals de journalistiek zou moeten zijn.” Helaas is er steeds minder tijd en geld voor onderzoeksjournalistiek.
“Dat is inderdaad het probleem. Daarom ben ik nu bezig om een beursfonds op te richten, waar jonge journalisten een aanvraag kunnen indienen voor een project dat dan door een jury wordt beoordeeld. In de zomer verwachten we de eerste inzendingen.”

In Nederland is de undercovermethode omstreden. Journalisten moeten in principe met open vizier te werk gaan, wordt hier gezegd.
“Dat was vroeger altijd het grootste punt van kritiek. Maar de mensen die zelf onder de smerige omstandigheden werkten waarin ik onderdook, hoorde ik daar nooit over. Die zeiden dan: ‘Eindelijk iemand die zich om ons lot bekommert.’ Bijvoorbeeld in de fabriek die broodjes levert aan de Lidl. Toen ik daar werkte, had iemand mij herkend, maar die heeft dat pas later gezegd, om mij niet onzeker te maken. Misschien kennen Nederlanders mijn principiële onderbouwing niet goed genoeg. Er zijn best theoretische redenen om deze methode af te wijzen, maar in de praktijk is het vaak de enige methode die werkt. In Duitsland wordt mijn methode inmiddels wel geaccepteerd, en ook in andere landen, zoals Zweden.”

Daar is uw naam inderdaad een begrip geworden.
“Elke zoveel maanden ‘wallrafft’ daar wel iemand. Het gaat om het blootleggen van onrecht. Maar er is wel een grens die ik nooit overschrijd. In kom nooit aan iemands privésfeer. Mijn methode is niet bedoeld voor Bild-praktijken. Terwijl Bild dat destijdswel bij mij heeft geprobeerd.” (Nadat Wallraff in de jaren zeventig een undercoverboek over Bild had geschreven, begon de boulevardkrant een haatcampagne tegen Wallraff. Hij stapte naar de rechter en werd uiteindelijk in het gelijk gesteld.)

Zijn er geen andere grenzen? Mag je bijvoorbeeld wel infiltreren bij de overheid?
“Nee, ook de regering moet zich kritisch laten ondervragen. Er zijn genoeg politici die zich door lobbyisten laten beïnvloeden. Sommige politici zijn omkoopbaar en misbruiken hun ambt. Zoals Wolfgang Clement, die nu weg is bij de SPD.” (Clement was ‘superminister’ van Werkgelegenheid en Economische Zaken onder bondskanselier Gerhard Schröder en lag onder meer onder vuur omdat hij te veel op de hand van het bedrijfsleven zou zijn geweest.)

U bent eerder een activist dan een objectieve journalist. Hoe weten lezers dat ze u kunnen vertrouwen?
“Daarvoor hebben we de rechtbanken. Bijna al mijn boeken hebben tot rechtszaken geleid die ik heb gewonnen, en hebben dus eigenlijk een geloofwaardigheidsstempel gekregen van de rechter.”

Bent u weleens misstanden gaan onderzoeken die wel mee bleken te vallen?
“Meestal heb ik een bepaalde voorkennis, bijvoorbeeld wanneer iemand me ergens over heeft getipt. Maar het is toch altijd anders dan ik had gedacht. Minder erg, of juist nog erger. Zo moet ik ook mijn eigen vooroordelen bijstellen. Dat is iets anders dan campagnejournalistiek, waarbij
journalisten elkaar napraten en opjutten. Dat gebeurt helaas te vaak in de journalistiek.”

U vertrouwt liever op uw eigen waarneming als participerend journalist?
“Ik beschrijf de realiteit zoals ik die ervaar. Dat kunnen ook positieve ervaringen zijn. Zo viel het me soms mee zoals ik als de Somaliër Kwami werd behandeld in Oost-Duitsland. En toen ik als dakloze leefde, merkte ik dat er genoeg personeel is voor opvang en dat er genoeg middelen zijn. Maar dat het dan soms toch fout gaat, zoals in die bunker in Hannover. Daar voelde ik me als een dier in de val; ik kon geen kant op en was werkelijk verlamd van angst.” (Wallraff werd ’s nachts fysiek bedreigd door een andere dakloze, terwijl alle deuren op slot zaten.)

“Het is zwaar jezelf te verloochenen voor een rol,” lezen we in uw boek. Een mens zou haast een gespleten persoonlijkheid krijgen na zoveel rollen.
“Het is andersom. Vroeger had ik een onderontwikkeld zelfbewustzijn. Ik kan me beter in anderen inleven dan in mezelf.Door mijn extreme rollen ben ik juist zelfbewuster en socialer geworden. Ook angst speelt daarbij mee. Mijn ouders waren bange mensen, maar op een gegeven moment heb ik besloten dat ik zo niet wil leven. Ik zoek de dingen op waar ik bang voor ben om mezelf te bevrijden.”

Dan had u ook acteur kunnen worden. U heeft kennelijk talent. Dan had u zich een hoop ellende kunnen besparen.
“Ik geloof niet dat ik een rol kan spelen die een ander mij oplegt. Juist de noodzaak maakt dat ik mijn rol goed speel. Daardoor word ik creatief.”

Niet iedere journalist kan zo werken als u. Of het nu gebrek aan tijd is of aan geld…
Stellig: “Dat heeft niks met geld te maken. Je kunt het ook best kleinschalig aanpakken, al heb ik zelf voor Ik (Ali) twee jaar vuil werk gedaan. In Duitsland zijn er nu ruim vijf miljoen exemplaren van verkocht, en hier in Nederland meer dan honderdduizend. Van tevoren zei iedereen in mijn omgeving: daar is al zo veel over gediscussieerd, dat is niet meer interessant. Toch was ik ervan overtuigd dat ik het moest doen.”

Door de komst van steeds professionelere voorlichters lijkt uw methode ook steeds noodzakelijker te worden.
“In de huidige situatieis onderzoeksjournalistiek inderdaad enorm belangrijk. Zo hebben we in Duitsland bijvoorbeeld een angstwekkend lobbysysteem. Parlementsleden dreunen tegen betaling een verhaaltje op. Die smeerlappen laten zich gewoon omkopen.”

Ligt daar geen rol voor u?
“Misschien wel. Hoewel, met mijn cv…”

U brengt de problemen van anonieme mensen voor het voetlicht. Wij hebben hier Geert Wilders, die zich op zijn manier inzet voor mensen die zich miskend voelen. Ziet u overeenkomsten? U hebt immers beiden kritiek op de islam.
“Ik zie een wereld van verschil. Hij denkt de waarheid in pacht te hebben en hij haalt andere mensen omlaag, van bovenaf. Ik heb inderdaad ook kritiek op sommige vormen van de islam, en ik heb strijd gevoerd met een moskeegemeenschap. Maar wel op gelijke hoogte, niet van bovenaf. En ik zie nuances: de meeste moslims zijn geen islamisten. Ze zijn net zoals de Duitsers die met Kerst en Pasen naar de kerk gaan. Alleen gaan zij met de ramadan naar de moskee. Maar ik heb wel degelijk kritiek op de fanatici. Ik vind dat de Deense cartoonist het volste recht heeft om zijn kritische cartoons over de islam te maken. Zo maak ik ook vijanden bij links. Het is jammer dat de islam in Nederland tot zo’n populistisch debat heeft geleid. Dit onderwerp moet je juist zakelijk benaderen.”

Lenen moskeeën zich als onderzoeksobject voor uw methode?
“We moeten beter weten wat er in moskeeën gebeurt, wat er gepredikt wordt. Het zou inderdaad een thema kunnen zijn.”

U heeft een gezin. Kunnen zij u missen als u weer eens een rol aanneemt?
“Ik ben voor de derde keer gelukkig getrouwd, maar we wonen niet samen. Een normaal gezinsleven zit er niet in, met al die haatcampagnes, huiszoekingen, processen enzovoort. Op een gegeven moment heeft mijn vrouw gezegd: ‘Ik moet de kinderen redden.’ Eigenlijk had ik celibatair moeten leven, maar ja…”

Vindt u het moeilijk daarover te praten?
“Misschien vertel ik daar wel meer over in de autobiografie waar ik aan werk. Maar ik wil dat die pas na mijn dood verschijnt. Niet dat ik daarin zo kritisch ben over anderen, hoor. Maar wel over mijzelf.”

Dit artikel verscheen eerder weekblad HP/De Tijd, op 5 maart 2010.


Reacties zijn gesloten.