Wie zorgt straks voor onze dementen?

Een paar weken geleden zag ik een tv-documentaire van de onvolprezen Louis Theroux (wat kan die man toch geweldige reportages maken) over het leven van Alzheimerpatiënten en hun directe familie. Hiertoe was hij afgereisd naar Phoenix, Arizona, een stad waar veel senioren hun golden years slijten.

Hij volgde over de periode van een paar weken twee patiënten die zo ver heen waren dat ze in inrichtingen waren opgenomen en twee andere die thuis woonden en minstens even ver heen waren. Het sterke van Theroux is zijn rechtstreekse, ogenschijnlijk naïeve manier van vragen stellen, waarbij hij iedereen die hij voor de lens krijgt volstrekt serieus neemt en nooit bang is om pijnlijke onderwerpen aan te snijden.

Onnozele grapjes
Van de familieleden/mantelverzorgers kreeg de kijker meer hoogte dan van de patiënten. Niet zo raar omdat de dementen over minder verbale vermogens en nog veel minder gespreksstof beschikten. Wat ik heel schrijnend vond (omdat ik me dat zo goed herinner van de omgang met mijn eigen vader in zijn laatste levensjaren) was dat ook Theroux al snel moest terugvallen op het maken van grapjes in de uitwisseling met zijn demente geïnterviewden. Een normaal gesprek valt niet te voeren, je komt nergens met het vragen naar gevoelens, gedachten of gebeurtenissen, al het perspectief is verdwenen.

Het enige wat overblijft is onnozele grapjes maken om nog iets van contact en een gezellige sfeer te creëren. Doe je dat niet als naaste, familielid, verzorger of bezoeker, dan gaapt de grondeloze leegte. Je kunt natuurlijk niet met z’n allen gaan zitten huilen over hoe vreselijk het allemaal is. Er moet gelachen worden om de horror vacui op afstand te houden.

Presentator Louis Theroux werd na een ochtendje oppassen al bijna gek.

Wegdoen of houden?
Waarom zaten twee patiënten in een verzorgingstehuis en de andere twee gewoon thuis met partner of in het geval van een relatief jonge vrouw: thuis met man en kind? Er was geen duidelijk verschil in geluk waarneembaar tussen de twee categorieën van patiënten. Voor een deel is dat eigen keus van de mantelzorger, een kwestie van persoonlijkheid. Sommige mensen zullen hun dement geworden partner nooit ‘wegdoen naar een inrichting’, omdat ze dat niet over hun hart kunnen verkrijgen, ook niet als ze hem of haar 24 uur per dag moeten bewaken.

Dus duwde de 91-jarige echtgenoot opgewekt en liefdevol elke dag maar weer zijn Sisyphus-rots de berg op, terwijl Theroux na een ochtendje oppassen op de 89-jarige vrouw al bijna gek was geworden van verveling en irritatie. De andere patiënte, een jonge vijftiger, was thuis nog te handhaven, al kon ze in het huishouden niets meer voor elkaar krijgen, maar haar man vreesde de toekomst, omdat hij opname in een beetje redelijke inrichting niet zou kunnen betalen.

Beter thuis
Dat was toch maar een mooi verschil met Amerika ten gunste van Nederland, dacht ik na afloop. Hier is de vraag ‘doe ik (doen we) de zorg zelf of kunnen we een beroep doen op asiel?’ tenminste een reële keus die niet uitsluitend door geld wordt bepaald. Maar volgens zorgverzekering VGZ zitten er veel te veel dementen in instellingen. Die kunnen beter thuis zitten, dat is goedkoper. Om de zaak in goede banen te leiden krijgen de dementen en hun partners een case-manager, die eens per drie maanden langskomt voor een hoe-gaat-het-ermee-gesprekje. Zo kunnen er op termijn miljarden euro’s worden bespaard!

“Je kunt niet blijven doorgaan met het bouwen van verpleeghuizen,” aldus directeur Jan Vuister van zorginstelling Geriant in de Volkskrant. Inderdaad, je kunt ook niet doorgaan met scholen bouwen, als er meer kinderen worden geboren. Dat er toevallig meer dementen zijn betekent niet dat die ergens aanspraak op mogen maken.

En hun partners en familie al helemaal niet. Die moeten niet zeuren en gewoon braaf hun Sisyphus-rots voortduwen, 24 uur per dag. Het is hun patiënt. Ze houden toch van hem of haar? Wie die zorg niet voor z’n naaste over heeft is een egoïstisch kreng die z’n sores dumpt bij de verzorgingsstaat. Maar de verzorgingsstaat is gekke Gerritje niet. Verschoon die luiers zelf en speel maar een spelletje mens erger je niet. Veel fijner voor de demente dan dure professionals en goedkoper bovendien.