Banken betalen 137 miljard terug aan de ECB. Goed of slecht teken?

Mario Draghi, de president van de Europese Centrale Bank, haalde niet lang nadat hij Jean Claude Trichet in die functie opvolgde zijn bazooka tevoorschijn. Hij claimt er meerdere van te hebben maar vooralsnog was die eerste genoeg. In twee tranches stelde hij ultra-goedkoop geld, meer dan een biljoen, beschikbaar aan banken die problemen hadden om in hun funding te voorzien. Rentevoet 0,75 procent. Die maatregel jaagde de beurzen omhoog, de banken waren gered, alweer, maar dit keer nog voor het echt nodig was.

De veronderstelling was het dat met die liquiditeits-tsnunami de banken de kredietverlening aan het het bedrijfsleven zouden oppakken. Dat dachten wij althans. In de praktijk maakten nogal wat banken ervan gebruik om direct staatsleningen van het eigen land op te kopen. Die hadden een lekker hoge rente, de marge tussen de kostprijs van het geld bij de ECB en de opbrengsten was enorm. Banken en landen tevreden. Voor het bedrijfsleven veranderde er niks, dat klopte nog steeds tevergeefs bij hun inmiddels zo goed als voormalige financiers aan.

30 januari 2013 is de eerste datum waarop banken hun geleende geld weer zouden mogen teruggeven aan de ECB. Iedereen was benieuwd hoeveel er zou worden aangemeld en nu weten we het: 137 miljard Euro. Een kolossaal bedrag. Maar tegelijk ook niet veel meer dan 10 procent van het totaal.

Waarom zou je als bank dat geld weer teruggeven? In het bedrijfsleven ga je het niet stoppen, dat deed je al niet. In staatsleningen was aantrekkelijk maar nu er alleen maar tegenvallers in de economie van die landen blijven opkomen, is er ook gewoon een debiteurenrisico. Wie zegt dat die landen uiteindelijk niet tenminste ten dele het zelfde pad zullen volgen als Griekenland. Dan krijg je maar een deel, mogelijk zelfs een heel klein deel, van je geld terug. Bovendien: de rentes van die landen dalen desondanks, anderen zijn bereid tegen een lagere rente grotere risico’s te nemen.

Intussen ‘verlengt’ dat ECB-geld je balans. Basel schrijft voor dat er steeds hogere percentages eigen vermogen moeten worden aangehouden, afgezet tegen het type zekerheid dat je als bank hebt en het risico dat je neemt. Hoe korter je balans, hoe sneller je aan dat percentage komt. Terugbetalen aan de ECB betekent je balans verkorten.

De vraag of we blij moeten zijn met deze vroegtijdige aflossing is in elk geval door mij niet zomaar positief te beantwoorden. Ik zie teveel argumenten voor het tegendeel.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, DSM, Heineken, KPN, Shell en Unilever en is Neutraal in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr Doom op Twitter.
———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.