Wim Pijbes en zijn 375 miljoen slapeloze nachten van het Rijksmuseum

Twee keer heb ik serieus overwogen ermee te stoppen. Op het moment dat de commissie besloot dat het fietspad toch moest blijven en toen de muren opnieuw moesten worden gestuukt. De muren van de eregalerij opnieuw stuken en schilderen, vlak voor de oplevering. Het was mijn plan, maar of het een goed plan was, wist ik niet. Toch waren die bobbels onacceptabel, dat kon ik Vermeer niet aandoen. ‘Zo wil ik het niet’, zei ik maar weer.

Wil. Ik. Niet. Drie woorden die ik de afgelopen jaren in mijn functie als museumdirecteur vaker gebruikt heb dan toen ik drie jaar oud was. Het fietspad onder het Rijksmuseum behouden? Wil ik niet. Voorzetwanden? Wil ik niet. Alle muren zwart? Wil ik niet. Draaideurtjes als entree? Wil ik niet. Een spatie tussen ‘Rijks’ en ‘museum’. Wil ik. En wat ik ook wil is dat het bij de Nachtwacht net zo druk wordt als bij de Mona Lisa. Wat zeg ik? Drukker! Het aantal bezoekers is het enige wat die vijf jaar nog goed kan maken.

Toen ik aan deze baan begon, of ‘uitdaging’ zoals mensen dat graag noemen, had ik nooit verwacht dat het zo’n baggerklus zou zijn. Letterlijk, ik heb met mijn enkels in de modder gestaan toen de halve gracht onverwacht kwam bovendrijven tijdens de verbouwing, maar ook figuurlijk. Wat een bak met ellende heb ik over me heen gekregen de afgelopen jaren, man, man, man. Amsterdam is een democratisch gekkenhuis. Ik ben meer bezig geweest met fietsers dan met Rembrandt. Als ik het over mocht doen, had ik op mijn eerste dag als museumbaas besloten om het hele Rijksmuseum naar Rotterdam te verplaatsen. Kon ik lekker op de fiets naar mijn werk. In plaats van eronderdoor te gaan.

Schrijfster Carlijn Vis kruipt wekelijks ‘in de huid van’ iemand die in het nieuws is. Deze week: Wim Pijbes naar aanleiding van de heropening van het Rijksmuseum.