Griekenland helpt ABN AMRO met 225 miljoen

Zojuist maakte ABN AMRO de resultaten over het 1e kwartaal 2013 bekend. Die waren niet best, zeker gezien een wel heel grote bijzonderheid waarop ik zo terug kom.

Gerrit Zalm, bestuursvoorzitter van de bank, is – nu hij in feite rijksambtenaar is – misschien wel de enige topbankier die vrij kan spreken. Er is geen beurskoers, er zijn geen hijgerige aandeelhouders waarmee hij rekening moet houden. Het beeld dat hij schetst is weinig florissant voor de bank en daarmee voor Nederland. Eigenlijk is het natuurlijk andersom. Hij waagt zich niet aan voorspellingen voor heel 2013, in zijn commentaar geen spoor van het optimisme waarmee Rutte c.s. zich in de afgrond blijven storten.

Toen ABN AMRO werd genationaliseerd waren er twee zaken duidelijk, dat moesten wij als burgers goed begrijpen. De bank zou binnen een paar jaar worden terug gebracht naar de beurs. En de Nederlandse staat zou daar een leuke winst aan overhouden. Omdat het eerste deel van deze belofte voorlopig niet kan worden ingelost – ABN AMRO heeft een armetierig en vooral nogal volatiel trackrecord sinds de nationalisatie – is het tweede deel, die leuke winst, al helemaal niet waarschijnlijk. Bij de huidige winstgevendheid laat zich de beurswaarde van ABN AMRO makkelijk berekenen, kijkend naar andere banken. Die waarde willen wij voorlopig niet weten, te confronterend.

Omdat Zalm vrijuit spreekt in zijn commentaar kunnen we weten dat er in 2013 helemaal geen lichtpuntjes worden verwacht, in tegendeel. Aan zijn woorden hecht ik in zoverre meer waarde dan aan die van het kabinet dat Gerrit Zalm in het verleden directeur van het Centraal Planbureau was én de laatste minister van Financiën die een begrotingsoverschot wist te creëren tijdens zijn bewind. Ik wil maar zeggen: Gerrit Zalm weet waar hij het over heeft.

Het resultaat van ABN AMRO in Q1 2013 was ruim 400 miljoen positief. Dat lijkt een hoop  maar afgezet tegen de omvang van de bank en de risico’s kan het ook zomaar wegwaaien. Onderliggend gaat het ook gewoon slecht, het operationele inkomen – zeg maar: wat er echt verdiend wordt zonder allerlei eenmalig gedoe dat er overigens altijd is – daalde met 19 procent. De voorzieningen voor slechte leningen stegen met 72 miljoen tot 259 miljoen. Maar hier werd ABN AMRO geholpen door Griekenland. In het het hele circus van afboekingen op Griekse staatsschuld en staatsgegarandeerde leningen nam ABN AMRO al in vorige jaren een voorziening op van honderden miljoenen. Die voorziening kon in Q1 grotendeels vrijvallen, met name de staatsgegarandeerde leningen bleken toch een andere status te hebben dan regelrechte Griekse staatsschuld. Dat leverde nu een meevaller op van 225 miljoen. Het verklaart waarom ABN AMRO’s resultaat van 415 miljoen nog werd geflatteerd door een meevaller van 225 miljoen die het overgrote deel van de voorzieningen van 259 miljoen deed wegsmelten. Dat effect is er in Q2 niet meer.