Jeroen Krabbé is geen kunstenaar, maar een kunstenar

Oei. Jeroen Krabbé te gast in De Wereld Draait Door. Dat belooft meestal niet veel goeds. Of er is iemand dood, óf hij komt iets over zijn geniale ik vertellen. Dat laatste bleek het geval.

Meestal is het spraakwaterval Joost Zwagerman die bij Matthijs aanschuift om een verhaal over een briljant kunstenaar te vertellen. Deze week niet. Afgelopen maandag was het Jeroen Krabbé die de eer ten deel viel om Nederland te doceren over een artistiek ‘wonderkind’. Een kind uit een vermaard schildersgeslacht. Een kind dat, amper vier jaar oud, al wist wie Leonardo da Vinci was. Een kind dat al op Picasso geïnspireerde tekeningen maakte voordat hij zijn eigen naam kon spellen. Kortom: Jeroen Krabbé kwam vertellen over Jeroen Krabbé.

Waar is het teiltje?
In de eerste minuten van het interview wordt al duidelijk dat Krabbé ook vandaag weer behoorlijk vol van zichzelf is. Matthijs kondigt aan dat aanstaande zaterdag een tentoonstelling wordt geopend in Museum De Fundatie in Zwolle. Een expositie met veertien schilderijen van de hand van Jeroen Krabbé, geïnspireerd op tekeningen die de kunstenaar in zijn jeugd heeft gemaakt. Ook vermeldt hij dat de bejaarde acteur diezelfde kindertekeningen heeft samengebracht in een boekwerk. Het kan allemaal niet op. De eerste vraag wordt gesteld en een nimmer slapende vulkaan van zelffelicitatie en zelfmythologisering barst uit.

“Mijn vader, de beroemde schilder, bewaarde elke snipper kunst die ik vanaf mijn eerste levensjaar heb gemaakt,” zegt Krabbé terwijl hij onder tafel een erectie probeert te onderdrukken. “Op de achterkant schreef hij dan wat ik erover gezegd had. Fantastisch om te zien en terug te lezen. Kijk dit bijvoorbeeld. Hier staat geschreven: Dit is Leonardo da Vinci, hij zit aan zijn spinnewiel vast en kan niet meer bij zijn eigen schilderij komen. Ik was nog niet eens vier jaar oud en wist al wie Da Vinci was. En: wat een spinnewiel was. Heel bijzonder.”

Matthijs van Nieuwkerk en tafelheer Jan Mulder kijken glimlachend toe. Wat jammer dat Nico er vandaag niet is, denken ze, die kan namelijk zo leuk dichten over zelfingenomen mensen. Krabbé raast door: “Kijk deze tekening. De poes van Picasso. Picasso! Da Vinci! Dat waren de mensen die als vierjarige schijnbaar belangrijk voor me waren. Dat kwam: ik werd als jongen al opgeleid tot schilder, bezocht met mijn vader bijvoorbeeld de CoBrA-tentoonstelling en ging op mijn negende al naar Parijs om naar Chagall te kijken. Daar is dat schilderij ook op geïnspireerd, zie je wel? Ik was twaalf.”

Jeroen Krabbé is geen kunstenaar, maar een kunstenar
De woorden ‘ik’ en ‘mij’ zijn ook de rest van het elf minuten durende gesprek niet weg te denken uit het vocabulaire van de kunstenaar – ik zal het u allemaal besparen. Hoogtepunt van het interview: Jeroen Krabbé die zijn kindertekeningen met een dedain analyseert, werkelijk, alsof hij naar De Zonnebloemen van Van Gogh kijkt. Hij bekijkt een zelfportret, quelle surprise, en legt uit: “Je ziet een onzeker kind naar voren komen in dit schilderij. Een jongen die iets zoekt wat hij niet heeft. We zien een kind dat ongelooflijk alleen is en vlucht in zijn tekeningen. Ik.” Het publiek smult van het schaamteloze narcisme.

Het is voor eens en voor altijd duidelijk: niet Mart Smeets, maar Jeroen Krabbé is officieel de meest zelfingenomen man van Nederland. Een acterende schilder (of is het nu een schilderende acteur?) die niet eens in de schaduw mag staan van een Chagall, Picasso of Van Gogh, maar door zich als uitzonderlijk wonderkind te profileren toch een stapje hoger op de ladder van erkenning probeert te komen. Een man wiens ego groter is dan van alle drie genoemde kunstenaars bij elkaar. Een nar die door dit optreden, onbewust, de spot drijft met zichzelf en zijn meerderen. Tot groot vermaeck van het volk, overigens.

Collega-nar Pierken de Stadsgek weet het treffend te brengen: Zoet als honing is vlijerij, de waarheid vaak een naar getij.

——
  Download deze gratis app om ons maandblad op uw tablet te lezen
  Volg HP/ De Tijd en Nick Muller
 
Volg HP/ De Tijd op Facebook