Merkel en Hollande offeren Dijsselbloem

Donderdag ontmoetten de Duitse en Franse premiers elkaar, de neuzen moesten nodig weer eens in dezelfde richting.

Duitsland trekt zo’n beetje als enige de Europese economie in de zin dat de economie daar nog een beetje groeit. Frankrijk blijft vooralsnog hangen in de bekende zelfingenomenheid, zij zullen weinig tot niets doen om de problemen te verhelpen. En ze laten zich daar al helemaal niet de les lezen door Brussel, zoals Hollande deze week nog eens benadrukte.

De ontmoeting werd met grote belangstelling gevolgd, de twee grootste Europese landen drukken armpje en ogenschijnlijk moest er iemand méér gelijk krijgen dan de ander. En dat zou dan bekend worden, aan het eind van de dag.

Dat lieten ze natuurlijk niet gebeuren, in de politiek is gezichtsverlies dodelijk en dat weten ze allebei. Bovendien, waarom zou je uitspreken wat je allebei weet: Duitsland rules. Maar tegelijk, als Duitsland iets niet wil, dan is het een onafhankelijk Europees bankentoezicht met verstrekkend mandaat. Die hardnekkige geruchten over de wankele vermogenspositie – versluierd – van een aantal grote Duitse banken houden aan. Dat zou ontluisterend zijn, als zo’n Europese bankentoezichthouder daar de stekker uit zou moeten trekken. Dat centrale toezicht komt er dus niet, er komt een gremium, nader uit te werken. Zo’n ‘gremium’ te lezen als een eufemisme voor ‘dat stoppen we in de la’.

De dame en heer hadden allebei voldoende kaarten in de mouw. Maar voor de hongerende pers moest er wel een stuk worden geofferd. Geen Duits stuk. En ook geen Frans. Het werd Nederlands.

Met de nu door Merkel en Hollande uitgesproken wens een permanente voorzitter voor de Eurogroep aan te stellen kan Dijsselbloem niet langer geloofwaardig functioneren. Is dat erg? Welnee, ik vond het al een farce. Maar het relativeert wel de rol die Nederland in dit soort functies denkt te kunnen spelen. We mogen opkomen als de grote jongens dat opportuun vinden. En we gaan op dito wijze af.