Histoire de l’étape 5: mijn nieuwe held heet Danny van Poppel

Enkele jaren geleden, toen de renners in de Tour mijn leeftijd begonnen te krijgen, besloot ik mezelf niet langer emotioneel aan hen te binden. Het was mooi geweest, de jaren van het ongegeneerd fan zijn lagen achter me als de lege wikkel van een chocoladereep: het was mooi, maar het was voorbij.

Vorige week begon dat voornemen echter op zijn grondvesten te schudden. ’s Middags las ik dat ene Danny van Poppel zijn debuut zou maken in de Tour en ’s avonds zag ik Danny bij Studio Sport, met z’n broer.

Een stukje gorgonzola
Het moet wel het meest ontroerende interview van de 21e eeuw zijn geweest.
Danny en Boy (zijn oudere broer) stonden in hun trainingspakken voor een karakterloos gebouw en keken ietwat bedremmeld de wereld in, precies zoals loterijwinnaars kijken als ze door Gaston Starreveld in een tv-genieke houdgreep genomen worden: je weet dat je blij moet zijn, maar van binnen kun je slechts walging voelen.
‘Wat een verrassing,’ zei de NOS-verslaggever.
Waarop Danny met trage, slepende stem zei: ‘Ja, da’s wel heel mooi, samen naar de Tour.’

Boy en Danny van Poppel zijn jongens die je het liefste in een doosje zou willen doen. Ze zijn te teer voor dit leven, te fragiel voor een hardemannensport als wielrennen. Het zijn jongens, jongens die ongevraagd de tafel dekken, de hele zondag hun brommertje schoonmaken, jongens die je gerust op zaterdagochtend naar de markt kunt sturen en die terugkeren met alle ingrediënten voor een heerlijke preischotel – inclusief een stukje gorgonzola ‘voor de lekker’ en een bosje tulpen.
Geen jongens om massasprints te rijden.
Jongens om van te houden.
Ik moest alleen nog zien uit te maken voor welke Van Poppel ik het hardst zou juichen, want zoals iedere getrainde fan weet: een echte fan is fan van een enkeling, niet meteen van een familie.

Danny
Sinds gisteren weet ik dat het Danny moet zijn. Het zijn niet zijn leeftijd (afschuwelijk jong) of zijn prestaties (helemaal zo gek nog niet, voor iemand die afschuwelijk jong is) die mij in de armen van Danny van Poppel hebben gedreven. Het is een enkele zin, een zin waar ik vannacht intensief over heb nagedacht, een zin waar ik vanochtend fluitend van wakker werd en een zin die ik vanmiddag nog in gotische letters op mijn onderarm zal laten tatoeëren: ‘Weet je, het loopt nooit zoals je wil, dus je kunt beter te vroeg komen, want anders zit je weer van eh we kwamen… te laat.’
Dat is Danny van Poppel. Een filosoof met een racehelm op. Jongste filosoof uit de geschiedenis van de Tour.
Danny van Poppel, schrijft u die naam maar op. Voor vandaag, of morgen, of voor over tien jaar.
Kwaad kan het nooit.