Histoire de l’étape 11: Cavendish met urine bekogeld door fan. Misschien.

Het is nog helemaal niet gezegd dat het urine-incident met Mark Cavendish gisteren in de tijdrit kwade opzet was.

Stel: je bent groot fan van Mark Cavendish.
Stel: er is niemand die je zo bewondert, je zou bij wijze van spreken je rechterbeen geven om hem nog eens wereldkampioen te maken.
Stel: je bent op vakantie in Frankrijk.
Stel: de Tour passeert vlakbij het hotel waar je verblijft.
Stel: je staat de volgende dag toevallig langs de route van de Tour de France.
Stel: het is toevallig die dag een tijdrit, waarin de renners dus een voor een aan je voorbij zullen komen.
Stel: je drinkt ’s ochtends bij het ontbijt drie glazen vruchtensap, twee koppen thee en een reuzenmok koffie.
Stel: je moet al kort nadat je het hotel verlaten hebt enorm plassen.
Stel: de rest van je reisgezelschap weigert een cafe binnen te lopen en zegt dat je het straks maar achter een boom moet doen.
Stel: jullie vinden een prachtig plekje waar je de renners van honderden meters afstand op je af kunt zien komen.
Stel: er is juist op dat punt in de wijde omtrek geen boom te bekennen.
Stel: je hoopt dat de aandrang vanzelf weer verdwijnt.
Stel: dat gebeurt niet.
Stel: iemand uit het gezelschap geeft je een lege colafles – die je trouwens ook nog hebt leeggedronken, dus je houdt het echt niet meer.
Stel: die persoon zegt dat je ‘het toch wel even in een fles kunt doen, je bent toch een kerel’.
Stel: je gaat overstag, hoewel je het eigenlijk maar smerig vindt.
Stel: je plast, een plas die minuten lijkt te duren – niets zo heerlijk als kunnen plassen als je het uren hebt moeten ophouden.
Stel: iemand roept je – hij komt er nu al aan!
Stel: je roept terug wie ze bedoelen met “hij”, want je bent net zo heerlijk aan het plassen.
Stel: het is Cav.
Stel: je rent naar de weg, want het is verdorie voor Cavendish dat je hier staat.
Stel: je hebt, verstrooid als je bent, de lauwwarme, halfvolle colafles nog in je hand.
Stel: iemand roept: ‘Schiet nou op! Hij is er bijna!’
Stel: je versnelt, je wilt Mark voor geen goud missen – je hebt twee bidons bij je om zijn hete hoofd een beetje te kunnen verkoelen.
Stel: je begint te rennen.
Stel: je struikelt, precies op de plek waar de berm in asfalt overgaat.
Stel: je vangt je val op met je rechterhand, waarin je de fles hield.
Stel: de fles maakt zich los uit je greep en stuitert over het asfalt.
Stel: de deciliters verse urine sproeien door de lucht, als water uit een douchekop die in een leeg bad is gevallen.
Stel: juist op dat moment komt Cavendish voorbij.
Stel: je hoort nog net KLATSJ.

Wat ik maar zeggen wil: het is kortom nog helemaal niet gezegd dat het urine-incident gisteren in de tijdrit kwade opzet was.