Louis belt Wes

‘He hallo, met Wes! Ik ben er effe niet, waarschijnlijk ben ik iets belangrijks aan het doen! Maar wat je wel kan doen: effe wat inspreken na de piep, dan bel ik je terug. Tenminste, als dat nodig is. Laterrrr!’PIEP.

‘Dag Wesley., je spreekt met Louis van Gaal. Ik wou je even meedelen dat…’

‘Haaaaa Lowie, ik ben er, hoor. Zat effe een flesje Icetea te drinken en een boekie te lezen. Ahmet Tanpinar, Het klokkengelijkzetinstituut. Lekker, hoor! Daarna begin ik aan dat bakbeest dat jij en Truus me vorig jaar gaven.’

‘Je bedoelt het dubbelboek Louis van Gaal: Biografie en Louis van Gaal: Visie, van Robert Heukels?’

‘Weet ik niet. Zit nog in het cadeaupapiertje.’

‘Wesley, waar ik voor bel…’

‘Binnenkort weer Oranje! Lekker ballen. Zin in hoor!’

‘Daar bel ik inderdaad voor.’

‘Wacht effe, Lowie, ogenblikkie…. Yo! YO! Lowie aan de telefoon. Nee, niet Vuitton, die andere. Van voetbal, ja. Hoe bedoel je? Hahaha, nee, hij heeft wel een neus. Nou ja, ga jij mee als we moeten spelen? Nou, Rodney gaat vast mee, die heeft verder niks te doen… Zal ik voor jou een kaartje regelen? Hoezo: “en Leco dan?”?’

‘Wesley, ik…’

‘Lowie, ik leg je effe op je rug. Yo zit met een bak aangebrande kebab in de bijkeuken van onze bijkeuken.’

‘…belde je alleen…’

‘Zo terug!’

RUIS. (Op de achtergrond het geluid van een schaal die op een marmeren vloer in honderd stukken breekt, een kort gegil en hard gelach).

‘Ben ik weer!’

‘Wesley, het zit als volgt:…’

‘Lowie, ik ga je effe onderbreken. Hou het effe kort, want ik moet zo naar het vliegveld om Ali B af te halen, en daarna gaan we barbecueën bij Nordin Amrabat thuis want Yolanthe heeft zojuist alle kebab die we in huis hadden op de grond laten kletteren. Nu zitten we hier met tachtig kratten icetea en een paar kilo drop, die Yo’s moeder altijd uit Nederland meeneemt.’

‘Wat betreft Oranje…’

‘Wist je trouwens dat ik een nieuwe tattoo heb gezet? Ik zat op Ibiza, effe die batterijen opladen, iceteatje-baco d’r bij, je kent het wel… Had ik me toch opeens zin in een nieuwe tattoo! Nog dezelfde dag gezet. Weet je wat?’

‘…’

‘Je raadt het nooit.’

‘Nee.’

‘Een aanvoerdersbandtribal! Van Oranje. Een roodwitblauwe tribal. Met daaronder, in gotische letters, ‘LvG’. Dat ben jij dus, LvG.’

‘Maar ik heb Robin toch aanvoerder…’

‘Dat was toch tijdelijk? Ik dacht: als ik weer afgetraind ben, krijg ik die band gewoon weer, dus ik neem alvast een voorschotje door ‘m in m’n huid te zetten. Ik stuur je straks wel effe een twitpic.’

‘Wesley…’

‘Lowie, waarom heb je me trouwens nog niet gefeliciteerd?’

‘Zwanger?’

‘Yo zwanger? Daar wordt ze maar vet van. Neehee, twee miljoen!’

‘Per maand? Echt? Zoveel nog?’

‘Nee, vol-ger-tjes. Op Twitter. Ik weet wel dat ze in Vrij Nederland deze week schrijven dat de helft van die mensen niet bestaat of zo, maar geef toe: Vrij Nederland… Ik lees het lang niet iedere week meer. De Groene wel, iedere week, vooral de stukken over internationale politiek, en de ‘Dichters en Denkers’ natuurlijk. Yo ook, maar Yo begint altijd met The New Yorker. Op vrijdag wisselen we dan.
Maar goed, twee miljoen dus. Hebben wij wel effe een blikkie icetea op opengetrokken, dat kan ik je wel vertellen.’

‘Ik heb slecht nieuws.’

‘Je hebt toch niet Piet Velthuizen geselecteerd?’

‘Nee, het gaat over jou.’

‘Weet je trouwens dat ik het gister over jou had? Met Drogba. Die zei: Lowie is dus de enige trainer met wie ik nul slechte ervaringen heb. Zero, dat zei die. ‘

‘Ik heb Drogba nooit getraind.’

‘Ja, dat zei hij dus ook! HAHAHAHAHAHAHAHA. Lachen, toch. Had je mijn goaltje laatst gezien. Even ie bal in het dak van het doel geramd. Oefenwedstrijdje, maar toch: doe het maar. Ik ben weer fit, Lowie, ik heb er zin in. Oranje, heerlijk.’

‘Wes, je zit er niet bij.’

‘Waarbij? Aardbei!’

‘Bij de selectie, Wesley. Ik kies nu voor Siem de Jong als tien. Maar ik blijf je natuurlijk volgen.’

‘Lowie, wacht effe. Ik hoor allemaal geluiden. Yo! YO! Wat? Nee, ik moest lachen. Nee. Nee. Nederlands elftal. Voetballen. Ja, precies.
Ja, ben ik weer! Wat was er met Simon de Jonge? Wie is dat eigenlijk?’

‘Ik mail je wel.’

‘Is goed Lowie. Mijn tattoo-arm begint ook zeer te doen. Zie je in Noordwijk!’