Vrijheid van meningsuiting is een heilig goed voor de Nederlander. Toch?

In het Groninger Museum vindt deze zomer een tentoonstelling plaats waarin jonge Chinese kunstenaars ageren tegen het maatschappelijke, juridische en politieke klimaat van hun land: Fuck Off 2

De tentoonstelling is een voortzetting van Fuck Off (letterlijk in het Chinees: niet meewerkwijze), die in het najaar van 2000 in Shanghai werd gehouden. Toen moesten zelfbenoemde Chinese avant-garde kunstenaars, gesponsord en gesteund door de overheid, het ontgelden en vochten 48 jonge kunstenaars voor creatieve vrijheid.

Ruim een decennium later knokken de autonome geesten voor een veel breder scala aan misstanden in hun land. Ditmaal in Groningen. De kunstenaars zoeken in hun werk naar het ideaal van existentiële vrijheid en verzetten zich tegen de Chinese dictatuur en de opkomst van het materialisme. Het liefst zo choquerend mogelijk natuurlijk.

Jeugdige genitaliën
En wat leent zich daar beter voor dan een stel foto’s en video’s van seks en jeugdige genitaliën? In een van de zalen van het Groninger Museum wordt deze zomer de seksuele revolutie opnieuw uitgevonden. Het bordje bij de ingang – deze beelden kunnen als schokkend worden ervaren – gebiedt ons met open mond het eigen wereldbeeld bij te stellen. Een bonte verzameling van toeven schaamhaar en een verdwaalde Chinese vagina die achteloos een filtersigaret wegrookt zal ons nog nachtenlang achtervolgen. Vast heel schokkend in een beteugelde Chinese samenleving. In Nederland doet het ons hoogstens een beetje glimlachen.

Basaal genomen lijkt Fuck Off 2 vooral aandacht te vragen voor het vrije woord. Niet gek als je bedenkt dat kunstenaar en een van de samenstellers van de tentoonstelling, Ai Weiwei, in april 2011 vanwege een verzonnen overtreding van belastingvoorschriften 81 dagen werd vastgezet door de Chinese autoriteiten. Zijn gedrag wordt door de beleidsbepalers daar bestempeld als onacceptabel en oncoöperatief. Door het tentoongestelde werk klinkt daarom niet onverhoopt de noodkreet om meer vrijheid van meningsuiting. En daar zijn we in Nederland dol op.

Voormalig Midden-Oosten correspondent van de NOS, Thomas Loudon, sprak afgelopen woensdag een column in voor Sublime fm. Als medeoprichter van Cartoon Movement besprak hij het dilemma waar zijn redactie deze week mee worstelde. Russische cartoonist Igor Kolgarev stelde op de website twee cartoons voor tegen het homohuwelijk. De ene cartoon schetst het beeld dat het homohuwelijk de weg vrij maakt voor een huwelijk met kinderen, dieren en robots. Op de tweede druipt er zwarte verf van een regenboogvlag die het Nederlandse gezin besmeurt. Dit leidde uiteraard tot de nodige commotie.

Loudon legt in zijn column de redactionele keuze uit de cartoons toch te plaatsen: ‘Het debat gaat op deze manier door, censureren had het teniet gedaan.’

Waar houdt vrijheid van meningsuiting op, en waar begint discriminatie?
Een moeilijke discussie waar we in Nederland maar al te graag onze tanden in zetten.

Toch?
Nee.

Zelfcensuur is het devies
Tegenwoordig moeten journalisten, columnisten en cabaretiers in Nederland eens flink bij zichzelf te rade gaan wanneer zij iets kwijt willen over de islam. Op zich niets nieuws; het is algemeen bekend dat wie het nodig vindt kritiek te uiten op Mohammed en zijn vriendjes het risico loopt te beledigen, met een fikse bedreiging als gevolg.
Logisch.

Maar nu lijkt het erop dat islam-critici opeens ook rekening moeten houden met de algehele publieke opinie in ons land wanneer zij hun gif spuien. Zelfcensuur lijkt het devies.

We hebben in Nederland onze mond vol van vrijheid van meningsuiting, maar wie zijn zorgen uitspreekt over de fanatieke tak binnen de islam wordt de laatste tijd wel heel makkelijk afgeschilderd als ‘kleinburgerlijk’ en ‘onnozel’. Vrijheid van meningsuiting is voor de Nederlander een heilig goed, maar dan alleen wanneer het gaat om een onderdrukt volk of permanente discriminatie op grond van de seksuele geaardheid.

God zij dank zijn er nog landen in de wereld waar dit soort problemen aan de orde van de dag zijn en waar wij met veel bombarie het belang van de vrijheid van meningsuiting kunnen opdringen. In een land als China viert de repressie van het vrije woord gelukkig nog altijd hoogtij en de Russen gaan voorlopig nog wel even prat op de eigen middeleeuwse anti-homo wetgeving.

Zijn we in Nederlands soms best een beetje jaloers op.